Divers uit de Pers en van het internet

2011

'Reiniging spuit Voetleespad per abuis weg' - Corrie Verkerk, Parool 20-07-2011
'Neem die letters met je voeten mee' - Corrie Verkerk, Parool, 16-07-2011

2010

In moai ferskaat - Jacob Haagsma over mijn bijdrage aan de DVD/CD Dylan in het Fries, Leeuwarder Courant, 26-11-2010
...de buitenlandse lezer lust er wel pap van - Rudi Wester, Volkskrant, 29-10-2010
'Spinvis en Typhoon bedankt met een ouderwetse, papieren dichtbundel' - Leeuwarder Courant, 15-09-2010
Weg uit Groningen - Meindert Talma, Leeuwarder Courant, mei 2010
Nicaragua - Leeuwarder Courant & Friesch Dagblad, 08-02-2010

2009

De Friese Toppers - Friesch Dagblad en de Leeuwarder Courant, september 2009
Tommy Wieringa bij Pauw en Witteman, 14-05-2009

OVER HET FRIEZENBAL 10-03-2009

Friesland regeert in Paradiso - Richard van de Crommert, De Telegraaf, 13-03-2009
Dynamisch Friezenbal in Paradiso - Pieter de Groot, Leeuwarder Courant, 11-03-2009
'Hoe is de worst?' - Jiska Fischer, Parool, 11-03-2009
Friezenbal dankzij P. C. Hooft en een baron - Leeuwarder Courant, 18-02-2009
'Friezenbal' op steenworp afstand van boekenbal - Leeuwarder Courant, 17-02-2009

DICHTER DES VADERLANDSVERKIEZINGEN

Interviews in het kader van de DiDeVa-verkiezingen zijn hier te vinden.

'Brave respectabele dichters' - Ilja Pfeijffer Hoe word ik een beroemd schrijver (Arbeiderspers 2012)
'De vrolijke provocaties van genomineerde Tsead Bruinja' - Matthijs van Nieuwkerk, Varagids, februari 2009
'Er was geen literaire stichting of hij zat in het bestuur' - Tommy Wieringa, De Pers, 27-01-2009
'If the answer is infinite light'- Irene de Pous, Trouw, 25-01-2009
Filmpje gemaakt door Sito Wijngaarden voor het Friese Webzine Fynst, 22-01-2009
Bruinja leest voor op zijn oude school, Wâldnet, 21-01-2009
En de winnaar is BruinJA! - Joep van Ruiten, Dagblad van het Noorden, 05-01-2009
'n Gelukkeg Ni-jjaor, steet de toete al klaor? - De Gelderlander, 03-01-2009
Kies de Dichter - Soefie Cerutti, Trouw, 02-01-2009
Tsead Bruinja op shortlist Dichter des Vaderlands - Friesch Dagblad, 15-12-2008
Dichter des Vaderlands - Het Parool, 15-12-2008
'Tsead Bruinja bij laatste vijf' - Dagblad van het Noorden, 13-12-2008
Tsead Bruinja op shortlist Dichter des Vaderlands, Leeuwarder Courant, 13-12-2008
Vijf namen op shortlist Dichter des Vaderlands - NRC, 12-12-2008
Tien dichters kandidaat DideVa - Dagblad van het Noorden, 03-11-2008
Wie wordt Dichter des Vaderlands? - NRC, 31-10-2008

*

Dichtbundel van Bruinja binnen 12 uur 1100 keer gedownload - Leeuwarder Courant, 20-12-2008
20 x 160 - Sofie Cerutti, NRC, 1612-2008
Bruinja brengt dichtbundel als gratis download - Dagblad van het Noorden, Limburgs Dagblad, De Limburger en het Parool, 16-12-2008
'Bruinja s Friese werk is misschien mede dankzij het zangerige Fries lyrischer dan zijn Nederlandse' - Janita Monna, De Groene, 12-12-2008
'Hij laat zich door niets begrenzen' (Bruinja over Hans Verhagen)- De Volkskrant, 12-12-2008
Bundel dichter Tsead Bruinja gratis op internet - Friesch Dagblad, 11-12-2008
Dichtbundel komt uit als krant - Leeuwarder Courant, 11-12-2008
Nieuwe 'Spiegel van de Friese poëzie' topzwaar - Leeuwarder Courant, 21-11-2008
Fryske literatuerdei oan Amsterdamse grêften - Jaap Krol, 17-11-2008
Fries en Nederlands twee gesloten werelden - Pieter de Groot, Leeuwarder Courant, 17-11-2008
Tsead Bruinja en Elmar Kuiper mei elk fiif fersen yn de Nije Spegel - Leeuwarder Courant, 14-11-2008
Column over een optreden van Arjen Terpstra, Meindert Talma en Tsead Bruinja tijdens de Fryske Boekewiken, 28-02-2009
Meeslepende koorts - Hans Mellendijk in de Gelderlander, 07-02-2009
Circus der Dichters - Chris Morgenstern, Financieel Dagblad, februari 2009

2008

'Zingende dichter' - Willem Thies op Poëzierapport, eind juni 2008
Een bijzondere ontmoeting - over de expositie van Herman van Veen met gedichten van Tsead Bruinja, begin juni 2008
Herman van Veen schildert gedichten Tsead Bruinja - Leeuwarder Courant, 17-05-2008  

2007

'Bezoeker legt dan geen 16,90 euro neer voor een bundel van Bruinja' - Menno Schenke, AD, 29-01-2008
Herman van Veen leest graag Bruinja - Dagblad van het Noorden, 25-05-2007
Poëzie sluit de echte wereld even buiten - Leeuwarder Courant, 21-05-2007
Heytze's Jong Oranje - Elsevier, 31-03-2007
Over Friese dichters avond in Parijs - Omrop Fryslân, De Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad, maart 2007
Over tweetaligheid bij Soepboer, Bruinja en de Vries - Rieuwert Krol op Farsk
Onder de gordel - HP / De Tijd, 01-2007
Gelikte, soms overdadige zelfpromotie - NRC, 09-02-2007
Te jong - Volkskrant, 10-02-2007
Twee artikelen over de Gedichtentrein 2007 - Eindhovens & Brabants Dagblad, januari 2007

Richting mandarijnschap - Chrétien Breukers op de Contrabas, 01-01-2007

2006

Hartstocht, daar gaat het dus om - De Groene Amsterdammer, 28-11-2006
Hoe het schilderij een gedicht in de weg kan zitten, Litnet, 27-09-2006
Diverse Persknipsels uit Indonesië naar aanleiding van een tour juli 2006
Zijn onmacht ligt als een deken over het gedicht heen, weblog Kim, 08-06-2006
Op zich geen slechte dichter - Peter WJ Brouwer.com, 30-05-2006
Prettig werken  in een dwangbuis - Poëzie op bestelling - NRC, 28-04-2006
Friese literatuur uit isolement - Leeuwarder Courant, 07-03-2006
Klankassociatieve stapstenen - Hugo Brems, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005


2005

'Prijzen zijn mooi, vooral als je geen geld hebt' - Leeuwarder Courant, 30-11-2005
Scholieren oefenen op herdenkingsgedicht - Elske Minnema, Leeuwarder Courant, 25-11-2005
Een lust om naar te luisteren - www.oor.nl, 15-11-2005
Tsead Bruinja (1974, jong) - Leeuwarder Courant, 30-09-2005
Eenzame uitvaart 44 - 15-06-2005
'Batterij van Tsead Bruinja voerde wat mij betreft een groot middenveld aan...' - Marc Reugebrink, Log, 24-04-2005

2004

De taalrykdom fan in Tsead Bruinja - Leeuwarder Courant, 30-12-2004

Lek op DdV-verkiezingssite - NRC, 06-12-2004
AnCoprijs voor dichter Bruinja - Leeuwarder Courant, 24-11-2004
Eenzame uitvaart - 29-09-2004
'Waar blijft het verleidelijke secreet?' - Ilja Leonard Pfeijffer, NRC, 11-06-2004
'Die ook voor nominatie in aanmerking hadden kunnen komen' - Piet Gerbrandy, De Volkskrant, 11-06-2004

'Een wandelaar stopt niet om te lezen' - Asing Walthaus, Leeuwarder Courant, 14-06-2004
Eenzame uitvaart nr. 28 - verslag door F. Starik, 14-06-2004

Veel rode wijn drinken en zo nu en dan eenzaam zijn - Leeuwarder Courant, 10-06-2004
Terwijl in Nederland de podia worden beheerst door publiekstrekkers - Ilja Pfeijffer, De Standaard, 29-04-2004
Fryske literatuer tige súksesfol - Piter Boersma op Omrop Fryslân, april 2004
Tsead en Tjitske zijn de Jim en Jamai van de literatuur - Het Financieele Dagblad, 17-04-2004
Het jonge schandaal' - Paul Schaaps, 2004
'Fjoerwurk' - Cornelis van der Wal op Weblog, 2004
'Van je geliefde moet je het maar hebben' - aankondiging Anton Korteweg op Nacht van de Poëzie, maart 2004
'Ok wel un bitsje elitêr'- Henk van der Veer, dagboek, maart 2004

Scènes uit een portret voor Omrop Fryslân - Herman Zeilstra, maart 2004
'Fryske literatuer docht net ûnder foar Nederlânske' - Leeuwarder Courant, 16-01-2004

2003

'Hij laat beelden rechtop staan' - Maria Barnas in Krakatau, december, 2003

'Bokkesprongen fan it produksjefûns' - Abe de Vries op Farsk, december, 2003

'Schrijfstad Groningen' - Tijdschrift Schrijven, november, 2003
Rely-sjuery hat ferlet fan wat mear humor (Fries), Leeuwarder Courant, 6-10-2003

'Kwatrijn' - De vrije encyclopedie, 2003
'Yntertekstualiteit tusken 'De fjoerbidders fan Soepboer en Gegrommel?' - Abe de Vries, Farsk
'veel verwarring ook in de pers' - website Universiteit Utrecht, Afdeling Letterkunde
'karel peterkarst en joop boom' - Trinus Riemersma, 2003
'Veel gegrommel' - Edith de Gilde, 28-02-2003

2002

'Nog meer in vuur en vlam' - Hanne Suuter, Epibode, 27-11-20002
'Met een fles graanjenever voor de burgemeester' - De Groninger Gezinsbode, 20-11-2002
'Met een heuse dichtersoutfit' - Yolande Koek over optreden in Café Helmers te Amsterdam, 03-11-2002
Rely-gedonder - Leeuwarder Courant, 18-10-2002
Rely-sjuery jout harsels brevet fan ûnfermogen - Leeuwarder Courant, 11-10-2002
'Hard oordeel van Rely-jury 'borrelpraat' - Leeuwarder Courant, 10-10-2002
'Knetteren der letteren in Friesland' - Epibode, 12-09-2002
'Bruinja ferlit nei konflikt Kistwurk' - Leeuwarder Courant, 11-09-2002

'Ontvoering' - Epibode, 20-6-2002
'een nieuwe taalstrijd' - Elsevier, 15-06-2002
Foar Rely-priis 70 ynstjoerings - Leeuwarder Courant, 13-05-2002

2001

'Acteurs helpen auteurs' - De Gelderlander, 23-11-2001
'laank en breed...ons gelijk' - www.limburghuis.nl, 22-11-2001
Friezen schrijven in taal van het hart - NRC, 19-11-2001
'dei fryske literatuer noch tefolle űnder ús' - Leeuwarder Courant, 19-11-2001
Talenkenner - Utrechts Nieuwsblad van 16-10-2001
'Tsead Bruinja, kandidaat steld foar it bestjoer fan it Skriuwersboun.' - LC, 19-10-2001
'interessante poëzie-muziek-beeldende kunst-performances' - Nieuwsbrief NLPVF (10-2001)
In dichter moat net stilsitte en wachtsje - Leeuwarder Courant, 15-06-2001
'Deputearren binne net grutsk genôch op it folk dat se regearje' - Leeuwarder Courant, 09-06-2001
'Friese boekenweek nu ook multicultureel' - NRC, 16-2-2001

2000

'Fries dichter in Stad' - Loeks, juni 2000
'Oren als erecties' (over Nachtspraak) - Studentenkrant, mei 1999
'Verknipt' - Ravage, mei 1999



Brave respectabele dichters

Door Ilja Pfeijffer

...De vijf kandidaten die overbleven, waren allemaal brave respectabele dichters. Je kunt je er geen buil aan vallen. Hagar Peeters, Ramsey Nasr, Joke van Leeuwen, Tsead Bruinja, Erik Menkveld, stuk voor stuk lieve, nette, jonge mensen die fijne gedichten kunnen schrijven voor de mensen. Nasr had als stadsdichter van Antwerpen bewezen dat hij felle, vlijmscherpe, razendknappe gelegenheidsgedichten kan schrijven. Hij is net als Peeters en Van Leeuwen een groot performer die aanspreekt bij een groot publiek. Menkveld leek het allemaal niets te kunnen interesseren. En Bruinja leek te gaan winnen, omdat hij het slimste campagne voerde en omdat hij de officiële steun had van De Contrabas, de belangrijkste poëziesite van dat moment.

Maar je kunt je toch in alle ernst afvragen waar het allemaal over 45 ging. Het was alsof je voor het Nederlands Elftal alleen maar spelers van Vitesse mocht selecteren. Waar waren de grote dichters van naam? Waar was iemand met het gezag en de allure van Komrij? Waarom stond Hans Verhagen niet op de lijst, de winnaar van de pc Hooftprijs, die al decennialang steengoede, geëngageerde gedichten schrijft? Waarom was H. H. Ter Balkt gepasseerd, die andere pc Hooftprijswinnaar die beter dan wie dan ook kan verwoorden dat alles in dit land naar de klote gaat? En als je per se een jonge dichter wilt, waarom neem je dan Erik Jan Harmens niet op in je shortlist? Hij heeft zo’n stevig en kritisch gedicht over Amsterdam geschreven dat hij het niet mocht voorlezen op de nieuwjaarsreceptie van de burgemeester. Zo’n Dichter des Vaderlands hebben we nodig. Of neem Joost Zwagerman, die met Roeshoofd hemelt heeft bewezen dat hij op duizelingwekkende wijze kan verwoorden wat er mis is in deze verbijsterende tijden.

Het was een schertsvertoning. Het was een grap die uit de hand was gelopen. Dichters werden gekwetst en vernederd. De valse schijn werd opgehouden van een vrije keuze uit de vijf beste kandidaten. En iedereen nam het veel te serieus. De kandidaten moesten een programma hebben. Plannen voorleggen. Campagne voeren. Houd er toch mee op!

De campagne ontaardde in een scheldpartij. ‘Het is ongelooflijk pijnlijk,’ zei Komrij, ‘om dichters over elkaar heen te laten buitelen, allerlei would-be-dichters het hoogste woord te laten voeren, mensen te vernederen en het nooit één keer over iemands gedichten te hebben. Het is gewoon een grote triomftocht van allerlei kleine keeltjes. Dichters zijn geen profeten, maar hier zijn het ook niet eens bandieten en schurken. Het zijn gewoon een handvol kleine boekhouders, krententellers en jaloerse schepsels die bijna nóg erger zijn dan de niet-dichtende mens. Als dat de poëziewereld is, moet de poëzie maar afgeschaft worden. Ik denk dat er van die honderd dichters die zich geroerd hebben hooguit twee of drie tussen zitten wier poëzie ook maar van enig belang is. Eigenlijk moet je zeggen: rot op, ga eens een gedicht schrijven, doe eens je best.’

Uiteindelijk werd eind januari 2009 bekendgemaakt dat de verkiezingen waren gewonnen door Ramsey Nasr, tot grote ver46 rassing van iedereen, niet in de laatste plaats van Tsead Bruinja, die zich zeker achtte van de overwinning. Soms kom je op grond van verkeerde argumenten tot de juiste conclusie. Soms leidt een ontoelaatbare procedure tot het gewenste resultaat. De verkiezingen van de derde Dichter des Vaderlands waren schandalig. Maar Ramsey Nasr is niet alleen een erg goed en interessant dichter, maar ook bij uitstek gekwalificeerd voor het ambt...

 

Bron: Hoe word ik een beroemd schrijver (Arbeiderspers, 2012)

terug naar boven


 

'Neem die letters met je voeten mee'

Foto door Dingena Mol

Door Corrie Verkerk

Een wereldpremière bij restaurant Open op het Westerdoksplein. Daar werd gisteren het eerste 'voetleespad' in gebruik genomen.

Het woord staat niet in het woordenboek en van dit 'voetleespad' zal over drie maanden tot een half jaar niets over zijn. Dan moeten de op het Westerdoksplein geverfde gedichten door voetgangers, regen en wind zijn uitgewist.

"Maar dan zijn die teksten misschien door jullie meegenomen en zullen ze eeuwig voortleven," zegt publiciste Eveline Brilleman bij de opening van het gedichtenpad. Poëzie in grote, witgekalkte letters, die met voeten getreden moet worden.

Brilleman schreef twee jaar geleden een boekje over de buurt: Rondom het Westerdok. "Vroeger had je hier treinen. Die zijn verdwenen. Daarna kwamen de krakers in de douaneloodsen, maar die zijn ook al lang weer weg."

En zo veranderde een eiland dat eigenlijk nooit een eiland was, maar wel een roemrijke geschiedenis kende. Het gedicht van Paul Rood herinnert aan die vervlogen tijden: 'De tijd schrijdt voort. / Waar eens op een stralende ochtend van een junidag in 1730 de geur van teer en touw, vis en vuil, de neusgaten vulde. / Waar eens, op een regenachtige oktobermiddag in 1903, schurende en schuivende treinwielen werden gehoord. / Daar bieden nu op een heldere voorjaarsmiddag in 2011 driedimensionale bakstenen de ogen rust. / De materie verandert, de tijd schrijdt voort.'

Nu speelt een kind op de geschilderde straatkunst, zich niet bewust van wat dan ook. Een vrouw grijpt naar haar mobieltje en houdt even stil bij de letters onder haar voeten. En een oudere vrouw mijmert over vroeger, toen de buurt zo anders was. Er is nog geprotesteerd tegen de panden die nu op het plein staan, weet ze. Of de twee jonge bewoners die vanaf een balkon het poëzieritueel gadeslaan, daar nog van op de hoogte zijn? In elk geval applaudisseren ze spontaan na het voorlezen van één van de gedichten.

Vorig jaar, tijdens een poëziemiddag in restaurant Open, kreeg het idee gestalte. Rood vond het jammer dat zo weinig poëzie in de openbare ruimte te lezen was. Brilleman: "Iets op gevels zetten? Daar moet je een vergunning voor hebben. En een gedicht op gevels projecteren is ook geen optie, want dat kost te veel geld."

Maar met wat hulp van Open en het stadsdeel kon wel 'gespoten' worden. Nu is de kunst op de grond gekalkt. Met een enorme spuitbus. "Eigenlijk een soort slagroomspuit," zegt illustrator/typograaf en beeldend kunstenaar Symen Veenstra, alias Enkeling. "Zo'n apparaat waarmee normaal gesproken markeringen op de weg worden aangebracht."

De hevige regen en storm gooiden donderdag bijna roet in het eten, maar gelukkig schijnt vandaag de zon. Vriendin Margje rekende, zette streepjes en telde de leegtes tussen de zinnen. Niets verscheen klakkeloos. Enkeling: "Het voelde alsof we wegwerkers waren die stiekem poëzie spoten."

Het langste gedicht is zowel van voren als van achteren te lezen. De maker, Tsead Bruinja, draagt voor. Een flard: 'Brug. Plein. Trein. / Kom je thuis of kijk je rond. / Weet je waar je bent als je thuis bent. / Kom je alleen of staat er iemand naast je. / Sta je er alleen voor als je samen bent. / Gaat de trein of komt de trein. / Is er iemand aan boord die je misschien kent. / Waait de wind of draait de wind ( )'

Een wandelaarster heeft het ritme van de poëzie helemaal 'onder de voeten'. "Het voelt alsof ik loop op de cadans van de tekst."

De makers zijn er blij mee. "En dan is het nu tijd voor de bitterballen."

 

Bron: Het Parool, 16-7-2011

terug naar boven


 

Reiniging spuit Voetleespad per abuis weg

Door Corrie Verkerk

AMSTERDAM Commotie rond het net geopende 'voetleespad' aan het Westerdoksplein. Medewerkers van restaurant Open sloegen gistermorgen alarm toen ze zagen hoe mannen van de stadsdeelreiniging korte metten maakten met het nieuwe poëziepad.

Een deel van de gedichten, in grote witte letters op de stenen van het plein gekalkt, werd zonder pardon weggespoten.

En dat terwijl het kunstpad vrijdag nog vol trots was gepresenteerd. Een 'wereldpremière', tot stand gekomen met hulp van Open en met een financiële bijdrage van 2500 euro van het stadsdeel.

De route was, wisten ook de makers, geen lang leven beschoren. "Over drie maanden tot een halfjaar zouden de teksten weggesleten zijn," aldus Eveline Brilleman, één van de initiatiefnemers. Maar vier dagen? Dat was wel erg kort.

Openeigenaar Gerry Mekes sprak de mannen van de reiniging aan en toonde hun de nodige papieren over het kunstproject. Niks illegaals aan. Mekes: "Het ziet er ook allesbehalve als graffiti uit. Ze trokken een beetje wit weg en zijn vertrokken."

Bij het stadsdeel zat men gisteren enigszins met de kwestie in de maag. Hier was, aldus een woordvoerder, sprake van een duidelijk gevalletje van miscommunicatie. "Iemand uit de buurt had een klacht bij de reiniging ingediend. Kennelijk een poëziecriticus of iemand die het niet op prijs stelt, op die letters uit te kijken."

Er wordt gepraat over een oplossing. De kunstenaars willen dat de poëzie gewoon terugkeert. Dichter Tsead Bruinja kan ondertussen wel lachen om het absurde van de situatie. "Maar het is natuurlijk niet leuk. Ik heb mijn gedicht speciaal hiervoor geschreven, heb er een stuk gevoel inzitten."

Hij heeft nog geluk gehad. De schoonmakers staakten hun actie na een derde van zijn werk te hebben verwijderd. Dat van Paul Rood vol herinneringen aan de historie van het Westerdok was al, letterlijk, van de aardbodem verdwenen. Bruinja: "Als het terugkeert, kunnen we meteen een fout herstellen. Er stond driemensionaal in plaats van driedimensionaal."

De woordvoerder van het stadsdeel ziet een zonnige zijde. "Kunst hoort prikkelend te zijn. Dat is op deze situatie zeker van toepassing."

 

Bron: Het Parool, 20-7-2011

terug naar boven



In moai ferskaat

Door Jacob Haagsma

It is mei de ferskes fan Bob Dylan hast lykas mei de stikken fan jazzpianist Thelonious Monk. Spylje sokken it sels, dan klinke se hast útwrydsk en yn alle gefallen tige eigen en karakteristyk. Pas yn de útfiering fan oaren docht bliken hoe, ja, universeel as se eins binne, hoe melodieus ek.

... Tsead Bruinja praat en sjongt him troch in dekor fan 'soundscapes' en dat klinkt ek bêst: ,,Eh, stjerre kin my net in fuck skille heite".

Bron: Leeuwarder Courant, 26-11-2010

terug naar boven



Breng export Nederlandse cultuur niet in gevaar

Door Rudi Wester

Groot is het protest tegen de plannen van het nieuwe kabinet om 200 miljoen op de kunstsector te bezuinigen. En terecht. Inclusief het voorstel om het Muziekcentrum van de Omroep op te heffen (31 miljoen) en het btw-tarief op kunstaankopen en toegangskaartjes naar 19 procent te verhogen (opbrengst onduidelijk), wordt de culturele sector onevenredig hard getroffen met een bezuiniging van 40 à 50 procent. Waarom eigenlijk?

Want buiten de kaalslag die in Nederland zal plaatsvinden, wordt ook een belangrijk exportproduct onderuit gehaald: de Nederlandse kunst en cultuur. Wat als in het buitenland geen tentoonstellingen van hedendaagse beeldende kunst, fotografie en design, geen optredens van musici, geen dans- of theatervoorstellingen, geen vertalingen van Nederlandse literatuur en geen films meer te bewonderen zijn? Dan derft de Nederlandse schatkist niet alleen miljoenen, maar loopt ook het imago van Nederland als een rijk geschakeerd cultureel land onherroepelijk schade op. Dat imago is te danken aan het noeste werken en inventieve ondernemen van honderden kunstenaars en de sector- en cultuurfondsen.

Ik heb het tientallen jaren van dichtbij meegemaakt. Eerst als directeur van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds. Dit fonds had tot taak vertalingen van Nederlandstalige en Friese literatuur in het buitenland te bevorderen. Het was in de tijd dat de Nederlander zei vooral geen Nederlandse literatuur te lezen, maar de voorkeur te geven aan Amerikaanse en Engelse schrijvers. Net als de nieuwe staatssecretaris van Cultuur, Halbe Zijlstra, die Robert Ludlum, Tolkien en James Clavell als favorieten heeft. Niets op tegen natuurlijk, maar ik kan hem aanraden om, naast Geert Mak, ook eens Arnon Grunberg, Hella Haasse, Kader Abdolah, Saskia Noort, Cees Nooteboom, de Friese dichters Tjebbe Hettinga en Tsead Bruinja, Anna Enquist en anderen te lezen, want die zijn in tientallen talen vertaald en de buitenlandse lezer lust er wel pap van...

Bron: Opinie en Debat, Volkskrant, 29-10-2010

terug naar boven



Spinvis. 'hoger dan schrijvertjes en poëten'

Door Jacob Haaqsma

GRONINGEN - Rapper Typhoon (Glenn de Randamie) was twaalf toen hij zijn eerste tekst schreef, uit boosheid over racisme.

Muzikant Spinvis (Erik de Jong) was even oud bij zijn eerste pennevrucht, over zijn dode kat. Beiden schreven toen nog in het Engels. Dat is in ieder geval veranderd.

Het Gastschrijverschap aan de Rijksuniversiteit Groningen bestaat 25 jaar. Om dat te vieren is er dit seizoen niet zozeer één schrijver te gast, maar een heel genre, door de hoge cultuur vaak enigszins veronachtzaamd: pop, en poptekstschrijvers.

De reeks wordt de komende weken voortgezet met onder anderen Freek de Jonge, Stel Bos Ellen ten Domme en Huub van der Lubbe.

De aftrap van 'Bloedende ha, ten', zoals het programma gedoopt is, leverde een afgeladen aula in het Groninger Academiegebouw op: een bonte verzameling van reguliere studenten. oudere popliefhebbers. aansto, mend raptalent en een aardige vertegenwoordiging van de Leeuwarder Academie voor Popcultuur. Dicky Gilbers, ouddocent aldaar, zit in de selectiecommissie.

Typhoon en Spinvis (Monkees en Gorilla, zijn mijn voorbeelden") worden geen van beiden graag herinnerd aan hun eerste schrijfsels, vertellen ze gespreksleider Leon Verdonschot.

Ze hebben sindsdien hun eigen stem gezocht en gevonden.

Het gebruik van het Nederlands speelde daarbij natuurlijk een grote rol, bij Spinvis geïnspireerd door punkbands uit zijn woonplaats Utrecht.

Hij streeft ernaar om voorbij de anekdote te raken. Het verdriet om die kat is het verdriet van alle mensen", zegt hij, dat moet je duidelijk maken.- Ook Typhoon is erachter dat je niet eeuwig boos kunt blijven. Je moet het stileren, je moet ruimte in je tekst durven maken." Bij Spinvis komt dat vooral neer op _het weghalen van betekenis".

Spinvis kreeg onlangs de Johnny van Doorn-prijs. De jury prees hem met de woorden Nimmer is een Nederlandse singer-songwriter dichterbij literatuur gekomen dan Spinvis."

Goedbedoelde woorden, vindt hij, daar niet van. Maar daaruit zou blijken dat literatuur het hoogst haalbare is, hoger dan muziek. En zo zit het niet. Terwijl Typhoon over een jaar of tien wel een bundel met verzamelde rapteksten voor zich ziet, haalt Spinvis het niet in zijn hoofd.

Het moet geluid worden, we zijn bezig met geluidskunst. Muziek 'ode hoogste muze, en wij schurken daar tegenaan. Omdat we met ons lichaam werken, onze stem. Daarom zijn wij hoger dan die schrijvertjes en poefen."

Hij kreeg er luidkeels applaus voor, maar na afloop werden hij en Typhoon toch bedankt met een ouderwetse, papieren dichtbundel: Overwoekerd van Tsead Bruinja.

 

Bron: Leeuwarder Courant, mei 2010 & www.meinderttalma.nl

terug naar boven



Weg uit Groningen

TALMA TIKT

door Meindert Talma

Op bevrijdingsavond keek ik naar 'Benali in boeken', een boekenprogramma waarin de schrijver Abdelkader Benali op zoek gaat naar de literaire hartslag van zes Nederlandse en Vlaamse steden.DeAmsterdamseMarrokaan was in de Martinistad beland en vroeg zich hardop af: 'Groningen Hier hangt in het najaar de geur van suikerbieten.

Al het literaire talent in deze stad stelt zich vroeg of laat de vraag: Moet ik gaan of moet ik blijven? Als je hier blijft moet je wel verdomd goed weten wat je hier houdt, zo ver weg van de literaire kerncentrales.'

Sommige kijkende stadjers keken vreemd op, want de Groningse suikerfabriek is al ruim twee jaar gesloten. Benali had zeker een paar columns gelezen van Martin Bril die, als hij weer eens terug was in Groningen, altijd weer begon over die heerlijke, bitterzoete geur van suikerbieten in het najaar. Met Dirk vanWeelden, de vroegere Groningse schrijverskompaan van Martin Bril, ging Benali een stukje hardlopen langs de Amsterdamse Bosbaan.

'Om een échte schrijver te worden', hijgde Dirk, 'moest ik weg uit Groningen.' Abdelkader knikte begrijpend. Dirk en hij leken op elkaar. Beide lopers van marathons. Beide schrijvers van Amsterdamse, kosmopolitische meesterwerken.

Beide presentatoren ook van een intellectueel televisieprogramma op de nationale televisie.

Even later stond hij met Hobbyrocker Rense Sinkgraven bij een begraafplaats gelegen op een wierde te Wierum.

Nadat Rense een tijdje gemijmerd had over het schitterende weidse Groningse landschap zei Benali opeens: 'Iemand vertelde me: Zij die blijven in Groningen die oefenen in sterven.'

'Wie zei dat dan?', reageerde Rense verontwaardigd. 'Ik vind dus niet dat je hier stagneert in Groningen. De grond onder jouw voeten, daar is toch niks mis mee? Heel veel mensen kijken helemaal niet meer. Die gaan maar weg, maar weten helemaal niets meer van hun eigen geboortegrond of waar ze leven. Ze zien niets. Juist dat oog voor details kan heel belangrijk zijn, ook voor de kunst, want dan zie je alles beter.'

Benali knikte weer een keer, maar het was duidelijk dat de lage, gemoedelijke Groningse hartslag niet aan hem besteed was. Snel nam hij de trein terug naar Amsterdam.

De volgende dag reisde ik zelf met de trein naar de hoofdstad, waar ik in het zaaltje achter poëziewinkel Perdu enkele nummers zou zingen op de presentatie van 'Overwoekerd', de nieuwe gedichtenbundel van Tsead Bruinja.

Voor de presentatie begon,kwamenTsead en ik te spreken over het programma van Benali. Tsead vertelde dat hij het indertijd na negen jaar wel had gezien in Groningen.

Na alles georganiseerd en gepromoot te hebben wat er maar te bedenken was aan Groningse literatuurfestiviteiten, wilde hij weg. Enkele heftige relaties met vrouwen uit het Groningse dichterscircuit maakten deze stap nog gemakkelijker, want Groningen is niet een heel grote stad en het is met dichters net zoals met Friezen om utens: ze zoeken elkaar altijd weer op.

In 2003 verhuisde hij eerst naar Diemen, om al snel in Amsterdam te belanden, waar hem nog mooiere literaire festivals, jury's en happenings stonden te wachten. En zoals bekend bij de trouwe lezers van de cultuurpagina van deze krant heeft Tsead zich in dezen niet onbetuigd gelaten.

En ik? Ik blijf lekker zitten in Groningen. Eerst nog in Zuidhorn, maar L. struint al maanden elke dag op Funda. nl naar een betaalbaar huis in de mooiste stad van Nederland.

Bron: Leeuwarder Courant, mei 2010 & www.meinderttalma.nl

terug naar boven



Tsead Bruinja naar poëziefestival in Nicaragua


Leeuwarden - Dichter Tsead Bruinja (1974, Rinsumageest) is deze maand te gast op een internationaal poëziefestival in Nicaragua. Hij zal daar samen met ruim honderd andere dichters werk voordragen. Dat gebeurt op tal van plekken, van kerken en politiebureaus tot scholen en parken.
Bruinja vertegenwoordigt Nederland samen met dichter Astrid Lampe. Het poëziefestival is gratis toegankelijk voor de plaatselijke bevolking.
Het festival, dat voor de zesde keer wordt gehouden, staat in het teken van de Nicaraguaanse dichter en priester Azarías H. Pallais (1884-1956) en vindt plaats van 15 tot en met 20 februari.

Bron: Friesch Dagblad, 08-02-2010

Tsead Bruinja naar Nicaragua

LEEUWARDEN - De Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja uit Amsterdam en dichteres Astrid Lampe uit Utrecht reizen deze week naar Nicaragua. Ze zullen er voorlezen uit hun werk tijdens het Festival Internacional De Poesia De Granada, van 15 tot en met 20 februari. Er doen meer dan honderd dichters uit allerlei landen mee aan het festival.

De zesde editie staat in het teken van de Nicaraguaanse dichter en priester Azarías H. Pallais (1884-1956).

Naast optredens in het Granada Poëzie Park dragen de dichters hun werk voor in kerken, politiebureaus, buurthuizen, scholen en universiteiten. De vertalingen en de vliegreis van Lampe en Bruinja worden gesubsidieerd door het nieuwe Nederlands Letterenfonds.

Bron: Leeuwarder Courant, 08-02-2010


terug naar boven



Friese Toppers

Bruinja, Seunnenga en Talma samen op tournee

Leeuwarden - Dichter Tsead Bruinja en de muzikanten Meindert Talma en Jankobus Seunnenga werken aan een gezamenlijk muziekprogramma waarmee ze op trournee gaan door Fryslân. De mannen zullen ieder vanuit hun eigen invalshoek werken, maar ook samen uitvoeringen voor het voetlicht brengen. Dat heeft Jankobus Seunnenga gisteren bekendgemaakt.
Het programma waaraan het drietal werkt zal bestaan uit gezang, getokkel, dicht- en verhaalkunst en gesprekken met het publiek. De actualiteit zal hierbij een belangrijke rol spelen. Het wordt een productie in het Fries, Nederlands en Liwwadders. De eerste try-outs zullen de komende maanden al plaatsvinden, maar de uiteindelijke première staat gepland voor begin volgend jaar.

Bron: Friesch Dagblad, 19-09-2009

Friese Toppers op tournee

LEEUWARDEN - Dichter Tsead Bruinja en de muzikanten Jankobus Seunnenga en Meindert Talma bereiden een gezamenlijk programma voor. Daarmee gaan ze volgend jaar op tournee, te beginnen in Friesland. ,,We gaan onze eigen dingen doen, maar ook op elkaar reageren", zegt Seunnenga. De voertaal is, althans binnen de provinciegrenzen, Fries, Nederlands en Liwwadders.

Bron: Leeuwarder Courant, 18-09-2009


terug naar boven



Tommy Wieringa in gesprek met Paul Witteman donderdag 14 mei 2009 bij Pauw en Witteman
 
Witteman: De vorige keer moest je bij wijze van spreken nog met een tasje in je handen naar de boekhandelaar om te vragen: 'Willen jullie mijn boek niet in de etalage leggen?'
Wieringa: Er waren er 437 van Joe Speedboat in de Nederlandse boekwinkel te vinden, dat wil zeggen eenderde boek per boekhandel.
Witteman: En hoe heb je dat weten op te kalefateren, dat aantal?
Wieringa: ...dat is minder dan van een dichtbundel van Tsead Bruinja.
(Gegrinnik in de zaal)
Witteman: Nou noem je wel een naam.
Wieringa: Maar goed dat was een reusachtig bezwaar, terwijl de recensies fantastisch waren, was het ('Joe Speedboat') nergens te vinden.

http://pauwenwitteman.vara.nl/Archief-detail.113.0.html?&tx_ttnews[tt_news]=11176&tx_ttnews[backPid]=111&cHash=ec34a72e85


terug naar boven



Friesland regeert in Paradiso

Door Richard van de Crommert

Al vanaf de zeventiende eeuw oefent de Friese taal een grote invloed op het Amsterdamse taalgebruik uit. Het was in Paradiso dan ook eindelijk eens het thema van het Bal der Geweigerden, georganiseerd ter gelegenheid van de jaarlijkse Boekenweek. GROOTS werd het Bal der Geweigerden de afgelopen jaren gevierd in Paradiso. Maar dit jaar werd het een heel ingetogen belevenis. "Dat komt omdat we de vorige jaren veel cabaretiers hadden", verklaart Peter Smit, organisator van de jaarlijkse tegenhanger van het Boekenbal, "Mensen komen op cabaretiers af. En bovendien: met een Fries thema moet je klein beginnen."

Daar waar het Boekenbal slechts toegang biedt aan de elite van de literaire wereld, mag elke liefhebber wel naar binnen bij het Bal der Geweigerden. Toch was dit jaar alles anders. Kaartjes waren er weliswaar voldoende, maar een vriendelijke doch dwingende uitsmijter joeg in eerste instantie alle bezoekers beslist weg.

"Er melden zich nogal veel mensen aan de deur, maar die komen allemaal voor een groot hiphopfeest in de grote zaal", excuseerde hij zich. "Daar treedt Q-tip op." Voor wie nog nooit van hem gehoord heeft: het is de rapper die A Tribe Called Quest heeft opgericht en meegedaan heeft op platen van Janet Jackson en Deee Lite.

Wie uiteindelijk binnenkwam op het Friezenbal, laafde zich in een gemoedelijk feestje. Sonnema-meisjes deelden mixdrankjes uit. Pas na half elf kwam het pure spul door. Niet elke aanwezige kon het kruidendrankje op waarde schatten. Dichter Anne Feddema liet zich ontvallen: "Op een avond als dit moet gedronken worden. Maar in plaats van Berenburg heb ik veel liever een koude Kriek van de tap. Maar daar heb ik hier in de stad nog geen adresje voor gevonden."

Bovendien zei een andere bezoeker: "Weet je wel dat echte Friezen geen Sonnema drinken. Die vinden dat nep en drinken de Berenburg van Weduwe Joustra."

Voor het programma in Paradiso werd de in Amsterdam wonende dichter Tsead Bruinja aangezocht, die zelf een vlammende voordracht uit eigen werk deed. Na elke lezing klonk er groot gejuich in de bovenzaal van Paradiso. Optredens waren er van troubadour Gurbe Douwstra en gitarist Piter Wilkens. En die laatste kreeg de voetjes van de vloer. Er werden zelfs collectief sprongetjes gemaakt.

Een dame die we in de gaten moeten houden, is de net afgestudeerde Elske DeWal. Onlangs heeft ze een aanbieding gekregen bij platenmaatschappij Universal. Op het bal werd gefluisterd dat de singer-songwriter dezelfde potentie heeft als Nynke Laverman. Volgens zanger Syb van der Ploeg is de muzikante in elk geval het best bewaarde geheim van Friesland.

Aan het eind van de avond werd Tsead Bruinja geëerd door de organisatie. "Hij had Dichter des Vaderlands moeten worden." Nu is de in Antwerpen wonende Ramsey Nasr het geworden. Waar dat aan ligt? "De Friese en Nederlandse literatuur leeft volledig naast elkaar heen", vertelt Smit. Niet eerlijk, vindt hij. "Nog nooit heeft een Fries de PC Hooftprijs gewonnen. Statistisch gezien zou dat toch één keer in de dertig jaar moeten gebeuren. Dan wordt het nu wel eens tijd."

Maar daar waar in de Stadsschouwburg het officiële Boekenbal rond de klok van half twee 's nachts nog naar een hoogtepunt toewerkte, doofde langzaamaan het licht in de bovenzaal van Paradiso. Niet erg, volgens Prins. Hij toonde zich tevreden over de opkomst. "Het was een vrij jonge boel en niet slechts een bijeenkomst voor bejaarden", stelde hij aan het eind van de avond vast.

Bron: DeTelegraag, 13-03-2009

terug naar boven



Dynamisch Friezenbal in Paradiso

Door Pieter de Groot

Het begon vijf jaar geleden als het Bal der Geweigerden voor schrijvers die geen kaartje hadden voor het officiële boekenbal. Inmiddels is het alternatieve boekenbal een traditie. Gisteravond stond het in het teken van de Friese literatuur.

Het begon vijf jaar geleden als het Bal der Geweigerden voor schrijvers die geen kaartje hadden voor het officiële boekenbal. Inmiddels is het alternatieve boekenbal een traditie. Gisteravond stond het in het teken van de Friese literatuur.

AMSTERDAM - Terwijl de genodigden voor het officiële boekenbal voor de ingang van de Amsterdamse Stadsschouwburg gisteravond rond half negen geduldig wachtten tot ze naar binnen mochten, was het honderd meter verderop dringen geblazen bij poptempel Paradiso, waar het alternatieve boekenbal plaatsvond. Dit door de stichting Letter en Feest georganiseerde bal stond ditmaal in het teken van de Friese literatuur. Had de publiciteit dan toch haar werk gedaan? Maar schijn bedroog. Eenmaal binnen splitste het publiek zich op, want de Friese poëzie bleek stevige concurrentie te hebben van een hiphopconcert en een rockevenement. De kleine zaal liep niettemin vol. Volgens de organisatoren waren er 170 kaarten verkocht aan een zeer gemêleerd publiek, waaronder opvallend veel jongeren, veelal door hun Friese kennissen in Amsterdam meegetroond.

Daar was kennelijk ook op gerekend, want zoals het een poptempel betaamt, werd men geacht te staan. In het achterste deel van de zaal, bij de bar, leek het de hele avond staande receptie, waar ononderbroken gepraat, gelachen en vooral gedronken werd. Berenburg-cola was dankzij een Friese sponsor het favoriete drankje. Presentator Marcel Verreck moest de zaal geregeld tot stilte manen als hij aandacht vroeg voor de optredende dichters en zangers. De dichter Tsead Bruinja vertaalde dat onmiddellijk in het Fries: ,,Hâld jim even de bek.'' Gurbe Douwstra, die het bal opende, was niet van het podium te slaan. ,,Nu ik hier in Paradiso staat, wil ik er ik even van genieten.''

Douwstra was evenals Elske DeWall en Piter Wilkens gevraagd vanwege de vertolking van Leonard Cohen , maar daarnaast putten ze royaal uit hun eigen repertoire. Elske DeWall, die zei dat ze uit ,,het kleine dorpje Veenwouden'' kwam - waarom maken Friezen zich zo klein in een grote stad? - verontschuldigde zich dat haar repertoire Engels is. ,,Dan kan iedereen het in elk geval verstaan.'' Dat verstaan van het Fries was voor de mensen geen probleem, de dichters Hidde Boersma, Anne Feddema, Cornelis van der Wal en Tsead Bruinja lazen hun poëzie meestal afwisselend in het Fries en Nederlands voor.

Stuk voor stuk bespeelden ze de zaal met veel flair. Elk optreden werd dan ook op veel applaus onthaald. Het publiek was minder gezapig dan dat van het Frysk Boekefeest van een paar weken geleden. Dat bleek vooral aan het slot toen Pieter Wilkens de aanwezigen wist te verleiden tot het meedoen aan zijn eigen vogeltjesdans, die van de 'ljip'. Na afloop kreeg iedereen een gratis balboekje met in twee talen het werk van de optredende dichters om thuis na te genieten. Organisator Peter Smit was na afloop een tevreden man. Volgend jaar weer?

Bron: De Leeuwarder Courant, 11-03-2009

P.s. de volgende dag stond de volgende ingezonden brief in de krant:

Olimpsk

Terwijl de internationale sporters, de vaandels gehesen, langs de tribunes van het Olympisch Stadion marcheerden, werd op een kleine honderd meter afstand het Friese, alternatieve Olimpske Spul geopend. Zo'n zeventig Friezen, van wie 39 'om útens', waren daar op afgekomen om met elkaar Fries te dammen en te luisteren naar Nynke Wilkens, die een deel van haar nieuwe programma bracht dat ze in een grot in Kirgizië heeft geschreven. Ook las dichter Cornelis van der Bruinja voor uit alweer een nieuwe bundel, 'Silst ek ris ien fuortjaan?'. Organiserend komité Wy Ek Bliksem! (WEB) sprak van een groot succes. ,,It wie like drok as ús alternative Nobelpriisútrikking! It is in goed ding west dat wy sûnt it alternative Boekebal ynternasjionaal gong binne. Sa komme wy der sels ek ris út!'' /

Bron: De Leeuwarder Courant, 12-03-2009

terug naar boven



'Hoe is de worst?'

Door Jiska Fischer

Het bovenzaaltje in Paradiso met zwarte gordijnen houdt de boze buitenwereld buiten. Het alternatieve boekenbal, georganiseerd door de Stichting Letter & Feest, heeft besloten dat de Friese taal extra aandacht behoeft. De aanwezigen, van wie minder dan de helft de Friese taal machtig is, kijken amechtig naar een documentaire over het vinden van kievitseieren. Gelukkig is de documentaire ondertiteld.

"Hoe is de worst?" vraagt de Master of Ceremony (M.o.C.), nadat meisjes met Sonnemaschorten zijn rondgegaan met leverworst. Er staat een plastic bakje mosterd op hun aluminium presenteerschalen, en elk plakje worst heeft een olijk vlaggetje van de firma Kroon. Twee discobollen hangen lusteloos aan het plafond.

Hier gaat het natuurlijk om de Friese cultuur. Dichter Anne Feddema leest met opgestoken vinger voor uit eigen werk. Hij begint met een citaat van Rainer Maria Rilke. Aan de rest valt geen touw vast te knopen. Vervolgens staat Elske DeWall met haar gitaar op het podium. Wanneer zij het tweede nummer in het Engels zingt, begint de Friese goegemeente er keihard doorheen te leuteren.

Een verdieping lager hebben de gasten van het Q-Tip-feestje hoorbaar meer pret. Dat Friezen stug zijn, zelfs na een flinke injectie met berenburg, is maar weer eens bevestigd. Adviesje: mocht dit nog een keer worden herhaald, haal dan Epke (Zonderland) en Sven (Kramer) van stal.

Bron: Het Parool, 11-03-2009

terug naar boven



Talma Tikt - Friestalige Column over een optreden van Arjen Terpstra, Meindert Talma en Tsead Bruinja tijdens de Fryske Boekewiken

Flierbedekking

Door Meindert Talma

Talma Tikt Yn it ramt fan de Fryske boekewike bin ik dizze en oare wike mei dichter Tsead Bruinja (34) en skriuwer Arjen Terpstra (60) op 'en paad. Tsead kin ik al sûnt 1997, mar Terpstra de sakeman, seeman, ûntwerper fan skippen, senarioskriuwer foar Steven de Jong en skriuwer fan de bestseller De hearen fan Fryslân ha'k noch noait troffen. Yn fiif bibleteken yn Fryslân bringe we in literêr programma, mei foar my de taak om foar de muzikale noat te soargjen. Ik ha noch gau de ôfrûne jûnen Terpstra's roman lêzen. Dat wie gjin straf. De aventoeren fan de Fryske boeren en cowboys yn Gaasterlân en it Amerikaanske Montana lêze as in trein. Us earste optreden fynt plak yn de bibleteek fan Balk. Yn 'e auto

besykje ik my te herinnerjen wannear't ik foar it lêst yn Gaasterlân west haw. Ik moat trettjin jier werom yn 'e tiid: it petear foar de Blauwe Fedde mei myn âld-leraar Ingelsk en master-oersetter Klaas Bruinsma yn syn fakânsjehúske yn Aldemardum. By myn oankomst wiist ien fan de bibliotekaressen wêr't ik myn apparatuer delsette kin. De flierbedekking yn de bibleteek bestiet út tapyttegels mei dêrop hieltyd deselde ôfdrukte tekst. It is in gedicht dat begjint mei: 'O lân fan wâlden, ikkers, greiden, besletten tusken sé en mar. Fan alle lannen hjir op ierde hâld ik myn Gaesterlân foar kar.' De bibletekaresse sjocht my lêzen en seit: 'It Gaesterlânsk Liet fan Fedde Schurer. Soene jo dat ek spylje kinne?' 'Nee, dat liet is my ûnbekend.' 'Dat is spitich, oars koenen we allegear moai meisjonge no?' Dêr binne Tsead, lykas altyd mei milimetere hier en in grutte laits op syn antlit, en Arjen Terpstra, in rizige man mei in steil boskje griis hier, gouden horloazje en cowboylearzen.

'Dû bist hielendal klear foar it petear mei Terpstra sjoch ik', wiis ik nei it T-shirt fan Tsead mei dêrop in revolvergekke cowboy. 'Ja', laket Tsead, 'even sjen oft ik him wat moaie cowboy- en indianeferhalen ûntfytmanje kin.' Dat slagget Tsead tige bêst. Terpstra lit him sjen as in man fan dizze wrâld. Hy is adrem en komt mei moaie ferhalen oer syn omkes en syn frou: 'At ik wer ris in wyld plan ha om op in sylboat nei Kaap de Goede Hoop te farren om dat iene ûnbewenne eilân op te sykjen, skoddet myn frou de holle en seit dat ik dat allinne dwaan wol om letter op feestjes sizze te kinnen: Moatst sjen wat ik dien ha! Hat se tink ik wol gelyk oan.' Oer syn heit, de ferneamde skriuwer Piter Terpstra: 'Us heit en ik wienen dei en nacht ferskil. We ha inoar noait goed lein.' Terpstra, dy't twa kear yn syn libben yn Amearika wenne hat, lêst allinnich Amerikaanske skriuwers as John Steinbeck. De twa oare Fryske bestsellerskriuwers dy't Fryslân de lêste desennia kend hat, binne net oan Terpstra bestege: 'Fan Rink van der Velde ha'k noch noait in

boek lêzen. Fan Hylke Speerstra ha'k allinne Heil om seil lêzen. De Oerpolder wie te dreech foar my, dat boek snapte ik leau ik net hielendal.' It foarlêzen is minder Terpstra syn ding: 'Ik ha in ferrekte hekel oan foarlêzen. Mar it moat mar. Myn bêrn sizze ek altyd dat ik foar gjin meter foarlêze kin.' It docht letter bliken dat Terpstra sân bêrn hat, wêrfan trije hiele jonge. Ut it troch Tsead útsochte fragmint út De hearen fan Fryslân (Fanwege de drokke saken hie Terpstra it net oan tiid hân om him ta te rieden. Hy hie sels noch twa kear op it punt stien om de bibleteektour mar hielendal ôf te blazen) blykt dat it wol wat tafalt mei Terpstra syn hekel oan it foarlêzen. Sommige wurden sprekt er út op syn Hollânsk. At syn mobile tillefoan ûnder it foarlêzen ôfgiet, seit er: 'Dat sil myn frou wêze. Dy wol altyd witte wêr't ik úthingje. Is miskien ek net sa nuver.' Nei Terpstra syn foardracht sjong ik in pear lieten en draacht Tsead gedichten foar. 'Hjir in gedicht dat ik foar myn frou skreaun ha', seit Tsead

by syn lêste gedicht. 'Doe't ik har fiif jier lyn frege om mei my te trouwen krige se sa'n prachtige glâns yn har eagen. It is spitich dat ik har, no't we troud binne, net noch in kear in oansyk dwaan kin.' 'Wat no', laket Terpstra, dy't fjouwer kear troud is en fertroud mei alle geheimen fan it houlik, 'is de glâns fuort?!' As ik alles ynpakt ha foar de weromreis falt myn each noch ien kear op Schurers lofsang op Gaasterlân. Soene der ek gedichten bestean oer flierbedekking? Ik ha oait in skoftsje wat hân mei in frou dy't it it leafste die op har âlde flierbedekking. Oardel oere letter fyn ik op ynternet dit gedicht fan it dichtersduo Jeska Brander en Sandra Andela: 'Kus me, kus me toch! / Jouw liefde is zoeter dan zout / je geurt naar actionparfum / jongen uit Friesland / wat ben je toch mooi / zo mooi als de vloerbedekking uit het wiskundelokaal.'

Bron: De Leeuwarder Courant, 28-02-2009

terug naar boven



Friezenbal dankzij P. C. Hooft en een baron

Door Sietse de Vries

Het alternatieve boekenbal, vijf jaar geleden voor het eerst gehouden als het Bal der Geweigerden, staat dit jaar in het teken van het Friese gedicht. In een bovenzaal van Paradiso klinken op 10 maart - dezelfde dag als het officiële boekenbal in de Stadsschouwburg - tijdens 'Het Friezenbal' de hele avond de klanken van Friese dichters en zangers.

Het alternatieve boekenbal, vijf jaar geleden voor het eerst gehouden als het Bal der Geweigerden, staat dit jaar in het teken van het Friese gedicht. In een bovenzaal van Paradiso klinken op 10 maart - dezelfde dag als het officiële boekenbal in de Stadsschouwburg - tijdens 'Het Friezenbal' de hele avond de klanken van Friese dichters en zangers.

AMSTERDAM - Schrijver Peter Smit is een van de organisatoren van het alternatieve boekenbal. Hij zit tevens in het bestuur van de stichting P. C. Hooft-prijs. ,,In de statuten van de P. C. Hooftprijs staat dat de prijs naar een Nederlandse, maar ook naar een Friese schrijver kan gaan. Dat laatste is nog nooit gebeurd. Dat kan toeval zijn - er wonen 600.000 mensen in Friesland, een dertigste van de Nederlandse bevolking - maar het heeft misschien ook te maken met de onbekendheid van de Friese literatuur. Toen we ons afvroegen hoe we die Friese literatuur wat meer bekendheid kunnen geven, kwamen we op het idee van het Friezenbal.''

Het was niet alleen de P. C. Hooftprijs die Smits interesse voor de Friese literatuur wekte, dat deed eerder ook Feyo Schelto Sixma Baron van Heemstra (1916-1999), die hij leerde kennen tijdens vergaderingen van de Vereniging van Letterkundigen. Sixma van Heemstra schreef onder het pseudoniem Homme Eernstma twee romans: 'Leafdedea' in het Fries en 'Roman Hagois' in het Nederlands.

De verhalen van de baron rond die beide boeken intrigeerden Smit. Zo vertelde Sixma van Heemstra Peter Smit dat zijn familie bijna alle exemplaren van 'Leafdedea' en 'Roman Hagois' heeft opgekocht. Diens vader was jarenlang particulier secretaris van koningin-moeder Emma en later van haar dochter koningin Wilhelmina. In 'Roman Hagois' - een chronique scandaleuze over het vooroorlogse Den Haag - doet de schrijver een greep in de hofgeheimen die de Sixma van Heemstra's als deel van een hun eigen familiegeheim waren gaan beschouwen.

Meest opzienbare feit daaruit is dat kroonprins Willem III in 1842, tijdens een orgie met veel drank en blote vrouwen in Paleis Het Loo, zijn vader koning Willem II heeft doodgeschoten. Het schandaal werd onmiddellijk in de doofpot gestopt, maar bleef nog lang in de hogere kringen circuleren. Peter Smit: ,,Ik heb op internet bij antiquariaten op zoek gegaan naar de beide romans van Sixma van Heemstra, maar het wordt bijna nergens aangeboden.

Terwijl ik - als ik mijn eigen naam in tik - heel veel meldingen krijg. Sixma van Heemstra vertelde mij ook dat hij bij de notaris heeft laten vastleggen dat iedereen die dat wil zijn boeken opnieuw mag uitgeven. Het leek mij een leuk idee om als alternatief boekengeschenk de beide boeken van Sixma van Heemstra in een band te presenteren.'' Dat laatst had te veel voeten in de aarde om op korte termijn uit te voeren.

Daarom is besloten bij wijze van alternatief boekenweekgeschenk een tweetalig bundeltje te maken met gedichten van Tsead Bruinja, Anne Feddema, Hidde Boersma en Cornelis van der Wal. Die dichters lezen tijdens het Friezenbal ook voor uit eigen werk. Piter Wilkens, Elske DeWall en Gurbe Douwstra verzorgen elk een optreden van twintig tot dertig minuten. Het is overigens de tweede keer dat er een alternatief Fries boekenbal wordt gehouden.

Vorig jaar hield een groepje schrijvers op de avond van het Boekefeest - het startsignaal van de Fryske Boekewike - uit onvrede het vermeende oubollige karakter van het programma een eigen feest. Het officiële feest was toen in het atrium van het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden, het alternatieve, door dichter Eeltsje Hettinga en journaliste Marijke Roskam georganiseerde feest in de bovenzaal van café de Scamele Ruter.

Bron: De Leeuwarder Courant, 18-02-2009

terug naar boven



'Friezenbal' op steenworp afstand van boekenbal

AMSTERDAM - Het alternatieve boekenbal, dat op 10 maart voor de vijfde keer in het hoofdstedelijke Paradiso wordt gehouden, staat dit jaar in het teken van het Friese gedicht. Op de avond, aangekondigd als 'Het Friezenbal', worden optredens verzorgd door de muzikanten Piter Wilkens, Elske DeWal en Gurbe Douwstra en door de dichters Tsead Bruinja, Anne Feddema, Hidde Boersma en Cornelis van der Wal. Er wordt ook een alternatief boekenweekgeschenk gepresenteerd met gedichten van deze vier. Het Friezenbal vindt plaats op dezelfde avond als het officiële boekenbal, op een steenworp afstand in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein.

Bron: De Leeuwarder Courant, 17-02-2009

terug naar boven


De vrolijke provocaties van genomineerde Tsead Bruinja

Bron: De Varagids, februari 2009

 


Meeslepende koorts

Door Hans Mellendijk

Het was me 'n boezerig begin, dit jaor. Met zeer wisselende stemmingen. Eerst de uitbundigheid bij de inauguratie van Obama. Een euforie die tot m'n verjaardag daags erna en de viering daarvan in 't weekeinde tot en met de zondag duurde. Maar dan de terugslag.

Eindelijk sloeg dan toch ook bij mij Blue Monday in als een bom. Wetenschappelijk gezien welliswaar een week te laat. Maar gelukkig hadden vrienden me becadeaud met prachtige muziek van Marianne Faithfull en Tom Waits. Easy come Easy Go en Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards drukten dra de depressie de kop in. Om daarna dubbel zo hard terug te keren toen ik op gedichtendag terugkeek naar de strijd om het Dichterschap des Vaderlands.

Want daar had ik me in mee laten slepen. Had ik nog enige twijfel, toen ik Tsead Bruinja vorige keer aanprees als de meest geschikte kandidaat voor de functie.
Ondertussen werd ik terwijl de Achterhoek door griep werd geveld door Tsead met z'n virale marketingstechnieken aangestoken. Hij was de eerste die plannen kon presenteren. Waar ik vooral gecharmeerd werd door de aandacht voor de streektalen. Ons eigen Staringinstituut blijkbaar niet. Of het instituut voor het streekeigene lag te slapen of het was zo verstandig niet partijdig te zijn in deze.

Ik genoot hoe Bruinja als een jonge hond de strijd aanging maar vond het aanbieden van de vliegticket voor forens Komrij wel erg bruinwerk. Het begon te stinken. Flauwe aandachttrekkerij. De reactie uit Antwerpen van Ramsey ook. Wel een mooie pas op de plaats. Op eigen kracht verder. Toch ging het mis. De dichters rolden straatvechtend over straat. Ik had te vroeg gestemd. Kon m'n fiches niet meer op Erik Menkveld of Hagar Peeters zetten. Maar soit, zand erover.

Waar hebben we 't over. Voor een derde gevuld voetbalstadion nam de moeite om te stemmen en de in België bivakkerende Ramsey won overtuigend. Zo werden we getuigen van dat wat de opera De Stomme van Portici in 1930 tijdens de Belgische revolutie kapotmaakte, de poëzie weer heelde. Het Nederlandse taalgebied weer aanééngesloten.

Ramsey Nasr dichter des Vaderlands van de Noordelijke - en Zuidelijke Nederlanden. Daar kan hij de hulp van de afgevallen kandidaten wel bij gebruiken. Ik troost me met de gedachte dat elke vierde zaterdag het dichtersdag is in Bredevoort. Ontmoet In Poëziecentrum Nederland telkens een andere dichter... tussen twee en half vijf. Het grote geheim van de Achterhoek.


Bron: De Gelderlander Achterhoek Editie & het weblog van Hans Mellendijk, 07-02-2009

terug naar boven


Circus der dichters

Door Chris Morgenstern

Ik tracht op poetische wijze / dat wil zeggen / eenvouds verlichte waters / mijn collegadichters te vermorzelen (vrij naar Lucebert). Na het wekenlange mediacircus rondom de verkiezing van de Dichter des Vaderlands en daarna ook nog eens de Gedichtendag, valt het niet mee je een tijd voor te stellen waarin dichters in eenzame afzondering, hongerend, smachtend, op goddelijke inspiratie wachtten. Nee, daar redt een dichter het allang niet meer mee. Hij moet een plan ontvouwen tot verheffing van het poëzieschuwe volk. Hij moet bloggen. Hij moet gepeperde opiniestukken schrijven in landelijke dagbladen. Hij moet, liefst ludiek, met zijn kop op de buis en zijn stem op de golven. Hij moet stad en land afreizen om in alle vroegte op winderige treinstations zijn dichtregels uit te strooien over nietsvermoedende forenzen.

Heeft de dichter nog wel tijd om te dichten?

Op de verkiezing zelf, nu ruim een week geleden, valt ook nog wel het een en ander af te dingen. Ten eerste: waarom een gekozen dichter? Daarvoor is het ambt toch veel te deftig? Als er iets is waarvoor het koningshuis geschikt is, lijkt me, dan voor de benoeming ener Dichter des Vaderlands. Tweedens werd het aantal kandidaten door omroep NPS, de belangrijkste aanjager van het circus, opeens gehalveerd tot vijf, evenveel kandidaten in opperste consternatie achterlatend.

Uiteindelijk zijn via internet twintigduizend stemmen uitgebracht. De winnaar, de in Antwerpen woonachtige Palestijns-Nederlandse voormalig acteur Ramsey Nasr, kreeg er zevenduizend. Zijn luidruchtigste tegenstrever Tsead Bruinja, kreeg er vierduizend. 'Ik denk', zei Bruinja na afloop, 'dat veel vrouwen hem een knappe man vinden.' Nu is Nasr een knappe man - een prettige omstandigheid, die zijn uitgever de Bezige Bij niet nalaat uit te buiten in paginagrote advertenties. Wie zou niet eens een beschuitje willen eten met een poëet à la Johnny Depp in de film Pirates of the Carribean?

Maar Nasr is ook een betere dichter. Dankzij zijn niet voor de hand liggende afkomst en zijn vrij associërende, romantisch-postmoderne stijl, zou zijn poëzie, die tot 2012 volgens goed gebruik bij gelegenheden op de voorpagina van NRC Handelsblad verschijnt, vaderlandse poëzieliefhebbers nog wel eens kunnen verrassen. En niet alleen hen. Ik verheug me op zijn eerste vers op Wilders. Gelukkig hoeft het niet te rijmen.

Bron: Financieel Dagblad, februari.

terug naar boven


'Er was geen literaire stichting of hij zat in het bestuur'

door Tommy Wieringa

Lang geleden las ik wel eens voor in het Groningse café Koekoek. Aanvankelijk werden die avonden georganiseerd door Bart FM Droog, later kwam er een jongeman bij die zich steeds nadrukkelijker in beeld drong. De jongeman schreef zelf ook verzen. Ik vond er nooit wat aan, maar dat hoeft weinig te betekenen. Later verhuisde de jongeman naar Amsterdam, waar hij zich met dezelfde energie naar voren worstelde als destijds in Groningen. Er was geen literaire stichting of hij zat in het bestuur, er werd geen prijs uitgereikt of hij had zitting in de jury. Overal in beeld dat hoofd met oren. Hij werd de wethouder Hekking van de literatuur, zelfpromotie was geen middel maar een doel. Zou men de archeologie van dit literaire tijdvak bedrijven, dan zou men zich afvragen ‘wie zijn toch die mensen naast Tsead Bruinja?’


Ik heb wel eens gezegd dat de elleboog het beste schrijfgereedschap is – een grapje, maar Tsead Bruinja verstaat zoiets als bloedige ernst. Hij moet er intussen eelt op hebben. Tsead Bruinja is Circus Elleboog in zijn eentje.


Toen hij opdook in het lijstje genomineerden voor het vacante ambt van Dichter des Vaderlands, wist ik dat zijn finest hour aangebroken was. De verkiezingen voor die functie brengen gewoonlijk niet de beste dichter te voorschijn, maar de grootste bek. Het heeft mij niet verbaasd dat Tsead Bruinja vaak werd genoemd als voornaamste kanshebber. Grote propaganda werd bedreven. Tsead Bruinja had plannen voor de poëzie, grootse plannen, terwijl het ambt toch niet veel meer vraagt dan af en toe een goed gelegenheidsgedicht voor een gelegenheidspubliek.


‘De poëzie is van het volk, en de dichter die Dichter des Vaderlands wil worden, moet bereid zijn door de knieën te gaan’, zei Bruinja in NRC Handelsblad. Nel Benschop en tegelrijm zijn van het volk, niet de poëzie. Driek van Wissen en Tsead Bruinja zijn van het volk, niet de poëzie. Voor Bruinja is dit geen verkiezing voor het Dichterschap des Vaderlands, maar een wedstrijd wie het diepste door de knieën kan. Hij wint. Daar, in de diepte, op het niveau van zijn zweetvoeten, brengt hij het volk zijn stakkerige verzen. Tweetalig, want Tsead is Fries. Op verzoek is Tsead ook Zeeuw, Fransman of Maltezer. De zuivere opportunist is van alle volken.


Heel Amsterdam is donker, door één zolderraam schijnt licht – Tsead Bruinja die zijn hits op Google telt.

(Stemmen voor de nieuwe Dichter des Vaderlands kan vandaag nog. Het is nog niet te laat. Ga naar www.dichterdesvaderlands.nl en stem op een dichter.)

Bron: De Pers, 27-01-2009.

terug naar boven

 


If the answer is infinite light, why do we sleep in the dark? De zin van Tsead Bruinja, dichter

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

'Dit is de laatste zin van een couplet uit het lied 'How can you live in the north-east' van Paul Simon. Het hele couplet staat als motto in mijn laatste Nederlandstalige dichtbundel, 'Bang voor de bal'.

Weak as the winter sun, we enter life on earth / names and religion comes just after date of birth / and everybody gets a tongue to speak / and everybody hears an inner voice / a day at the end of the week to wonder and rejoice. // If the answer is infinite light, why do we sleep in the dark?

Het couplet begint liefdevol. We komen kwetsbaar ter wereld, 'zwak als de winterzon'. Daarna krijgen we meteen een naam opgeplakt, een geloof. Daar kan veel ellende uitkomen. De tekst herinnert ons eraan de menselijke kant te zien: 'Iedereen heeft een innerlijke stem, aan het eind van de week komen we samen om ons te verwonderen en het wonder te bezingen.' Uiteindelijk zijn we allemaal gelijk.De laatste zin - als het antwoord oneindig licht is, waarom slapen we dan in het donker? - is een negatieve constatering. Veel gelovigen zien een soort licht of hemel aan het einde, maar waarom is de aarde zo'n donkere plek? Mensen kunnen zo wreed zijn.
Zelf ben ik niet religieus. Maar met mijn gedichten wil ik van de wereld een minder donkere plek maken. Deze tekst helpt mij om mij daar opnieuw aan te herinneren.
In mijn gedichten zeg ik veel over de stem en de tong. De regel 'en iedereen krijgt een taal om te spreken' spreekt me aan. Wat moet je met je stem? Wat zijn mijn lichten als schrijver?
De filosoof Adorno zei: 'Na Auschwitz een gedicht schrijven is barbaars.' Die uitspraak roept vragen bij mij op.
Mijn antwoord? Dat ik het móet doen, een gedicht schrijven. Als verzet tegen de lelijkheid en agressie. Soms zet ik er ook een lelijk gedicht tegenover, uit boosheid.
Ik heb altijd zinnen in mijn hoofd. Soms loop ik op straat een liedje te zingen en realiseer ik me later pas waarom ik dat liedje zing. De tekst is voor mij een toetssteen: je kan dit nu wel zingen, maar klopt het ook met je gedrag?
Het couplet van Paul Simon is daar een voorbeeld van. Ik had afgelopen week een akkefietje met een medekandidaat in de strijd voor de titel Dichter des Vaderlands. Toen ik deze tekst las, dacht ik: dat was het antwoord geweest. Je hoort ieder mens als mens te zien, los van stempels en vooroordelen, zoals we geboren worden.
EénVandaag had mij gevraagd een gedicht te schrijven over de verkiezingsstrijd. 's Ochtends om zes uur probeerde ik drie kwartier lang regels uit. Een oud gedicht kwam in mij op, dat ik schreef als antwoord op Adorno's uitspraak over Auschwitz. Het laatste deel luidt:

Tong wat is je beroep?
Tong zeg dat afstand vorm is
Tong hef op

Dit gedicht gaat over wat we kunnen en moeten doen met onze stem. Tijdens de verkiezingsstrijd voor Dichter des Vaderlands heb ik veel campagne gevoerd, maar uiteindelijk draait het om het gedicht. Dat moet wat losmaken, mensen bijblijven. Soms komt na een optreden iemand naar me toe om te vertellen waar mijn gedicht hem aan deed denken. Vaak is het iets heel anders dan waar het over ging. Dat is mooi, dan heeft het gedicht iets gedaan. Door op te treden, ben ik een betere dichter geworden. Je hoort jezelf de tekst zeggen en je moet hem tegelijkertijd ervaren. De Amerikaanse dichter Walt Whitman schreef transcendentale poëzie, hij omarmde daarin vriend en vijand. Daar streef ik ook naar: dat mijn gedichten mij overstijgen, zodat ze voor meer mensen gelden dan mijzelf."

Bron: Trouw, 25-01-2009

terug naar boven


Filmpje gemaakt door Sito Wijngaarden voor het Friese Webzine Fynst

 

terug naar boven



Bruinja leest voor op zijn oude school

Woensdag 21 januari 2009

Kollum In het kader van de Nationale Voorleesdagen had de Professor Casimirschool in Kollum woensdag een prachtig programma voor de leerlingen van alle acht groepen. De school had als thema gedichten en taal gekozen met het oog op de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Naar aanleiding van deze verkiezing was Tsead Bruinja als kandidaat opvolger van de huidige Dichter des Vaderlands Driek van Wissen, te gast op de Kollumer basissschool. Tsead Bruinja is een oud leerling en men is daar best trots op. Hij is genomineerd voor de belangrijke post omdat hij alom erkenning verdient als pleitbezorger van de Friese en Nederlandse poëzie en is actief als podiumdichter en organisator van literaire evenementen. Ook andere dichters kwamen deze woensdag langs op de school. Groep 1 had als voorleesgast de heer Klaas van der Werf, predikant van de school en taaldocent aan de universiteit Groningen. Groep 2 kreeg bezoek van de Groninger dichter Bart F.M. Droog en groep 3 luisterde aandachtig naar de dichter Daniel Dee uit Rotterdam. De Irakese dichter Al-Swad vertelde over zijn werk in groep 4 terwijl groep 5 burgemeester Bearn Bilker als gast mocht ontvangen. Jelle Bangma, ook bekend als prozaschrijver en taaldeskundige bracht een bezoek aan groep 6 en groep 8 luisterde naar de verhalen van de schrijver en columnist Douwe Kootstra. Tsead Bruinja nam aan het begin de opening voor zijn rekening waarna hij groep 7 uitleg gaf over zijn gedichten en de kans om Dichter des Vaderlands te worden. Iedereen heeft bijzonder genoten, eerst van hun voorleesontbijtje en vervolgens van de wel heel speciale voorleesgasten. De Professor Casimirschool was bij monde van de directeur Anneke van Dellen, maar wat ingenomen met een serie van dergelijke belangrijke gasten en hun warme pleidooi voor dichten en taal. Zij riep Op om vooral te stemmen op Tsead Bruinja via www.dichterdesvaderlands.nl

Bron: http://www.waldnet.nl/ (met foto's)

terug naar boven

 



En de winnaar is BruinJA!

Vrijdag zijn de stembussen opengegaan voor de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands. Tsead Bruinja is een van de grote kanshebbers. Afgelopen zaterdag was hij in Groningen voor de uitreiking van de Kees van der Hoef-prijs én om campagne te voeren.

Door Joep van Ruiten

Ook in 2009 wordt in het Groninger café Pauze het rookverbod zo nu en dan terzijde geschoven. Bijvoorbeeld tijdens de uitreiking van de Kees van der Hoef-prijs, een onderscheiding voor een persoon die zich bovenmatig heeft ingezet voor een bloeiend literair leven in de stad Groningen. De zenuwen lopen daarbij zo hoog op dat de uitbaatster weinig anders kan dan op zaterdagmiddag asbakken op tafel te zetten. Drie kandidaten zijn er dit jaar voor de prijs: Sieger MG, Roos Custers en Tsead Bruinja. De eerste - dichter, workshopspecialist en organisator van events - is om onduidelijke reden afwezig. De tweede, Custers, heeft zich de afgelopen jaren ontpopt als sleutelfiguur bij tijdschrift Tzum, festival Dichters in de Prinsentuin en uitgeverij kleine Uil. Maar de meeste aandacht gaat uit naar Bruinja.

Dat heeft alles te maken met diens kandidatuur als Dichter des Vaderlands. Van de vijf dichters die eind januari Driek van Wissen willen opvolgen, pakt Bruinja de zaken het meest voortvarend aan. Hij beperkt zich niet tot het schrijven van een gedicht voor NRC/Handelsblad en het poseren voor een foto alleen, maar heeft als enige een compleet programma in elkaar gezet. Altijd handig als kiezers willen weten waarop ze stemmen. En het werkt. Voorzitter Rob Pronk, directeur van de bibliotheek in Groningen, heeft zaterdagmorgen in alle vroegte per computer zijn stem op kandidaat Bruinja uitgebracht. Mét motivatie, want zulke stemmen tellen dubbel. Pronk woont de uitreiking van de Van der Hoefprijs bij als voorzitter van stichting Letter en Stad, de organisatie die het winnende bedrag van 250 euro en een bos paling beschikbaar heeft gesteld. Groningen vaart wel bij kleinschaligheid. In die geest is het niet meer dan normaal dat Kasper Peters de uitslag van de prijs bekend maakt door op een gammele stoel te gaan staan. Peters, volgende maand verschijnt zijn dichtbundel 'Ik heb gehoopt zou worden'

Kanaalkoorts, somt in hoog tempo de verdiensten van de laureaat op. Programmeur, organisator, grondlegger, bloemlezer, recensent, oprichter - een trits aan namen en titels komt voorbij. "En de winnaar is Tsead Bruinja." Kees van der Hoef, die al die tijd wat stilletjes op een strategische plek in het café heeft gezeten, veert prompt op. Vandaag is hij 74 jaar geworden, ook dat nog. De bekendste strofe uit zijn bescheiden literaire oeuvre luidt 'De kracht van de herhaling is gelijk aan een spastische paling'. In zijn korte toespraak duikt die paling inderdaad weer op. "Die van vorig jaar was erg droog."

En dan tot de winnaar: "Tsead, ik heb stilletjes gehoopt dat jij het zou worden."Bruinja blikt in zijn dankwoord terug op zijn Groninger jaren. Voor hij naar Amsterdam verhuisde, legde hij in het Noorden het fundament voor zijn huidige bestaan als professioneel dichter en initiator van een enorme hoeveelheid literaire activiteiten. "Wat ik in Groningen heb kunnen doen, wil ik straks als Dichter des Vaderlands landelijk gaan doen", blikt hij vooruit. Om vervolgens de aanwezigen de hand te schudden en wat kaartjes uit te delen met een stemadvies: 'BruinJA!'. stilletjes dat jij het worden'

stemmen Stemmen op de kandidaten voor de Dichter des Vaderlands kan tot en met 27 januari via www.dichterdesvaderlands. nl. Voor het verkiezingsprogramma van Tsead Bruinja zie www.tseadbruinja.nl. Morgen debatteren Driek van Wissen en directeur Bas Kwakman van Poetry International over de Dichter des Vaderlands in Sociëteit De Sleutel in Groningen. Aanvang 20.30 uur. Toegang gratis.


Bron: Dagblad van het Noorden, 05-01-2009


terug naar boven

 




'n Gelukkeg Ni-jjaor, steet de toete al klaor?

Völ heil en zegen, a'j mi-j niks geeft val i-j mi-j tegen.
De poëzie viert hoogtij deze dagen, bemerk ik aan de binnenglijdende gelukwensen.


Binnenkort begint de nieuwe zittingsperiode voor de Dichter des Vaderlands. Twaalf december werd de shortlist, zoals dat in goed Nederlands heet, vervroegd bekend gemaakt, daar de geruchtenstroom lekte. Vanaf nu kan men op de kandidaten stemmen via www.dichterdesvaderlands.nl . Tsead Bruinja, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr of Hagar Peeters. Ik vond het een nogal moeilijke keuze. Allemaal kwaliteit.

Ik kreeg de neiging om voor de vrouwen te gaan. Dan zou ik slechts behoeven te kiezen tussen Hagar of Joke. Totdat ik me begon af te vragen wat ik mag verwachten van de Dichter des Vaderlands. Een titel die we sinds 2000 kennen. Gerrit Komrij, werd toen gekozen. In een column destijds, tsja, het blijft een tijd van terugkijken en vooruitzien, vroeg ik me af of de kersverse Dichter des Vaderlands na vijf jaar bewind de dichtkunst op gelijke wijze zou hebben weten te huisvesten als Vic van de Reijt dat had gedaan met de Nederlandse liederen uit de vorige eeuw.

En gezegd kan worden dat Gerrit Komrij naast het schrijven van spraakmakende gedichten bij onder andere het jubileum van Koningin Beatrix, de vuurwerkramp in Enschede, de verloving van Prins Willem Alexander en Máxima, de moord op Pim Fortuyn en het overlijden van Prins Claus, de betrokkenheid van het publiek bij poëzie heeft vergroot. Komrij werd hét gezicht van de Nederlandse poëzie. Een merknaam.

In 2005 volgde Driek van Wissen hem op. Met qua vorm knappe, maar inhoudelijk saaie verzen. Goed, dat allemaal indachtig vroeg ik me af welk van de kandidaten deze eigenschappen het beste uitstralen. Surfend naar de webstees van betrokken dichters kwam ik er niet uit. Nergens zag ik aansprekende plannen, totdat ik op iets stuitte dat oogde als een vooroorlogs Antirevolutionair affiche. Bruin JA! in kapitale letters boven de foto van mannenbroeder Tsead Bruinja.

Nieuwsgierig klikte ik verder en kwam terecht in een heus strijdplan. Met grote meeslepende plannen waarbij de poëzie in al haar breedte gepromoot wordt. En, aandacht voor de streektalen, het dialect. Dat had ik bij zijn voorgangers nog nooit gezien. Toen was mijn keus snel gemaakt. Eén Bruin JA! Of eh .. aarzeling, toch maar Hagar?

Bron: De Gelderlander, 03-01-2009

terug naar boven

 



Kies de Dichter

Door Sofie Cerutti

De nieuwe Dichter des Vaderlands moet vier jaar lang de poëzie promoten en af en toe een gelegenheidsgedicht schrijven. Wie wordt het? Vanaf vandaag kan iedereen stemmen.

Vier jaar geleden ging het helemaal mis met de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Iedereen kon zich aanmelden, tenminste, iedereen die minstens twee bundels op zijn naam had. Degene die het best campagne voerde, won de titel, en dat werd de Groningse dichter Driek van Wissen. 'Sinterklaasdichter', riep Joost Zwagerman. 'Rijmelaar', vond Michaël Zeeman. En ze hadden gelijk, natuurlijk, net als boze lezers die dat elitair randstedelijk geleuter vonden.

Verder lekten gegevens van de website uit, zodat duidelijk werd dat Elly de Waard op Elly de Waard had gestemd, de collega's van Ilja Pfeijffer op Ilja Pfeijffer en dat de meeste stemmen op Van Wissen uit Groningen kwamen. Moraal van het verhaal: degene die de meeste tijd en energie kan steken in het werven van stemmen, en de meeste vrienden en 'vrienden' via blogs, Hyves of LinkedIn weet te mobiliseren, wint de meest democratische aller verkiezingen: de internetverkiezing.

Dit jaar doet de organisatie (Poetry International, NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek, de NPS en De Poëzieclub) het anders. Een Commissie (bestaande uit de vroegere voorzitter van de Tweede Kamer Jeltje van Nieuwenhoven, hoogleraar Thomas Vaessens, dichter Hester Knibbe, directeur van Poetry International Bas Kwakman en NRC-criticus Arjen Fortuin) heeft een shortlist van vijf namen samengesteld. Erik Menkveld, Joke van Leeuwen, Ramsey Nasr, Hagar Peeters en Tsead Bruinja strijden om de titel.

Wat moet een Dichter des Vaderlands kunnen en doen? Minstens twee bundels gepubliceerd hebben, een oeuvre hebben dat 'hoog in aanzien' staat, 'meer dan gemiddeld' bekend zijn bij het publiek; in de eerste plaats dichter zijn (en niet bijvoorbeeld columnist) en, last but not least, de functie serieus nemen. Verder moet de Dichter een aantal keer per jaar een gedicht in opdracht schrijven, 'bij een bijzondere gelegenheid', en een 'enthousiaste poëzieambassadeur' zijn.

De functie serieus nemen, dat doen ze alle vijf wel. Maar hoe ze die zouden willen invullen verschilt sterk per dichter. Ramsey Nasr zou het in elk geval heel graag gaan doen. "In Nederland worstelen we met onze identiteit. Wie zijn we, waar komen we vandaan, wat verbindt ons? Dat lijkt me op dit moment een essentieel onderwerp voor een Dichter des Vaderlands." Als stadsdichter van Antwerpen schreef Nasr al tal van gedichten over maatschappelijke onderwerpen. Over kansarmoede bijvoorbeeld - het hier afgedrukte gedicht werd op de muur van de Sociale Dienst van Antwerpen afgebeeld, aan een groot plein met terrassen. "Op dat gedicht zijn zo veel reacties gekomen. Dan merk je dat je als dichter heel veel kunt betekenen. Je kunt mensen bereiken, mensen die normaal gesproken nooit poëzie lezen. Je kunt, in alle bescheidenheid, een zekere cohesie bewerkstelligen."

Erik Menkveld lijkt op voorhand wat minder ambitieus. "Ik ben beschikbaar, maar ik heb van te voren geen plannen bekendgemaakt. Ik ga niet actief campagne voeren. Maar als ik onverhoopt gekozen wordt, ga ik mijn best doen. De poëzie promoten."

Tsead Bruinja heeft wel allerlei plannen, mocht hij verkozen worden. "Er zou elke dag een gedicht in de krant moeten staan, van steeds een andere dichter. Er zijn zó veel goede dichters die zelden gelezen worden. Verder zou ik een toernee willen organiseren met een deels wisselende groep dichters. Langs theaters, scholen, bibliotheken. Er zijn veel meer mensen die van poëzie genieten dan je denkt. En ik zou de poëzie in streektalen en -dialecten willen promoten. Er zijn geweldige dichters in het Gronings, Fries of Limburgs die buiten een kleine kring zelden iemand leest."

Ook Hagar Peeters wil de poëzie onder de mensen brengen en tot schrijven aanzetten. "Bijvoorbeeld met het project 'Zinloos gedicht'. Dat is een gedicht zonder zinnen, dat er nog niet is. Op een leeg vel papier waar dat als titel boven staat, kunnen mensen hun emoties of agressie kwijt. Er is veel agressie in Nederland. Mensen hebben daar langzamerhand genoeg van, maar weten niet altijd hoe ze dat kunnen stoppen. Aan poëzie kun je zien dat je ook anders met gevoelens van woede of onmacht om kunt gaan."

Joke van Leeuwen wil als Dichter des Vaderlands "woorden vinden voor wat er in het land gebeurt. En van mijn positie gebruik maken om de poëzie te helpen promoten, voor groot en klein. Overigens zijn daar al aardig wat mensen en instanties heel goed mee bezig."

Campagne voeren, daar hebben de meeste dichters een broertje dood aan. "De gedichten moeten voor zichzelf spreken" zegt zowel Erik Menkveld als Joke van Leeuwen. "Mensen moeten onze poëzie maar lezen, en dan een keuze maken." Ook Peeters gaat "niet echt" campagne voeren. "Maar ik zou het wel heel stoer vinden als ik het werd."Bruinja is de enige die serieus werk maakt van een campagne. Hij heeft er zelfs een reis naar Zuid-Afrika voor afgezegd. "Zo officieel is dat niet hoor. Gewoon, via mijn website. En mijn vrouw heeft posters gemaakt." Ramsey Nasr gaat zeker geen campagne voeren. Maar verhuizen wil hij wel, als het nodig is. "Áls ik gekozen word, overweeg ik zeker terug te keren van België naar Nederland."


Bron: Trouw, 02-01-2009

terug naar boven

 



Dichtbundel van Bruinja binnen 12 uur 1100 keer gedownload

LEEUWARDEN - De nieuwe bundel 'Angel' van de Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja is meer dan 1100 keer gedownload. Het is voor het eerst dat een prominent dichter in Nederland deze stap zette. 'Angel', met Friese gedichten en Nederlandse vertalingen, was donderdagmiddag en -avond gratis verkrijgbaar via internet. De in Amsterdam woonachtige Bruinja heeft zich voor de download- actie laten inspireren door popgroepen als Radiohead, Coldplay en Marillion die eerder via hun site werk gratis beschikbaar stelden. De veertig pagina's tellende bundel is door uitgeverij Bornmeer ook uitgegeven in de vorm van een betaalde krant. Bruinja staat op de shortlist voor de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Andere kandidaten zijn Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr en Hagar Peeters. Vanaf 2 januari kan het publiek kiezen. De winnaar wordt op 28 januari bekend gemaakt.

Bron: Leeuwarder Courant, 20-12-2008

terug naar boven

 



20 x

Door Sophie Cerutti

Een gedicht hoeft al jaren niet meer te rijmen, niet meer in het schema 4-4-3-3 verdeeld te zijn, of in acht regels waarvan 1, 4 en 7 gelijk zijn, en 2 en 8.

Iedereen mag schrijven wat hij wil, en hoe, en waar. En het gedicht nog publiceren ook, op internet of via een van de vele zelfhulp-uitgeverijen die de bundel drukken zodra iemand 'm wil kopen. En dat drukwerk ziet er nog goed uit ook.

Maar de beperking blijft lokken. Die schept een uitdaging die sommige dichters trekt. Daaruit is 'de 160' ontstaan.

De 160 - het is een dichtvorm waarbij elk gedicht bestaat uit precies 160 tekens, inclusief spaties: de maximale lengte van één sms'je. De 160 is een 21ste eeuwse haiku die overal en altijd op een mobiele telefoon kan worden geschreven. Wie heeft er ooit nog pen en papier bij zich?

Een 160 kan gaan over liefde, dood, eenzaamheid en mobiele telefonie - eigenlijk alle thema's waarover poëzie kan gaan. Sinds enkele jaren werden duizenden 160's geschreven en op de website www.precies160.nl achtergelaten. Natuurlijk zitten er veel slechte bij: de site staat open voor iedereen. Maar elke week zijn er wel een paar aardige inzendingen, geschreven door puzzelaars, scholieren, psychiatrisch verpleegkundigen met nachtdienst en of aanstormende talenten. En soms verschijnt er een heel goede.

De 160 heeft al ruim twee jaar een vaste plaats in NRC's ochtendkrant nrc.next. Vandaag in deze avondkrant: twintig voorbeelden van 160's die de afgelopen tijd zijn ingezonden via de website. Van bekende en onbekende dichters.

(Hieronder de 160 van Tsead Bruinja)

ik heb m'n brievenbus dichtgeplakt
het stof van de versterker geblazen
de gitaar ingeplugd en de roest uit de oude nummers gespeeld
verwelken doen we morgen wel


Bron: NRC, 16-12-2008

terug naar boven

 



Bruinja brengt dichtbundel als gratis download

Door Joep van Ruiten

amsterdam Kandidaat Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja biedt zijn nieuwe dichtbundel Angel aan als gratis download via internet. Het is voor het eerst dat een prominent dichter in Nederland deze stap zet. Angel wordt aangeboden met poëzie en paginagroot werk van zes beeldende kunstenaars. De in Amsterdam woonachtige Bruinja heeft zich voor de download-actie laten inspiremeeste

ren door popgroepen als Radiohead, Coldplay en Marillion die eerder via internet werk gratis beschikbaar stelden. De veertig pagina's tellende bundel wordt later door uitgeverij Bornmeer uitgegeven in de vorm van een betaalde krant. "Ik wil kijken of ik zo meer lezers kan bereiken", zegt de dichter. "De poëzie in deze bundel handelt over schuld en woede, universele thema's. Woede als wraak, maar ook woede die in de genen zit, woede van voor de geboorte. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen daar kennis van nemen. Downloaden is dan een goed middel." Vrees dat men vervolgens niet meer de echte bundel koopt, heeft hij niet. "De krant heeft een vriendelijke prijs. Alleen al om de beeldende kunst zullen de liefhebbers hem niet laten liggen. Er staat werk in van mensen als Roos Custers en Hans Wap, normaal moet je daar flink meer voor betalen." Het afgelopen jaar is het internetaanbod van betaalde

dichtbundels fors toegenomen. Voor zover bekend is Bruinja de eerste prominente dichter in Nederland die met een gratis download komt. Van zijn hand werden eerder losse gedichten via internet aangeboden en gesproken gedichten als mp3 verspreid. Daarnaast is hij actief op You- Tube, Hyves en Facebook. Bruinja zelf downloadt regelmatig via internet, zowel poëzie als muziek. "Wat illegaal downloaden betreft ben ik geen haar beter dan de muziekliefhebbers. Het meeste 'kwaad' heb ik een flinke poos geleden gedaan. Nu betaal ik regelmatig voor downloads, ik kan de bonnetjes laten zien."

Angel is slechts voor beperkte tijd gratis binnen te halen: alleen donderdag van 12.00 tot 24.00 als pdf-bestand via www.decontrabas.com. Papieradvies voor de printer: zo groot mogelijk en zo dik mogelijk. "Inkt op 'best quality' en even laten drogen als je een inkt-jet gebruikt." (DvhN)

Bron: Dagblad van het het Noorden, 16-12-2008

Bruinja gratis op internet

AMSTERDAM - De Amsterdamse dichter Tsead Bruinja biedt zijn nieuwe dichtbundel Angel aan als gratis download via internet. Het is voor het eerst dat een prominente dichter in Nederland deze stap zet.

Bruinja, kandidaat om Dichter des Vaderlands te worden, heeft zich voor de download-actie laten inspireren door popgroepen als Radiohead en Coldplay, die eerder via internet werk gratis beschikbaar stelden. De bundel wordt later door uitgeverij Bornmeer uitgegeven in de vorm van een betaalde krant.

"Ik wil kijken of ik zo meer lezers kan bereiken," zegt de Friese dichter. "De poëzie in deze bundel handelt over schuld en woede, over universele thema's. Woede als wraak, maar ook woede die in de genen zit, woede van voor de geboorte. Ik wil dat zo veel mogelijk mensen daar kennis van nemen."

Angel is slechts voor beperkte tijd gratis binnen te halen: alleen donderdag van 12.00 tot 24.00 uur als pdf-bestand op de site www.decontrabas.com. Papieradvies voor de printer: zo groot mogelijk en zo dik mogelijk.

Bron: Parool, 16-12-2008

Gratis download dichter

POËZIE Tsead Bruinja zet bundel op internet

AMSTERDAM - Kandidaat Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja biedt zijn nieuwe dichtbundel Angel aan als gratis download via internet.

Het is voor het eerst dat een prominente dichter in Nederland deze stap zet. Ik wil kijken of ik zo meer lezers kan bereiken", zegt de dichter. De poëzie in deze bundel handelt over schuld en woede, universele thema's. Woede als wraak, maar ook woede die in de genen zit, woede van voor de geboorte. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen daar kennis van nemen. Downloaden is dan een goed middel."

Angel is slechts beperkte tijd gratis binnen te halen: alleen donderdag van 12.00 tot 24.00 als pdf-bestand via www.decontrabas.com.

Bron: Limburgs Dagblad, 16-12-2008

Gratis download dichter

POËZIE Tsead Bruinja zet bundel op internet

AMSTERDAM - Kandidaat Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja biedt zijn nieuwe dichtbundel Angel aan als gratis download via internet.

Het is voor het eerst dat een prominente dichter in Nederland deze stap zet. Ik wil kijken of ik zo meer lezers kan bereiken", zegt de dichter. De poëzie in deze bundel handelt over schuld en woede, universele thema's. Woede als wraak, maar ook woede die in de genen zit, woede van voor de geboorte. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen daar kennis van nemen. Downloaden is dan een goed middel."

Angel is slechts beperkte tijd gratis binnen te halen: alleen donderdag van 12.00 tot 24.00 als pdf-bestand via www.decontrabas.com.

Bron: Dagblad de Limburger, 16-12-2008

terug naar boven

 



Tsead Bruinja op shortlist Dichter des Vaderlands

Leeuwarden - De Friese dichter Tsead Bruinja staat op de shortlist voor de functie van Dichter de Vaderlands. Dat hebben de organisatoren - stichting Poetry International, NPS, NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en de stichting Poëzieclub - gemeld. De shortlist zou eigenlijk pas op 2 januari bekend worden gemaakt, maar omdat de lijst afgelopen vrijdag al uitlekte via een poëziewebsite maakte de organisatie het nieuws dit weekend officieel bekend. Ook Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr en Hagar Peeters maken nog kans om de nieuwe Dichter des Vaderlans te worden. Het publiek kan vanaf 2 januari stemmen op zijn favoriet.

Bron: Friesch Dagblad, 15-12-2008

terug naar boven

 



Dichter des Vaderlands

AMSTERDAM - Eén van de dichters Tsead Bruinja, Erik Menkveld, Hagar Peeters, Joke van Leeuwen en Ramsey Nasr wordt de nieuwe Dichter des Vaderlands. De vijf zijn geselecteerd uit een lijst van tien kandidaten die eerder werden voorgedragen door een commissie onder leiding van voormalig Tweede Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven. Tot de afvallers behoren Ilja Leonard Pfeijffer, Maria van Daalen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze en Marjoleine de Vos.

Op 28 januari wordt de nieuwe Nederlandse Dichter des Vaderlands bekendgemaakt; hij of zij volgt Driek van Wissen op.

Bron: Het Parool, 15-12-2008

terug naar boven

 



'Tsead Bruinja bij laatste vijf'

groningen Tsead Bruinja is doorgedrongen tot de shortlist voor de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands (DiDeVa). Dat melden diverse bronnen. Bruinja, jarenlang woonachtig in Groningen, moet met Erik Menkveld, Ramsey Nasr, Hagar Peeters en Joke van Leeuwen uitmaken wie Driek van Wissen mag opvolgen.

Bron: Dagblad van het Noorden, 13-12-2008

terug naar boven

 


Tsead Bruinja op shortlist Dichter des Vaderlands

AMSTERDAM - De Friese dichter Tsead Bruinja staat op de shortlist voor de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. De andere dichters die genomineerd zijn om Driek van Wissen op te volgen, zijn Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr en Hagar Peeters. Vanaf 2 januari kan het publiek kiezen. De winnaar wordt op 28 januari bekend gemaakt. De longlist bestond verder uit Maria van Daalen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Ilja Pfeijffer en Marjoleine de Vos.

Bron: Leeuwarder Courant, 13-12-2008

terug naar boven

 



uit 'Poëzie van onder de koeienstaarten'

(Over de bloemlezingen Het goud op de weg en de Spiegel van de Friese poëzie)

Door Janita Monna

Er zijn van die talen waarin alles mooi lijkt te klinken. Het Fries bijvoorbeeld. Uit twee nieuwe bloemlezingen blijkt dat er een generatie Friese dichters is opgestaan die onvergelijkbare poëzie schrijft...

...1993 is te zien als het jaar waarin Kalma s oude adagium Fryslân en de Wrâld dan eindelijk bewaarheid werd: toen bracht Tsjêbbe Hettinga op de Frankfurter Buchmesse zijn publiek in een roes met zijn uit het hoofd voorgedragen indrukwekkende epische gedichten, in slepend en golvend Fries. De bijna blinde bard geldt inmiddels als een veelgevraagd dichter op internationale poëziefestivals.Wat daarna gebeurde is wel omschreven als de renaissance van de Friese poëzie. Die koppige provincie die in een eeuwige strijd gewikkeld leek met haar taal en identiteit blijkt te barsten van het poëtisch talent. Dat talent wortelt weliswaar in de traditie, maar worstelt daar niet langer mee. Zie bijvoorbeeld hoe vrolijk Anne Feddema de wereldcultuur naar Friesland brengt in De alde Lyszt fytst: Grimelgrammeltsje Kûperoaze/ De âlde Liszt fytst/ Op syn gromatyske âld fyts/ Oer syn eigen âlde Lisztantlit (Spikkelspetterje couperose/ De oude Liszt fietst/ Op zijn chromatische oude fiets/ Over zijn eigen oude Lisztgelaat ).Het zijn dichters ook die hun eigen werk vertalen, of naar gelang in het Fries of in het Nederlands schrijven. Tweetalige dichters als Tsead Bruinja of Albertina Soepboer problematiseren hun Friese afkomst en taal niet zozeer, maar maken daar gebruik van. Bruinja s Friese werk is misschien mede dankzij het zangerige Fries lyrischer dan zijn Nederlandse. De landschappen die Soepboer schept, vinden hun oorsprong in die vlakke provincie, met zijn weidse luchten, en overstijgen die. Interessante nieuwkomer is ook Elmar Kuiper, wiens scenische poëzie en hoekig absurdisme invloeden uit film en beeldende kunst verraden. En Friese namen blijven dankbaar poëtisch materiaal, zie Hidde Boersma: Er moet een Doede komen/ die gewoon een visje eet/ zonder gevoel of gedoe .Sinds de vorige Spiegel is een generatie opgestaan die onvergelijkbare poëzie schrijft; is de emancipatie van de Friese poëzie dan voltooid? Tsead Bruinja liet, samen met Hein-Jaap Hilarides, het brede spectrum dat deze dichters bestrijken al zien in de bundeling Droom in blauwe regenjas (2004). Het boeiende van de recente bloemlezingen is dat die jonge dichters context krijgen.

Bron: De Groene Amsterdammer, 12-12-2008

terug naar boven

 



'Hij laat zich door niets begrenzen'

(over de toekenning van de P.C. Hooftprijs aan Hans Verhagen)

Door Harmen Bockma en; Marlies Dinjens

...Tsead Bruinja, dichter en jurylid van de PC Hooftprijs: 'We waren unaniem. Verhagen schrijft geweldige gedichten, die door belangrijke critici op waarde worden geschat. In Zwarte Gaten schrijft hij een liefdesgedicht met schitterende beeldtaal. Ik herinner me deze regel: in een metallieke limousine met een rozenkrans van schedels. Ik bewonder het weerbarstige en het wantrouwen dat uit zijn poëzie spreekt. Hans Verhagen laat zich nergens door begrenzen. Hij is nietsontziend, net als zijn poëzie.'

Bron: De Volkskrant, 12-12-2008

terug naar boven

 



Vijf namen op shortlist Dichter des Vaderlands

Amsterdam, 12 dec. - De vijf dichters die nog in de race zijn voor de verkiezing van Dichter des Vaderlands zijn Tsead Bruinja, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr en Hagar Peeters. Vanaf 2 januari kan het publiek uit deze vijf de nieuwe Dichter des Vaderlands kiezen op de website dichterdesvaderlands.nl. De dichters zijn voorgedragen door een commissie onder voorzitterschap van Jeltje van Nieuwenhoven. Op 2 januari worden ze uitgebreid voorgesteld in het Cultureel Supplement. Vandaag verscheen de namen echter al op de website van dichter Erik Jan Harmens. De naam van de derde Dichter des Vaderlands wordt op 28 januari bekend gemaakt tijdens een televisie-uitzending van de NPS.

Bron: NRC, 12-12-2008

terug naar boven

 



Dichtbundel komt uit als krant

LEEUWARDEN - De nieuwe bundel van de Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja verschijnt als krant. 'Angel' bevat Friese gedichten met Nederlandse vertaling. Bruinja brengt ze niet in boekvorm uit, maar als een krantje, vormgegeven door Gert Jan Slagter. Zes beeldend kunstenaars hebben er illustraties voor gemaakt: Mowaffk Al- Sawad, Roos Custers, Anne Feddema, Joep van der Made, Ramon Verberne en Hans Wap. De tabloid telt veertig pagina's. De inhoud zal bovendien gratis te downloaden zijn op donderdag 18 december tussen 12 en 24 uur op www.decontrabas.com, kondigt de in Amsterdam wonende dichter aan.


Bron: Leeuwarder Courant, 11-12-2008

*

Bundel dichter Tsead Bruinja gratis op internet

Leeuwarden - De Friese dichter Tsead Bruinja geeft zijn nieuwe bundel gratis weg. Angel verschijnt niet in boekvorm, maar als krant op tabloidformaat. Het nieuwe werk is op 18 december gratis te downloaden als pdf-bestand op de poëzieweblog www. decontrabas.com. Dat heeft de dichter gisteren gemeld. Naast gedichten staan er in Angel zes grote illustraties van beeldend kunstenaars Mowaffk Al-Sawad, Roos Custers, Anne Feddema, Joep van der Made, Ramon Verberne en Hans Wap. Angel is een bundel over agressie, schuld en kwaad; kwaad uit wraak, maar ook kwaad dat in de genen zit.

terug naar boven

 



Nieuwe 'Spiegel van de Friese poëzie' topzwaar


Hij is jaren verlaat, de geactualiseerde 'Spiegel van de Friese poezie van de zeventiende eeuw tot heden', maar dan heb je ook wat. Een fraai en kloek boekwerk, om met professor Abram de Swaan te spreken, wie als auteur van 'Woorden van de wereld' de eer was toebedacht het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Zegge en schrijve 525 ingebonden bladzijden, de eerste editie had er 320. Op de linker bladzijden staan de Friese gedichten, op de rechter bladzijden de Nederlandse vertaling. Over het blauwe omslag was niets te klagen geweest, ware het niet dat er zo'n groen pompebl êd in is getekend, dat binnenin nog eens, maar dan in het zwart, wordt herhaald.

De zwarte lettertjes die de tekst op het omslag sieren zijn op de blauwe ondergrond slecht leesbaar en dus nauwelijks een aanbeveling het boek aan te schaffen, maar wie het omslag verwijdert, heeft niet alleen een kloek, maar ook een chique boek in handen, een luxe aanwinst op de plank met bloemlezingen...

... Maar de overige 45 nieuw opgenomen gedichten zijn alle afkomstig van dichters wier talent pas na 1994 tot wasdom kwam, in totaal 21 dichters, oftewel bijna 20 procent van het totaal. Albertina Soepboer is koploper met 8 geselecteerde gedichten, op afstand gevolgd door Tsead Bruinja, Elmar Kuiper, Jabik Veenbaas en Abe de Vries met elk 4. Anne Feddema en Arjan Hut kregen er elk 3, Aggie van der Meer en Janneke Spoelstra 2. Daarnaast is van 12 'nieuwkomers' in de literaire arena 1 vers(je) opgenomen. Het is hun van harte gegund, daar niet van, toch is de Spiegel daardoor topzwaar geworden.

Bron: Leeuwarder Courant, 21-11-2008

terug naar boven

 



Fryske literatuerdei oan Amsterdamse grêften

door Jaap Krol

Amsterdam - Foar de fjirde kear sûnt 2001 waard sneon yn it Amsterdamse debatsintrum De Rode Hoed de saneamde Dag van de Friese literatuur hâlden. It tema wie 'Dichten in twee talen'; - tafallich of net - , in ferwizing nei it sintrale barren fan dizze dei, de útrikking fan de twadde Spiegel van de Friese poëzie. Arjan Hut, Albertina Soepboer en de mooglike nije Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja droegen as jongere, min ofte mear arrivearre skriuwers foar út resint en minder resint wurk, sawol yn it Frysk as yn it Nederlânsk. Yn it neifolgjende tafelpetear mei deifoarsitster Karen Bies fertelden de dichters oer har posysje oangeande twataligens. Opfallend wie de posysje fan it Frysk as taal mei mear klankidioom en bettere ritmes. Dêr foaroer stie lykwols it meagere poëzyklimaat yn Fryslân. Sa neamden Bruinja en Soepboer it tekoart oan goede kritisi en it brek oan inisjativen(...)

Bron: Friesch Dagblad, 17-11-2008

terug naar boven

 



Fries en Nederlands twee gesloten werelden

Door Pieter de Groot

AMSTERDAM - Friese schrijvers sluiten zich niet meer op in hun eigen taal. Zij publiceren steeds vaker in het Nederlands en treden overal in het land op. Voorbeelden zijn Tsead Bruinja, Arjan Hut en Albertina Soepboer. In cultureel centrum De Rode Hoed in Amsterdam namen zij zaterdag deel aan de vierde Dag van de Friese literatuur , die aan het thema tweetaligheid was gewijd en waarop een kleine 150 belangstellenden waren afgekomen, voor het merendeel Friezen.

Hierin zou je het bewijs kunnen zien van de stelling die Albertina Soepboer poneerde: de Friese en Nederlandse literatuur zijn twee aparte, gesloten werelden. Daarmee bedoelde zij in haar geval dat haar Nederlandstalig werk in Friesland nauwelijks aandacht krijgt, je hoeft er in Tresoar de recensies maar op na te slaan. Voor Soepboer maakt het geen verschil, in welke taal ze schrijft. Arjan Hut worstelt meer met het Nederlands, het Fries is hem vertrouwder. Bruinja, in zijn voordracht een uitgesproken performer, speelt met klank en ritme, in het Fries kan hij woorden fijn "aan elkaar smeren".

Om van de pen, en hun optredens, te kunnen leven, is het Friese taalgebied te klein en moeten ze ook in het Nederlands aan de slag. Soepboer beklaagde zich over de armzalige Friese poëziekritiek. Bovendien ontbreekt het volgens haar in Friesland aan een goede infrastructuur, die met name jongeren in staat stelt zich te ontplooien. Bruinja is genomineerd als Dichter des Vaderlands. Mocht hij worden gekozen, dan wil hij een theatertoer door Nederland organiseren, waarvoor hij dan ook Friestalige dichters zal uitnodigen.

Ondanks het gesomber over de toekomst van het Fries neemt hun aantal snel toe, zoals blijkt uit de nieuwe, geactualiseerde editie van de Spiegel van de Friese poëzie...

Bron: Leeuwarder Courant, 17-11-2008

terug naar boven

 



Nije 'Spiegel' mei minder Obe en mear Harmen

Troch Sietse de Vries

Fjirtjin jier nei de earste 'Spiegel van de Friese poëzie' is moarn, op de 'Dag van de Friese literatuur' yn Amsterdam, de presintaasje fan de nije ferzje. Net allinne is it wurk fan de jongste generaasje Fryske dichters dêryn opnommen, ek de kar fan it âldere wurk pakt hjir en dêr oars út...

...Obe Postma is weromgien fan fjirtjin nei tolve gedichten, dat dy stekt no justjes minder fier boppe de oaren út. Terjochte, fynt Boorsma. ,,Mar it wie wol hiel dreech om út te meitsjen hokker gedichten derút moasten. Dat ha wy mei in bloedend hert dien.'' Nei Obe Postma nimme Jan Wybenga en Harmen Wind mei elk acht gedichten in dield twadde plak yn, folge troch Tsjêbbe Hettinga mei sân. Dat Wind der folle better fanôf komt as de earste kear komt domwei om't er de ôfrûne fjirtjin jier tige produktyf west hat. Oanfierder fan de jongste generaasje is Albertina Soepboer mei acht gedichten, folge troch Tsead Bruinja en Elmar Kuiper mei elk fiif fersen. Wa't spitigernôch ûntbrekt is Eeltsje Hettinga. Pier Boorsma: ,,Hy is ien fan 'e bêste dichters fan dit momint, fan him hiene wy sa seis of sân gedichten útsocht. Mar der foel mei him net te praten. Sa woe er syn eigen gedichten útsykje. Dat kin fansels net.''

Bron: Leeuwarder Courant, 14-11-2008

terug naar boven

 



Tien dichters kandidaat DideVa

Tien dichters zijn bereid gevonden om Driek van Wissen met ingang van volgend jaar op te volgen als Dichter des Vaderlands (DideVa). Het betreft Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer en Marjoleine de Vos. Dat heeft een commissie onder

leiding van Jeltje van Nieuwenhoven bekendgemaakt. Op 2 januari onthult de commissie op welke vijf van de tien dichters daarna door het publiek gestemd kan worden. De nieuwe Dichter des Vaderlands wordt vervolgens 28 januari aangesteld tijdens een live televisieprogramma. Bij het zoeken naar de opvolger van Van Wissen wordt, zoals eerder gemeld, een nieuwe

procedure gevolgd. Opmerkelijk is dat de commisie die nu tien dichters bereid heeft gevonden de komende weken 'goed wil nadenken' welke vijf straks doorgaan naar een eindronde. Verder is het bekritiseerde campagne-voeren niet volledig uitgebannen: wie de meeste stemmen van het publiek verzamelt wordt uiteindelijk Dichter des Vaderlands.

Bron: Dagblad van het Noorden, 03-11-2008

terug naar boven

 



Wie wordt Dichter des Vaderlands?


(Op de voorpagina) - Tien Nederlandse dichters zijn kandidaat voor de functie van Dichter des Vaderlands: Ingmar Heytze, Ilja Leonard Pfeijffer, Tsead Bruinja, Erik Menkveld, Marjoleine de Vos, Hagar Peeters, Ruben van Gogh, Joke van Leeuwen, Ramsey Nasr en Maria van Daalen. Deze lijst van tien wordt op 2 januari teruggebracht tot een lijst van vijf. Daarna krijgt het publiek de gelegenheid te stemmen, via internet en een bon in deze krant. Op 28 januari wordt de naam van de nieuwe Dichter des Vaderlands bekendgemaakt.

Een commissie onder leiding van voormalig Tweede Kamer-voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven heeft de voorselectie gemaakt. De commissie acht de genomineerden een "goede en brede vertegenwoordiging van de actuele Nederlandse poëzie". Het is de eerste keer dat er een voorselectie is. Tot nu toe werd de Dichter des Vaderlands, een initiatief uit 2000 van Stichting Poetry International, NRC Handelsblad en de NPS, gekozen via een openbare procedure op het internet. Bij de vorige verkiezingen, in 2005, won sneldichter Driek van Wissen, na een intensieve campagne.

Volgens Bas Kwakman, directeur van Poetry en lid van de commissie, blijkt uit de lijst dat de commissie "niet voor elitair gaat" en dat "de stem van het publiek nog steeds doorslaggevend is". "De nieuwe procedure moet ertoe leiden dat er minder campagne wordt gevoerd", zegt Kwakman. "Dat lijkt me democratischer aangezien niet elke dichter daartoe de mogelijkheid heeft."

**

Commissie nomineert tien dichters; Poëzie Longlist voor functie Dichter des Vaderlands; stemming volgt januari 2009

Nederland kan in januari kiezen uit vijf dichters voor de functie Dichter des Vaderlands. Een commissie besluit nog wie van deze tien de eindronde halen.

Tien Nederlandse dichters zijn geselecteerd voor de verkiezing tot Dichter des Vaderlands: Ingmar Heytze, Ilja Leonard Pfeijffer, Tsead Bruinja, Erik Menkveld, Marjoleine de Vos, Hagar Peeters, Ruben van Gogh, Joke van Leeuwen, Ramsey Nasr en Maria van Daalen. Deze longlist van tien wordt nog teruggebracht tot een shortlist van vijf, waaruit het publiek in januari mag kiezen.

Een commissie onder leiding van voormalig Tweede Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven heeft de voorselectie gemaakt. De commissie acht de genomineerden een "goede en brede vertegenwoordiging van de actuele Nederlandse poëzie".

Het is de eerste keer dat er een een voorselectie is. Tot nu toe werd de Dichter des Vaderlands, een initiatief uit 2000 van Stichting Poetry International, NRC Handelsblad en de NPS, gekozen via een openbare procedure op internet. Bij de vorige verkiezingen, in 2005, won Driek van Wissen. Hij voerde destijds een actieve campagne voor zichzelf. Zo liet hij een postzegel ontwerpen en deelde hij pennen uit met een gedichtje. Van Wissen denkt dat de organisatie nu hoopt op een "elitairdere dichter". Hij zegt dat zijn werk in sommige poëziekringen wordt beschouwd als "sinterklaasgedichten".

Volgens Bas Kwakman, directeur van Poetry International en lid van de commissie die de longlist opstelde, blijkt uit de lijst kandidaten dat de commissie "niet voor elitair gaat" en dat "de stem van het publiek nog steeds doorslaggevend is. De nieuwe procedure moet ertoe leiden dat er minder campagne wordt gevoerd", zegt Kwakman. "Dat lijkt me democratischer aangezien niet elke dichter daartoe de mogelijkheid heeft."

De organisatie heeft de eisen voor kandidaten aangescherpt. Die moeten ten minste twee bundels hebben gepubliceerd bij een landelijk bekende uitgeverij. Het is de bedoeling dat deze dichter, van wie het oeuvre hoog in aanzien moet staan en bekend moet zijn bij een breed publiek, de komende vier jaar optreedt als ambassadeur van de poëzie. De eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, werkte mee aan de oprichting van de Poëzieclub, met een eigen tijdschrift.

Van de Dichter des Vaderlands wordt verder verwacht dat hij een rol speelt tijdens de Gedichtendag die Poetry International organiseert. Wanneer en waarover hij een gedicht schrijft, mag hij zelf bepalen. Wel is het de bedoeling dat hij zo'n vier keer per jaar een gedicht schrijft over een nationale of internationale gebeurtenis van belang. Deze gedichten zullen worden gepubliceerd in NRC Handelsblad.

De longlistcommissie bestaat naast Jeltje van Nieuwenhoven en Bas Kwakman uit Thomas Vaessens (literatuurwetenschapper), Hester Knibbe (dichter) en Arjen Fortuin (redacteur NRC Handelsblad). Zij zullen op 2 januari een shortlist publiceren van de vijf kandidaten waaruit het publiek mag kiezen. "Ingezonden brieven in de krant of reacties via internet zijn zeer welkom", zegt Kwakman. "Wij hopen dat er een levendige discussie op gang komt."

NRC Handelsblad presenteert 2 januari het werk van de kandidaten. Vanaf dan kan er op www.dichterdesvaderlands.nl gestemd worden. Lezers van NRC Handelsblad kunnen ook stemmenmet een coupon uit de krant van 2 januari. Op 28 januari wordt in het rechtstreekse televisieprogramma De Avond van de Poëzie de naam van de nieuwe Dichter des Vaderlands bekendgemaakt.

Bron: NRC, 31-10-2008

terug naar boven

 


Zingende dichter

Fragment uit recensie van bundel Hans van Willigenburg door Willem Thies op Poëzierapport

...(Sta mij hier een uitweiding toe, een nuance: het anekdotische gedicht kán in Nederland ook rekenen op instemming, en zelfs bejubeling. Zo opent Varkensroze ansichten van Mustafa Stitou, in 2003 terecht met de VSB-poëzieprijs bekroond, met een aantal typisch anekdotische gedichten, waarvan de bouwsteen eerder de zin dan de regel vormt. De bundel eindigt overigens met meer ‘poëtische’, bezwerende gedichten als ‘Niet samen scheiden we licht en donker’ en ‘Affirmaties’, waarin hoofdletters en interpunctie ontbreken. En zelfs een alom gewaardeerd ‘zingend’ dichter als Tsead Bruinja – voor wie duidelijk de regel, en niet de zin, als bouwsteen van zijn poëzie fungeert, en die categorisch weigert hoofdletters en interpunctie te gebruiken – laat vanaf zijn bundel Batterij meer en meer het anekdotische element in zijn gedichten toe. Kortom: het anekdotische wordt door dichters niet principieel uitgebannen, en door lezers en critici niet principieel afgekeurd. Ik wil hier enkel een tendens constateren, en daarbij chargeer ik.)...

Bron: http://poezierapport.blogspot.com/

terug naar boven


EEN BIJZONDERE ONTMOETING - over de expositie van Herman van Veen en Tsead Bruinja

June 01st, 2008 | Category: Nieuws

Gedichten van Tsead Bruinja en schilderijen van Herman van Veen! Een combinatie die prachtige beeldtaal voortbrengt. Beiden proberen op authentieke wijze het leven te vangen. En, zoals Herman van Veen het zegt: “Het leven proberen te vangen er van uitgaande dat het onmogelijk is. Maar je probeert het. Net als wanneer je sneeuw probeert te bewaren.”
Vandaag bezocht ik de opening van deze unieke tentoonstelling in het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden. Een bijzondere middag waarbij Tsead gedichten in het Fries voordroeg en Herman in het Nederlands. Met intermezzo’s met het virtuoze gitaarspel van Edith Leerkes. En dit alles omringd door schilderijen van Herman van Veen. Bijzonder, indrukwekkend. Op zieleniveau.
Ik was in de gelegenheid om Herman van Veen het boek ‘Later is nu’ aan te bieden. Een boek uit de serie Stervensgoed.nu dat ik samen met Miriam Moons creëerde. Boeken met daarin levensverhalen van mensen die op de een of andere manier met hun sterfelijkheid worden geconfronteerd. Geïllustreerd met tekeningen en schilderingen die hetzelfde verhaal in beelden weergeven. De overeenkomst met wat Tsead en Herman samen creëren moge duidelijk zijn. Ik hoop dat de inspiratie wederzijds is.

Ik realiseer maar me weer eens hoe krachtig woorden en beelden kunnen werken. Mijn wens om met mensen aan hun levensprocessen te ‘werken’ in woord en beeld (kunstzinnig coachen) wordt nog eens versterkt. Wat is dit mooi…

(hier staat op het blog het affiche)

Een tipje van de sluier:

hoe’t de wyn oer har lea hinne
en tusken har boarsten troch
ûnderweis is nei it gers
hoe’t de wyn it gers kidelet
en sy net oereinkomme wol
…….

hoe de wind over haar lichaam heen
en tussen haar borsten door
onderweg is naar het gras
hoe de wind het gras kietelt
en zij niet overeind wil komen
…….

(deel uit: gersfamke/grasmeisje)

Bron: http://www.comhla.nl/

terug naar boven



Herman van Veen schildert gedichten Tsead Bruinja 

door Fedde Dijkstra

LEEUWARDEN - Cabaretier, zanger en liedjesschrijver Herman van Veen heeft veertien schilderijen gemaakt bij even zoveel gedichten van Tsead Bruinja. De doeken en de gedichten - in het Fries en het Nederlands, uit Bruinja's tweetalige bloemlezing 'De geboorte van het zwarte paard'- worden van 1 tot en met 15 juni tentoongesteld in het atrium van Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden. Het contact tussen Van Veen en Bruinja is gelegd door de Leeuwarder therapeut Jeroen Stek. Die had als freelancer een interview met Herman van Veen. De artiest liet hem weten dat hij een bewonderaar is van een Friese dichter ,,met zo'n mooie Marokkaanse naam, Tse-ad Bruinjá'' en vroeg Stek of hij bij gelegenheid eens wilde polsen of Bruinja iets voor samenwerking zou voelen. Bruinja was meteen enthousiast en selecteerde veertien gedichten, die naar Van Veen werden gemaild. De dichter is een Van Veen-liefhebber en is vereerd dat de artiest zijn poëzie kiest. ,,Syn skilderwurk is frij abstrakt, mei grutte kleurflakken. Dêr hâld ik wol fan. Nijsgjirrich fyn ik foaral wat de skilderijen mei de gedichten dogge en oarsom.''

Bron: Leeuwarder Courant, 17-05-2008

terug naar boven


'Bezoeker legt dan geen 16,90 euro neer voor een bundel van Bruinja'

Kort interview met Eva Cossee op de Landelijke Gedichtendag 2008

door Menno Schenke

...,,We drukken van een dichtbundel gemiddeld 1000 tot 1500 exemplaren,'' zegt Eva Cossee, uitgever van de poëzie van Mark Boog, die in 2006 de VSB Poëzieprijs won. ,,Bij andere uitgeverijen bedraagt de oplage van een dichtbundel vaak maar zes- tot zevenhonderd boeken.''

Uitgeverij Cossee geeft ook de Friese dichter Tsead Bruinja uit, die vaak optreedt op poëziemanifestaties. ,,Die evenementen zijn meestal uitverkocht, maar de bezoeker legt dan geen 16,90 euro neer voor een bundel van Bruinja. Er is dus een groot verschil tussen de belangstelling voor zulke evenementen en het aantal dichtbundels dat wordt verkocht.''

Dat Nederlanders weinig op zouden hebben met hun dichters, werpt Eva Cossee van zich. ,,Er wordt wel veel poëzie gelezen. Voor allerlei bloemlezingen is veel belangstelling. Nederlanders zijn grotenamenkopers: Remco Campert, Rutger Kopland, Judith Herzberg.''

Bron: Ad, 29-01-2008

terug naar boven


Herman van Veen speelt Obergumer kerkje stil

Door Marijke Brouwer

Herman van Veen op bezoek staat gelijk aan kunst op visite. Laat de kunstroute in Winsum nou 'Kunst op visite' heten. En ter gelegenheid daarvan trad Herman van Veen gisteravond op temidden van zijn eigen schilderijen.

Winsum Het mooiste was geweest als er alleen maar dat kerkje was. Dat door de glas- in-lood-ramen het vrolijke avondlicht naar binnen straalde waar dan, omringd door zijn schilderijen, Herman van Veen stond te zingen, begeleid door zijn gitariste Edith Leerkes. En dat het publiek buiten iets van zijn optreden probeerde te vangen dwars door de dikke kerkmuren heen. Het kwam in de buurt gisteravond in Winsum, alleen was de Obergumer kerk allesbehalve leeg. De 160 kaartjes voor het concert van Herman van Veen waren in een mum van tijd weg. De kerk zat dus vol, maar de stilte was enorm. Vanaf de eerste klanken - wat klinkt dat kerkje! - is het opletten geblazen, want hij zingt niet alleen, hij speelt viool, hij fluit, hij kletst, hij vertelt, grapt, zwijgt en dicht. Als zijn hij en het publiek goeie bekenden. Niet alleen zijn liedjes zijn gedichten, zijn hele praten lijkt op poëzie. Wie God vergelijkt met een sneeuwvlok die smelt in je hand, wie een zinnetje als 'De liefde poetst het hart' zo gemakkelijk uit zijn mouw schudt, is een poëet. Later, na drie kwartier spelen, zit hij als een soort toerist in een Zuid-Europees land op een bankje onder het lover. Zich te verbazen over zo veel schoonheid in zo'n noordelijk deel van Nederland ("Bijna Denemarken", vindt hij). Daar denkt hij even na over zijn favoriete dichters. Tsead Bruinja schiet hem als eerste te binnen. En Hans Lodeizen en Willem Wilmink zijn hem lief. Ondertussen kuiert het kerkje leeg. Moeder en dochter Nelly en Nicole Zonderman vonden het fantastisch. "We hebben ademloos geluisterd. Het treft je zo wat hij zegt. En dan in zo'n kerkje, dat is veel dichterbij dan in de schouwburg."

Kunst op visite is komend weekend voor het laatst. In 24 huizen in Winsum hangt werk van regionale kunstenaars. Meer info op www.winsum.nl

Bron: Dagblad van het Noorden, 25-05-2007

terug naar boven


Poëzie sluit de echte wereld even buiten

Door Asing Walthaus

PINGJUM - Poëzie is een wereld van woorden en associaties: daar heeft de buitenwereld niets te zoeken. Dat was gisteren duidelijk in het schuilkerkje van Pingjum, waar zes dichters voorlazen uit hun werk. Stralend weer, wind over de velden, vogels, de Waddenzee achter de dijk: dat alles was afgedekt met de schotten voor de kerkvensters. Zelfs het gebonk op de voordeur, halverwege de voorleessessie, werd genegeerd tot de dichteres klaar was. ,,Tijd hoort buiten'', zei Anneke Reitsma in een van haar gedichten.

Zo zette 'Poëzie in Pingjum' de buitenwereld en de tijd drie kwartier stil met een programma dat later op de middag nog eens herhaald werd. Het is een nieuw onderdeel van de kunstmaand die jaarlijks in het stille dorp gehouden wordt. Voor de eerste sessie schoven een kleine dertig man - dichters meegeteld - aan in de houten kerkbankjes. Alle lichten gingen uit, de dichters schuifelden in de schemer naar een fauteuil voorin, knipten een leeslampje aan en lazen het welwillend publiek voor uit eigen werk.

Die halfduisternis gaf de dichters macht om de buitenwereld naar hun idee om te vormen. Joke Pas, een van de vier dichters uit Wûnseradiel zelf, verzuchtte dat als ze lucht en water wezen moest, ,,dan zou ik Friesland willen zijn''. Anneke Reitsma stelde dat in Friesland de ,,weilanden gelijken op Sumatra''.

Hoe een wereld uit taal ontstaat, vertelde Dien de Boer in een gedicht over een dijkwandeling met een kind, dat steeds blijft staan als het ergens het woord voor weet. De enige man in het gezelschap, Tsead Bruinja, sloot aan bij het idee van afsluiting met een gedicht over een man in een bunker. De jonge debutante Laura Demelza Bosma week het meest af, omdat haar stem het zachtst was en haar gedichten het kwetsbaarst.

De echte reden voor de schemer bleek bij de afsluitende performance van Annelies Alewijnse. Zij trad op achter de vitrage die de hele tijd in het kerkje had gehangen, afgewisseld met dia's van de schim van een vrouw, die op een zolder doolt. Oplettende bezoekers hadden de foto's daarvan al op de lambrisering van het kerkje kunnen zien staan. Omdat het nogal fragmentarisch was, kwam het applaus pas toen ze zei: ,,'t Is klaar.'' Daarna was het ook werkelijk klaar: de voordeur ging open, zonlicht viel bijna hoorbaar binnen en de echte wereld was er weer.

Bron: Leeuwarder Courant, 21-05-2007

terug naar boven


Fragment interview met Ingmar Heytze door Thomas van den Bergh voor Elsevier naar aanleiding van de 27e Nacht van de Poëzie te Utrecht

Stel dat Heytze zijn ideale Nacht zou mogen samenstellen, ongeacht leeftijd of zelfs overlijden, wie zouden dan mogen meedoen?

Ingmar gaat meteen rechtop zitten. 'Ja, dit vinden mannen leuk. Die zitten toch ook altijd te lullen over hun ideale voetbalelftal? Nou, ik zet achterin Hendrik Marsman, Lucebert, Paul Snoek en Maurice Gilliams. Op het middenveld Herman de Coninck, Cees Buddingh' en Hans Dorrestijn, en in de aanval Tom Lanoye, Ilja Leonard Pfeijffer en Gerrit Komrij. Martinus Nijhoff gaat op doel. De reservebank is minstens even sterk: Rutger Kopland, Frank Koenegracht, Ingrid Jonker, Joke van Leeuwen, Vasalis, Johnny van Doorn, Wouter Godijn, K. Michel, Hugo Claus, Jan Kuijper, Menno Wigman. In de selectie voor Jong Oranje: Hagar Peeters, Ramsey Nasr, Hanz Mirck, Tjitske Jansen, Dichters uit Epibreren, Tsead Bruinja. Goed, ik hou al op met namedroppen. De scheids? Dat ben ik wel.'

Bron: Elsevier, 31-03-2007

terug naar boven


Video - Omrop Fryslânn

Parijs - maart 2007 - Optreden met Soepboer, Hettinga en van Keulen op het Institut Néerlandais


©Foto GPD / Ilse Leenders

Brêgeman wordt garde-pont

Parijs - Dichter Tsead Bruinja las gisteren in het Institut Nérlandais in Parijs zijn Friese gedichten voor, terwijl achter hem op een scherm de Franse vertaling door Kim Andringa verscheen. OP het moment van de foto was hij bezig met zijn gedicht 'Brêgeman'- in het Frans 'Garde-pont' 'Kom heit byn my de houtsjes ûnder / ik haw de krappe jongeslearskes hast oan'. Naast Bruinja traden ook Albertina Soepboer, Tsjêbbe Hettinga en Jaap van Keulen op, tijdens een avond die 'Frisia cantat' was gedoopt. De avond was er een in een reeks om te vieren dat het instituut vijftig jaar bestaat.

Bron: Leeuwarder Courant, 16-03-2007

Click hier om te luisteren naar het Friestalige radioverslag dat Karen Bies maakte voor Omrop Fryslân uitgezonden in het programma Buro de Vries op zondag 18 maart.

Friese dichters op Parijse poëzieavond


LEEUWARDEN De Friese dichters Albertina Soepboer, Tsjêbbe Hettinga, Tsead Bruinja en Jaap van Keulen lezen donderdag voor op het Institut Néerlandais in Parijs.

Op die avond wordt ook 'Yn dat sykjen sûnder finen' vertoond, die Pieter Verhoeff over Hettinga maakte. De film, die binnenkort ook op dvd uitkomt, kreeg voor deze gelegenheid Franse ondertitels. Verhoeff is bij de vertoning aanwezig, Reinier Salverda, directeur van de Fryske Akademy, praat de avond aan elkaar.

Het is een van de avonden die het Institut Néerlandais organiseert vanwege de eigen vijftigste verjaardag. Deze week werd al bekend, dat het instituut ook zanger Douwe Heeringa naar Parijs haalt. Voor deze poëzieavond was op Nynke Laverman gehoopt, maar die had het er te druk voor, zodat de keus op haar tekstschrijfster Soepboer viel.

,,En we wilden al heel lang iets met Tsjêbbe doen'', zegt Dorien Kouijzer van het Institut Néerlandais. Een gedicht van hem is voor deze avond in het Frans vertaald, met werk van de andere optredende dichters.

,,Met Tsjêbbe Hettinga hebben we een dichter van wereldformaat, vinden we zelf'', aldus Kouijzer. Maar hoezeer Hettinga ook op internationale festivals optreedt, het kost moeite de Franse bezoekers over te halen, heeft ze gemerkt. ,,Hij heeft nog geen naam in Frankrijk.''

Bron: Leeuwarder Courant

Friese dichters dragen poëzie voor in Parijs Leeuwarden - De Friese dichters Tsjebbe Hettinga, Albertina Soepboer en Tsead Bruinja zijn volgende week te gast bij het Institut Néerlandais in Parijs. Het drietal draagt voor uit eigen werk op Frisia Cantat (Fryslân zingt), een literaire en muzikale avond dat geheel in het teken staat van de Friese taal. De gedichten die de Friezen voordragen zullen ook in het Frans worden voorgelezen. Tijdens Frisia Cantat, op 15 maart, wordt ook de film van Pieter Verhoeff getoond die hij maakte van Tsjebbe Hettinga. Het festival wordt ingeleid door Reinier Salverda, directeur van de Fryske Akademy.

Bron: Friesch Dagblad

terug naar boven


VAN HET VERLOREN MOEDERLAND / DE MOEDER DE TAAL

uit Aantekeningen bij de poëtica van Abe de Vries

door Rieuwert Krol

Het doel van elke vorm van commentaar op kunst zou moeten zijn om de kunst, en zo onze eigen ervaring, echter, directer te maken, niet mínder echt. Susan Sontag, Tegen interpretatie. 

Deze houding ten opzichte van de taal is volgens mij cruciaal voor deze poëzie. Die houding is verbonden met de tweetaligheid van dichters. Bij andere jonge Friese dichters als Bruinja en Soepboer is dit ook het geval. De taal is verbonden met een landschap en in dat landschap groeiden ze op. Vaak trokken ze weg uit dat landschap en dus ook uit de taal. Dan gaat beppe
dood of wordt er een baby geboren en merken ze dat ze die willen toespreken in hun eigen taal; de taal van een verloren paradijs. Niet omdat taal epistemologisch problematisch zou zijn, maar omdat taal een obstakel vormt tussen de manier waarop iemand zijn eigen ervaringen ervaart en de woorden die daar voor beschikbaar zijn. De moedertaal wordt herwonnen en men gaat een bijna erotische band aan met dit enige dat tastbaarder is dan de herinneringen, die van zichzelf stom zijn. De taal van de Fries om utens als een geheime minnares. Overdag wordt het Nederlands weer gebruikt en merkt niemand iets van de vrijage van de vorige nacht.

Het probleem van deze (karikaturale) verhouding tot de moedertaal is dat de Friese taal ook is gebruikt voor genres die in onbruik zijn geraakt. Een bekend voorbeeld is de boerenroman. De boerenroman is niet alleen een genre, maar ook een icoon van Friese regionale romankunst. De boerenroman heeft zoveel zaken uit de Friese wereld in zich opgenomen en tot teken gemaakt dat het voor de hedendaagse dichter die op zoek is naar het verloren paradijs bijzonder moeilijk is om over die moeder (de echte en de talige) te schrijven zonder haar boerenromanverleden daarbij te betrekken. Het noemen van de landschappen, de luchten, de geuren, de boerderijen etc, het refereert allemaal ook en misschien wel vooral aan de boerenroman. Die
boerenroman is dan ook weer gebruikt door de Duitsgezinde schrijvers in de oorlog en dat maakt het niet alleen moeilijk om het cliché te omzeilen, maar ook om het gevaar van collaboratie te omzeilen...


Bron: http://www.farsk.nl/krityk/2007/93kroloerdevries.htm

terug naar boven



Onder de Gordel (Collumn geschreven naar aanleiding van de presentatie van Receptie van Vrouwkje Tuinman)




door Jan Zandbergen

...Nog maar een poëet erbij gesleurd. Het Friese exemplaar op foto vijf heet Tsead Bruinja en komt dus uit de Slauerhoff-dreven - provincie ook van de romantische scheeparts die eveneens wordt gepubliceerd in deze burelen. Tsead wordt uitgesproken als tsèd, voor wie er belangstelling voor heeft. Hij is de maker van respectievelijk Klotegedichten en Kutgedichten en we zouden het uiteraard niet wagen om zelf met deze kwalificatie van zijn bundels te komen. Het zijn inderdaad titels, en het is ons niet bekend hoeveel poëzierecensenten deze balletjes voor open doel blijvend konden negeren... 

Bron: HP / De Tijd, januari, 2007

terug naar boven


http://poezie.startpagina.nl

door Reinier Kist

... Naast de persoonlijke sites van dichters die wel vereeuwigd zijn op papier, waarvan vooral die van de jongere generatie opvallen door hun gelikte, soms overdadige zelfpromotie (Ilja Leonard Pfeijffer, Tsead Bruinja), is er voor de poëzieminnende internetsurfer toch een aantal écht interessante links te vinden. De site van Poetry International is een goudmijn, waarop honderden vertalingen, biografieën en videofragmenten staan uit het archief van het Rotterdamse festival. Op de site dichterbijdebezigebij.nl staan minder dichters, maar wel de beste die bij de Bezige Bij hebben gepubliceerd, vaak met video- of geluidsfragment. Echt spannend wordt het op de sites die een nieuwe dimensie aan gedichten toevoegen. Het geslaagdste huwelijk tussen poëzie en internet staat vooralsnog op naam van Tonnus Oosterhoff ( www.tonnusoosterhoff.nl ): woorden verdwijnen en bewegen in de gedichten op zijn website, waardoor er telkens verrassende nieuwe verbanden ontstaan. Bedoeld als lesmateriaal voor middelbare scholieren, maar ook plezierig om naar te kijken voor volwassenen, zijn de geanimeerde gedichten op www.dichtvorm.nl...

Bron: NRC, 09-02-2007

terug naar boven


Olie, fruit, noten en dichters

weeklog.nl Bart FM Droog

De dichter Bart FM Droog bereidt zich voor op een tournee naar Iran, als de representant van het leger Zeverlandse poëten. 'Maar een vertaald gedicht, is iets anders dan het origineel.'

'Wil je naar Iran gaan?', vraagt de Zeverlands-Iraakse dichter Mowaffk Al-Sawad.

'Iran? Je bedoelt Irak?'

'Nee, Iran. Ik kreeg juist een telefoontje van een vertaler Arabisch-Perzisch, die op zijn beurt gebeld was door een van de organisatoren van het Fajr Poetry Festival, dat van 1 tot en met 11 februari in een aantal Iraanse steden plaats heeft. Uit Teheran kwam het verzoek een Zeverlandse dichter van circa 40 jaar, met minimaal twee bundels, veel publiciteit en veel
optredens in het buitenland te traceren. Ik dacht aan Tsead Bruinja en jou. Maar Tsead is te jong en jij bent precies de dichter die ze daar zoeken.'....

Bron: Volkskrant, 10-02-2007

terug naar boven



Poëzie in trein in Eindhoven

door Daphne Broers

EINDHOVEN - Donderdagmiddag, 12.13 uur, Station Eindhoven. Op perron vijf rolt de intercity naar Amsterdam binnen. Een man met grijswit wapperend haar en een net zo hard wapperende regenjas stapt uit en steekt een sigaret aan. Het is Simon Vinkenoog, dichter.

In een eersteklas coupé helemaal aan het einde van de intercity zit driftig tikkend: Hagar Peeters, dichter. Vóór haar hapt Ruben van Gogh, dichter, in een broodje. Tegenover hem zitten Tsead Bruinja en Erik Jan Harmens, dichters. Vandaag is het Gedichtendag. Verspreid door het hele land wordt er van alles georganiseerd, waaronder deze speciale ’Gedichtentrein’ die Poetry International samen met de NS heeft bedacht.

Terwijl de trein van Amsterdam naar Eindhoven en weer terug rijdt, dragen de vijf dichters in een speciale coupé voor uit eigen en andermans werk. Vanwege het Gedichtendagthema van dit jaar, ’Stilte’, hoor je hun stemmen door een uitgedeelde koptelefoon. De trein trekt op en bij het Philips Stadion gaat Tsead Bruinja totaal los op zijn zelf gecomponeerde woordenbrij. In de tunnel bij Best sterft zijn fluisterende stem bijna weg. „Iemand roept ’romantisch!’’, citeert hij ineens veel harder en we krijgen allemaal gratis oploskoffie.

Of nou ja, allemaal... Zo veel mensen passen er uiteindelijk niet in deze eerste-klas-coupé. Als je-em als verdwaalde tweedeklasser al per ongeluk hebt weten te vinden. Het staat namelijk nergens aangegeven. Jammer. Eigenlijk hadden alle reizigers een koptelefoon moeten krijgen. Tsead heeft ondertussen een muziekje opgezet. Als het aan hem ligt mogen we nu gerust even schudden met onze billen, terwijl hij een gedicht voorleest ’over een man die lopen moet met een droom waar geen hek omheen past’. We stuiven langs half bevroren slootjes en weilanden waar wel een hek omheen past.

Inmiddels is dichter nummer twee, Erik Jan Harmens, aangerukt. Hij belooft een ’atheïstisch gedicht’. ’God moet dood’, zegt hij en we passeren de Barbecuespecialist. Zelfs dat lijkt ineens wel poëzie. Eindpunt Den Bosch doet ons landen in de minder romantische realiteit. We moeten weer terug naar Eindhoven, zonder dat er mooie woorden in onze oren worden gefluisterd. Zonder ook maar een woord van de andere drie, Simon Vinkenoog, Ruben van Gogh en Hagar Peeters, te hebben gehoord. Waar is die urenlange vertraging als je hem nodig hebt?

Bron: Eindhovens Dagblad

terug naar boven



Vinkenoog: ’En nu op naar de Lichtstad!’

door Jace van de Ven

Vrijdag 26 januari 2007 - Omdat het gedichtendag was, reed er gisteren een Gedichtendagtrein. Het Brabants Dagblad reisde mee van Den Bosch naar Eindhoven en terug.

Onmiddellijk na Vught zet Ruben van Gogh een lang gedicht in. Een heel treinstel mensen met koptelefoons op leunt achterover in hun zetel en luistert naar de stem van de dichter boven het geraas van de trein beneden. Even is er geratel als de Essche Stroom wordt gepasseerd, dan klinkt er applaus en neemt good old Simon Vinkenoog de microfoon over. Hij leest een ode aan de poëzie van Cees Buddingh’ en bezweert dat je nooit genoeg van poëzie doordesemd kunt zijn.
Dat gaat voor niemand beter op dan voor deze bijna tachtigjarige zelf. Na zestig jaar dichterschap gelooft hij nog even enthousiast in de kracht van het woord als voorheen. Nog steeds gaat hij als Vinkenoog te keer.
Hij orakelt dat de Amerikaan e.e. cummings zei: ’Een dichter is iemand die voelt’. En legt uit: „Dat lijkt misschien makkelijk, maar is het niet.“

En nadat hij vol elan een door hem vertaalde tekst van cummings heeft gelezen uit zijn laatste bundel, staat hij op en steekt het boekje op. Een onverwachte wissel werpt hem bijna voorover, maar hij blijft overeind en scandeert luid de titel: ’Goede raad is vuur!’

En alsof we op het punt staan de Parnassus te gaan beklimmen, voegt hij eraan toe:
„En nu op naar de Lichtstad!“

Je kunt zeggen van zijn poëzie wat je wilt, maar bij zo’n happening als poëzie in de trein is een Vinkenoog broodnodig.

Piet Paaltjens

De dichteres na hem, Hagar Peeters, leest het onverslijtbare treingedicht ’Aan Rika’ van Piet Paaltjens, dat aldus begint:
Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart/Gezeten in een sneltrein, die de trein/Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart./De kennismaking kon niet korter zijn.

Na nog twee gedichten van zichzelf, meldt de intercom: ’Station Eindhoven, eindpunt van deze trein’.
Dat geldt niet voor de dichters, zij krijgen broodjes en drankjes uitgereikt. Erik-Jan Harmens verzucht: „Heerlijk, het lijkt wel een schoolreisje!“

Hij vertelt dat het voorlezen even wennen is, omdat je doordat iedereen een koptelefoon op heeft, niet in de gaten hebt, dat je contact met de luisteraar maakt. Maar organisator Jan-Willem Anker van Poetry International is heel tevreden over de koptelefoons, omdat nu iedereen alles goed kan verstaan. En ze zijn er ook, omdat het thema van gedichtendag ’stilte’ is. Het is de bedoeling dat het stil is in het treinstel. Dat is het ook, maar toch maken de optredens een beetje een onrustige indruk. Komt het omdat een trein altijd beweegt? Terwijl dichtend Nederland in een broodje hapt wordt een jongen met een emmer en een zwabber teruggestuurd. Hij lijkt er niet boos over, alweer een treinstel minder.

Dan begint de terugreis. Voordat hij gaat zitten, loopt Simon Vinkenoog de Brabants Dagbladverslaggever tegen het lijf. „Ah, Van den Busse“, roept-ie. De verslaggever knikt. „Ja, ik herinner mij je goed“, glundert Vinkenoog.

Dan krijgt Tsead Bruinja de microfoon en begint in het Fries. Twee allochtonen die net zijn ingestapt, haasten zich het treinstel uit. Ze denken dat zij de enigen zijn die niet verstaan wat Bruinja vertelt. Inmiddels is de Fries zo aardig om ook iets in het Nederlands voor te dragen. Hij doet dat omdat daarna de Friese versie zal volgen vanaf CD met ritmische muziek eronder. Wat volgt is echter allerminst ritmisch. Zoals te doen gebruikelijk bij dit soort gelegenheden blijkt het verkeerde nummer geprogrammeerd. Volgt alsnog ’De man dy’t rinne moet’, inderdaad een aanstekelijke dreun. Even lijkt het of Vinkenoog mee zal gaan swingen, maar hij gooit alleen zijn haren los. Zijn partner, Edith Rignalda, kijkt geamuseerd naar hem.

Na Boxtel is de microfoon voor Erik-Jan Harmsen die, terwijl het treinstel even vervaarlijk dendert, met ferme stem God in het geding brengt. „God is een G, een initiaal, hij houdt niet van jou, maar van ons allemaal“.

Langs het raam passeert een trein nieuwe auto’s als multi-interpretabel beeld bij de tekst. De verslaggever zit een gedicht van Hagar Peeters over te pennen voor bij zijn verslag. Een dame van de NOS interviewt Tsead Bruinja met een witte microfoon. Ruben van Gogh repeteert een tekst die in een schoolse ringband zit. De trein dendert naar Den Bosch. Anker denkt dat het best een traditie zou kunnen worden.

http://www.brabantsdagblad.nl/brabant/article1047290.ece


terug naar boven


Richting mandarijnschap

De poëzie bloeit, nietwaar?, maar ook een tuin in bloei vergt nu en dan eens onderhoud. Het is daarom tijd om wederzijdse vriendelijkheden, voor zover zij berusten op 'beleefdheid' en 'omgangsvormen', voorgoed te staken. Nooit meer aardig zijn als dat niet nodig is.

Niet tegen jonge dichters die al te gretig richting mandarijnschap opstomen. Ik noem geen namen, want ook Tsead Bruinja en Thomas Möhlmann zijn mij beiden zeer lief, net als Marc Reugebrink en Tine Moniek, of had ik die al genoemd?

Bron: http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2007/01/index.html

terug naar boven


Uit: We moeten elitair durven zijn

Een interview door Piet Gerbrandy met hoogleraar Geert Buelens over hartstocht, goede poëzie en enthousiaste studenten

...Een belangrijk middel, misschien wel een wezenskenmerk als je dat woord mag gebruiken van poëzie is het ritme, niet alleen metrisch, maar ook visueel en in de zinsbouw. Ik voel me verwant met een paar Nederlandse dichters die heel andere poëzie schrijven dan ik, maar toch met vergelijkbare processen bezig zijn. Zoals Wouter Godijn emoties behandelt en Tsead Bruinja met ritme omgaat, dat spreekt me zeer aan.» Hartstocht, daar gaat het dus om...

Bron: De Groene Amsterdammer, 28-11-2006

terug naar boven


Hoe het schilderij een gedicht in de weg kan zitten

door Hendrik-Jan de Wit

Over Lyrisch van Rembrandt, Twintig nieuwe gedichten naar de oude meester. (Nieuw Amsterdam Uitgevers en Rijksmuseum, 2006) Gedichten bij schilderijen hebben het grote gevaar dat het gedicht meer een verhaal is over het schilderij dan een gedicht op zich. De twintig dichters die topwerken van Rembrandt vatten in een gedicht, worstelen met deze problematiek. Het zijn stuk voor stuk verhaaltjes over de kunstwerken, die als scharminkels naast de prachtige schilderijen staan afgedrukt in het boekje.

In een Rembrandtjaar waarin de poëzie zo populair is, kan het natuurlijk niet uitblijven: een gedichtenbundel bij de schilderijen van Rembrandt. De
makers hebben de commercie boven de kwaliteit van het gedicht verheven.

Het levert halve zinnen op als H.H. ter Balkt: ''t Blinkt al van parels en van amaryl' (11) bij het schilderij Portret van Maria Trip, of Anna Enquist: 'Hij schildert haarslierten en parels' (21) bij het schilderij Portret van een vrouw. Om te zwijgen over de lege woorden van de dichter des Vaderlands Driek van Wissen bij Stilleven met pauwen. Hij vervalt in een verhaaltje over twee pauwen die zich onderscheiden door trots de 'veren uit te spreiden' (47).

Ik voelde mij bij elk gedicht onprettig, en zocht naar een duiding van het probleem bij de dichtbundel Lyrisch van Rembrandt. Het antwoord ligt bij de functie van de poëzie. Een gedicht moet beelden oproepen, niet ze verwoorden. De gedichten staan zo sterk in dienst van Rembrandt dat ze zich niet verheffen tot zelfstandiger wezens. Zonder het schilderij zou het gedicht ook moeten spreken, terwijl het nu tot praatjes bij de plaatjes blijft.

Dichters die zich wagen aan gedichten bij een schilderij of bij een muziekstuk, begeven zich op het hellende vlak om het schilderij onderwerp van het gedicht te laten worden. Dat terwijl het veel belangrijker is om het lyrisch ik leven in te blazen door het een gevoel te laten voelen. Wat roept het schilderij bij hem op. Er is geen enkele dichter in de bundel bij de  schilderijen van Rembrandt in het Rijksmuseum te Amsterdam die hierin echt slaagt.

Het subject is letterlijk het object in de gedichten, terwijl er weldegelijk mooie mogelijkheden in het verschiet liggen. Waarom verheft de dichter zich niet tot schilder en maakt een eigen kunstwerk. Bij een portret als Een oude vrouw, waarschijnlijk Rembrandts moeder, die de profetes Anna verbeeldt, liggen de kansen en mogelijkheden voor het oprapen. De dichter kan kliederen met de woorden en ze vermengen tot een prachtig kleurenpalet. Hij kan schrijven over zijn eigen moeder en daarmee het beeld oproepen van de oude vrouw die probeert de bijbel te lezen, terwijl ze de letters niet meer kan
zien.

Misschien dat Tsead Bruinja nog het beste de strijd tussen poëzie en de schilderkunst van Rembrandt weet te beslechten. Hij roept hele nieuwe eigen beelden op, zonder zich aan het schilderij te kluisteren. Bij het schilderij Jeremia treurend om de verwoesting van Jeruzalem, op zijn beurt geïnspireerd door de literatuur in de vorm van een bijbelverhaal, schrijft de Groningse dichter:

zegt ze

de wind door de twijgen
vindt een knoop

de wind door de twijgen
vindt een stam

struikelt in de slootkant
en vindt deinend water

stuit

ze trekt een cirkel in het zand (p. 19)

Het lyrisch ik roept beelden op van de treurende mens, zonder te verzanden in lange lyrische beschouwingen over het kleed waarop de Jeremia zit of de bijbel waarop hij verdrietig leunt met de arm waarop zijn hoofd moedeloos steunt. Voor Tsead Bruinja is het schilderij een inspiratiebron, die de
beelden oproepen. Dat hadden meer dichters uit de bundel Lyrisch van Rembrandt moeten doen.

Bron: http://www.litnet.co.za/, 27-09-2006  

terug naar boven



Persmateriaal Indonesië 2006

Als eerste een reactie van Driek van Wissen op de reis:
...Telkenmale kom je bij die berichten namelijk dezelfde bekende namen van collega-dichters tegen en daarnaast ook die van dichters wier bekendheid in eigen land nog erg beperkt is. Zo las ik toevallig onlangs dat de Nederlandse dichters Hans Wap, Peter Swanborn en Tsead Bruinja naar Indonesië vertrokken zijn om van 2 tot en met 8 juli op poëziefestivals in Palembang en Jakarta internationale roem te verwerven. Niet dat ik ze het misgun, maar ik dacht stiekem toch wel even: wie zijn dat ook al weer en waarom zij? Hoe werkt dat? (deel van verslag bezoek van Wissen aan Iran)

http://www.kb.nl/dichters/wissen/wissen-vaderland-10.html

terug naar boven


Hieronder als eerste een aantal vertalingen van persknipsels, daarna de originelen en meer!

Verslag Kompas door Ilham Khoiri Een aantal dichters uit verschillende landen, alsmede uit Indonesië lezen op zaterdag en zondag hun gedichten op de boot Sigentar Alam op de rivier de Musi en in het Graha Budaya gebouw in Palembang stad. De Indonesian International Poetry festival moet tot een uitwisseling leiden tussen dichters afkomstig uit allerlei verschillende culturen. De dichters lezen om de beurt uit hun werk, waarbij diverse thema's in de stijl en de taal van hun land aan bod komen. De gedichten zijn ook in het Indonesisch vertaald. Van de buitenlandse dichters traden ondermeer op: Hans wap, Tsead Bruinja en Peter Swanborn uit Nederland, Flavio Santi (Italië), Hal Judge (Australië), Khairulizam (Maleisië) en Madeleine Lee (Singapore). De Indonesische dichters worden ondermeer vertegenwoordigd door D Zawawi Imron, Jamal D rahman, Emha Ainun Najib, Dorothea Rosa Herliani en Ahmadun Y Herfanda. Volgens de voorzitter van het festivalcomité, Agus R Sarjono, biedt het internationale poëziefestival de Indonesische dichters de mogelijkheid het werk van dichters uit andere landen beter te leren kennen. Deze kennismaking zal hun perspectief, denkbeelden en het creatieve proces van poëzie schrijven verruimen. 'Het festival zal de uitwisseling tussen de dichters stimuleren en ze zullen de denkbeelden, manier van lezen en het taalgebruik van vele dichters uit andere landen vergelijken. Hoewel op allerlei verschillende manieren streven de dichters er allemaal naar hun menselijke ervaringen uit te drukken," zegt Sarjono. De Duitse dichter Jankowski erkent dat het festival hem kennis laat maken met de rijkdom van zowel moderne als traditionele Indonesische literatuur. Tijdens zijn reis door dit land doet hij ervaringen op die hem vervolgens inspireren tot het schrijven van poëzie. " Een aantal van mijn gedichten zijn ontstaan nadat ik Indonesië heb gezien. Maar de taal is wel een probleem", zegt hij. Het Internationale Poëziefestival wordt voortgezet en afgesloten in Jakarta op 5 en 6 juli. Het internationale poëzie festival vond zijn oorsprong ooit in Rotterdam in de jaren 70 en wordt jaarlijks georganiseerd. De deelnemers komen uit diverse landen, waaronder Indonesië.

terug naar boven

Mediaindo 28 juni 2006 W S Rendra zal samen met 22 Wereld Dichters poëzie lezen op de rivier de Musi. door: Yasland Aspani De dichter W.S. Rendra 'de pauw' voert 22 bekende dichters uit 13 landen ten tonele en 16 Indonesische dichters. Ze zullen optreden op het Indonesia International Poetry Festival in Palembang. Ze zullen hun poëzie op een boot voordragen, terwijl ze genieten van het panorama van de Musi rivier. Voorzitter van de Dewan Kesenian (kunstraad) van Zuid Sumatra, Djohan Hanafiah, brengt naar voren dat het voor het eerst is dat een dergelijk international poëzie festival buiten Java plaatsvindt."Voor Palembang is dit een buitengewone eer. Dit alles dankzij WS Rendra die lezers van wereldpoëzie meegenomen heeft naar dit festival", zegt Djohan die ook voorzitter is van het comité The Indonensian Poetry International Festival. Het festival vindt gedurende 3 dagen plaats en start op 1 juli. Gebaseerd op de informatie van Rendra, zegt Djohan, zullen ondermeer de volgende dichters optreden: Ahmed Abdul Mooty Hezagy uit Egypte, Ani Sumari uit Finland, Duo Duo uit China, Durs Gurnheim uit Duitsland, Eduardo Sanguineti uit Italië, Ismail Turan uit Italië, Hans Wap uit Nederland, Ko Un …, John Traner uit Australië, Mircea Dinescu uit Roemenië, Tsead Bruinja uit Friesland, Zhang Zao uit China, en twee dichters uit Hongarije. De dichters worden door Rendra meegenomen naar Palembang om deel te nemen aan het internationale festival. Ze zullen ook lezen op de rivier de Musi, zegt Djohan, De deelnemende Indonesische dichters zijn ondermeer: Anwar Putra Bayu, T. Wijaya, Ahmadun Y Herfanda, Aslan Abidin, Sutardji Chaulsum Bachri, Godi Suwarna en Nenden Lilis. Om zoveel mogelijk toehoorders erbij te betrekken gaan de dichters in discussie met de toehoorders tijdens de 'Artist Talk' in het Novotel in Palembang.


terug naar boven


Tempo 4 juli 2006
Door Arif Ardiansyah Palembang - Plaatsvervangend gouverneur van Zuid Sumatra, Mahudin, opent het Indonesia International Poetry Festival. Niet minder dan 30 dichters zijn op dit festival aanwezig. Het bezoek van de dichters doet de gouverneur veel plezier en hij spreekt de hoop uit dat de dichters, eenmaal teruggekeerd naar huis, de stad Palembang zullen aanbevelen. Dichters uit Lahat, Zuid Sumatra, hebben de eer om als eerste op te treden. Vervolgens lezen D. zawawi Imron, Peter Swanborn uit Nederland, Hal Judge uit Australië, Taufiq Wijaya uit palembang en Jamal D. Rahman. Een wit doek met twee palen die als fakkels fungeren vormen de stage setting. Als de dichters lezen wordt op het doek groot hun portret geprojecteerd. Peter Swanborn, die voor het Nederlandse dagblad de Volkskrant schrijft, erkent dat hij pas voor de eerste keer buiten Europa voordraagt en voor het eerst in Palembang is. Hij is onder de indruk van deze stad. Hij hoopt dan ook dat zijn komst hierheen hem zal inspireren. "We gaan straks ook op de rivier varen", zegt de tekstschrijver voor het Knuistingh Neven Ensemble. Peter is ook onder de indruk van het feit dat nadat hij zijn gedichten in het Nederlands heeft gelezen Lind Voûte, zijn vertaalster, de Indonesische teksten leest. "Het klinkt vreemd in mijn oren, maar wel erg mooi", zegt deze dichter uit 1963.

terug naar boven









http://www.thejakartapost.com/yesterdaydetail.asp?fileid=20060709.M01

Poetry fest: Ding-dong, the poet is (not) dead Features - July 09, 2006 Hera Diani , The Jakarta Post, Jakarta Egyptian poet Ahmed Abdul Mooty Hezagy was restless; he felt that poetry no longer existed in people's lives. There was a population of around 250 million in Indonesia, he said, but a single poetry collection is only read by, what, 1,000 readers? He pointed to Egypt where, with a 70 million population, one book is read by the same number of readers, or 2,000-3,000 readers tops. "We need poetry in life, but why is poetry not popular anymore?" he asked. Hezagy was addressing fellow poets from 12 countries participating in the Indonesia International Poetry Festival, held from July 5-8. His concern drew mixed reactions and concerns. Is poetry really not popular anymore? If we take a look at here in Indonesia, however, the poetry scene actually remains promising. Sure, when it comes to books, many people cannot afford them, which is why poetry books do not sell all that well. But poetry communities are everywhere, and poetry readings at public venues are regular events. Search Yahoo Groups for puisi (poetry), and it will come up with 247 related mailing lists. There are also online poetry communities such as Bunga Matahari ( www.bungamatahari.org ) and Fordisastra ( fordisastra.com ). The Bunga Matahari community has even published their first poetry anthology early this year. Indonesian poet Acep Zamzam Noor said that in his hometown of Tasikmalaya, in the eastern part of West Java, poetry competitions are held regularly and drew dozens of participants. In addition, several musicians have given sound to popular poetry from noted wordsmiths like Sapardi Djoko Damono and turned them into songs -- and popular ones at that. Ahmad said this kind of "poetry musicalization" also worked in Egypt. "There's this singer who put music to classical Arab poetry, and it's very popular," he said, while still insisting that, on the other hand, conventional poetry was losing its audience. Some poets in the discussion agreed with Ahmad, suggesting that perhaps not many people understood poetry, that poetry was competing against a lot of media nowadays, and that people simply did not read anymore. Other poets argued that two different things were being mixed up, as if poetry was unpopular because of a drop in book sales. "There is a lot of poetry going on, but maybe not in academic terms or forms. The problem is not whether it is popular or not, but the definition (of poetry). Does it have to be read on stage? I think pop songs are poetry as well, and sometimes TV commercials too," said Martin Jankowski from Germany. "So, poetry is still very much alive in many forms." Hungarian Peter Zilahy said that book sales was just one standard to indicate an upbeat poetry scene. "In Hungary, books don't sell much as well. But there are, like, 200 literary magazines which print poetry. Or in the Netherlands, there are dozens of poetry festival held," he said. If poets want to reach a wider audience, the discussion said, they have to be more proactive, explore other media and present themselves in an appealing way. Martin Mooij from the Netherlands said that one way poetry was brought to the masses in his country was by attaching "poetry line" around a garbage truck in glow-in-the-dark material. Acep, meanwhile, has tried to reach out to the masses by installing banners of short poetry that criticize local government. "Once I wrote about a regent in Tasikmalaya who has many wives. And it works. People talk about it. So, we have to go find ourselves (our) audience," he said. In the case of this poetry festival itself, which toured Palembang, South Sumatra, earlier this month, organizers should have worked harder to present a more appealing event. On the festival's opening night on Wednesday at the Taman Ismail Marzuki Arts Center, Central Jakarta, the performances consisted of a series of poets reading their works, accompanied by a translator. The lighting was simple, the stage only decorated with a couple of ladders and the poetry being read was projected on a backdrop. The lack of dynamism in its presentation turned the evening's reading into a snoozefest that several audience members, mostly art students, left before the event was over.


terug naar boven



http://www.kompas.co.id/ver1/Dikbud/0607/03/191442.htm

Kompas/Ilham Khoiri

Tsead Bruinja, penyair asal Belanda, membaca puisi dalam The Indonesian International Poetry Festival 2006 di Graha Budaya, Kota Palembang, Sumatera Selatan, Minggu (2/7).
Penyair Dunia Baca Puisi di atas Sungai Musi

Laporan Wartawan Kompas Ilham Khoiri

PALEMBANG, KOMPAS - Sejumlah penyair dari berbagai negara dan Indonesia membaca puisi di atas Kapal Sigentar Alam yang melaju di Sungai Musi dan di gedung Graha Budaya di Kota Palembang, Sumatera Selatan, Minggu dan Senin (3/7). Acara bertajuk The Indonesian International Poetry Festival 2006 itu diharapkan dapat membuka pergaulan antarpenyair dengan beragam budaya.Para penyair bergantian membaca puisi yang mengangkat bermacam tema dan pendekatan dengan gaya dan bahasa negara masing-masing, kemudian diterjemahkan dalam bahasa Indonesia. Sejumlah penyair asing yang tampil membacakan puisi, antara lain Hans Wap, Tsead Bruinja, dan Peter Swanborn dari Belanda, Flavio Santi (Italia), Hal Jugde (Australia), Khairulizam (Malaysia), serta Madeleine Lee (Singapura). Penyair Indonesia, antara lain diwakili D Zawawi Imran, Jamal D Rahman, Emha Ainun Nadjib, Dorothea Rosa Herliani, dan Ahmadun Y Herfanda. Menurut Ketua Panitia Festival Agus R Sarjono, festival puisi internasional memberikan kesempatan bagi penyair Indonesia untuk mengenal lebih jauh karya sastra dan sosok penyair dari negara-negara lain. Pengenalan itu akan memperkaya perspektif, gagasan, dan proses kreatif penciptaan puisi. "Festival akan mendorong pergaulan penyair menjadi lebih luas serta memperbandingkan gagasan, cara pembacaan, dan estetika bahasa dari banyak penyair dari negara lain. Meski menggunakan bahasa ungkap yang beragam, tetapi para penyair sama-sama berusaha mengungkapkan pengalaman kemanusiaan," katanya. Penyair asal Jerman Martin Jankowski, mengakui, festival membuat dia mengenal khazanah sastra modern dan tradisional di Indonesia. Perjalanan di negeri ini juga memberikannya pengalaman dan inspirasi untuk melahirkan puisi. "Ada beberapa puisi saya yang lahir setelah melihat Indonesia. Tapi, kami punya masalah perbedaan bahasa," katanya. Festival puisi internasional akan dilanjutkan dan ditutup di Jakarta, 5-6 Juli mendatang. Festival puisi internasional dirintis di Rotterdam, Belanda, sejak tahun 1970-an. Festival diselenggarakan secara berkala hingga sekarang dengan melibatkan banyak penyair dari berbagai negara, termasuk dari Indonesia.

terug naar boven

http://www.mediaindo.co.id/berita.asp?id=104388HIBURAN Rabu, 28 Juni 2006 14:41 WIB

WS Rendra akan Baca Puisi Bersama 22 Penyair Dunia di Atas Sungai Musi

Penulis: Yasland Aspani

PALEMBANG--MIOL: Penyair si burung merak WS Rendra bakal menampilkan 22 penyair ternama dari 13 negara, 16 penyair Indonesia. Mereka akan tampil dalam ajang The Indonesiari Poetry International Festival di Kota Palembang. Mereka akan baca puisi di atas kapal pesiar sembari menikmati panorama Sungai Musi.Ketua Umum Dewan Kesenian Sumatra Selatan (DKSS) Djohan Hanafiah mengemukakan kegiatan pembacaan puisi dunia tersebut merupakan yang pertama kali dilakukan di luar Pulau Jawa."Jadi Palembang mendapat kehormatan luar biasa. Semua itu berkat WS Rendra yang telah memboyong para pembaca puisi dunia untuk berpartisiapsi pada festival ini," kata Djohan yang juga Ketua Panitia Pelaksana The Indonesian Poetry International Festival kepada wartawan di Palembang, Rabu (28/6).Festival baca puisi dunia tersebut akan berlangsung tiga hari sejak 1 Juli 2006. Berdasarkan informasi WS Rendra, kata Djohan, para penyair dunia yang bakal tampil itu antara lain Ahmed Abdul Mooty Hezagy dari Mesir, Ani Sumari (Finlandia).Lainya, Duo Duo (China), Durs Gurnheim (Jerman), Eduardo Sanguineti (Italia), Ismail Turan (Italia), Hans Wap (Belanda), Ko Un (Korsel), John Traner (Australia) Mircea Dinescu (Romania), Tsead Bruinja (Friesland) dan Zhang Zao dari China serta dua penyair dari Hongaria."Para penyair itu dibawa Rendra ke Palembang untuk ikut ajang baca puisi dunia tersebut. Mereka nantinya juga akan baca puisi di atas Sungai Musi, malam hari," ujar Djohan, didampingi tokoh pers Ismail Djalili.Para penyair Indonesia antara lain Anwar Putra Bayu, T Wijaya, Ahmadun Y Herfanda, Aslan Abidin, Sutardji Chaulsum Bachri, Godi Suwarna dan Nenden Lilis.Djohan Hanafiah mengatakan festival baca puisi dunia tersebut juga akan dimerihakan dengan pegelaran seni budaya Sumsel yakni Senjang dan Guritan yang selama ini memang hidup di tengah-tengah masyarakat daerah ini.Untuk memberikan apresiasi kepada masyarakat luas, para penyair dunia tersebut akan melakukan bincang dengan masyarakat dalam acara Artis Talk di Hotel Novotel, Palembang. (AY/OL-02).

http://www.korantempo.com/korantempo/2006/07/04/Budaya/krn,20060704,61.id.html

Selasa, 04 Juli 2006Budaya - Festival Puisi Internasional Dibuka

PALEMBANG - Wakil Gubernur Sumatera Selatan Mahudin membuka The Indonesia International Poetry Festival di Graha Budaya, Jakabaring, Palembang, Minggu lalu. Sedikitnya 30 penyair dari berbagai negara dan tuan rumah hadir dalam festival ini.

Wakil Gubernur senang atas kunjungan seniman-seniman tersebut dan berharap para penyair dapat mempromosikan Kota Palembang setelah pulang dari festival ini.

Seni tutur dari Kabupaten Lahat, Sumatera Selatan, mendapat kehormatan pertama untuk tampil memulai acara festival ini. Acara kemudian dilanjutkan dengan pembacaan pembuka oleh penyair D. Zawawi Imron, Peter Swandown dari Belanda, Hal Juggde dari Australia, penyair dari Pelembang Taufik Wijaya, dan Jamal D. Rahman.
Layar putih dengan dua buah tiang yang berfungsi sebagai obor menjadi setting panggung acara ini. Saat penyair membacakan karya, di belakangnya layar besar memantulkan gambar penyair.
Peter Swandown, yang jurnalis dan redaktur sastra pada harian De Volkskrant dari Belanda, mengaku baru pertama kali membaca puisi di luar Eropa dan baru pertama kali datang ke Palembang. Dia terkesan dengan kota ini. Dia juga berharap bisa mendapatkan inspirasi setelah kedatangannya ke kota ini.
"Kami juga akan berkeliling sungai nanti," kata penulis teks untuk Knuistingh Neven Ensemble ini. Peter juga terkesan saat puisinya yang berbahasa Belanda dibacakan kembali oleh Linda Vonte, penerjemahnya, dalam bahasa Indonesia. "Ada sesuatu yang aneh di telinga, tapi indah," ujar penyair kelahiran 1963 ini. ARIF ARDIANSYAH

terug naar boven


Gedicht van Tsead op http://www.kimbervie.nl/

Geplaatst in Citaten en gedichten door Kim op woensdag 7 juni 2006

liefste niemand weet hoe wij in eerdere levens
elkaar voorbij liepen of de bus misten waar één
van ons beiden in zat of jij mijn zuster moeder
in was en het tussen ons niks mocht worden omdat

er te veel jaren of een geloof tussen ons
dreven zo plastisch als een continent zal de afstand
soms geweest zijn ik was misschien druk in de weer met
het uitvinden van vuur terwijl jij en je vrijer

ginds over de oceaan de kaarsen ontstaken
hou ik je alweer te stijf vast ik wil je niet
fijnknijpen maar ik ben bang en blij tegelijk dat

er nooit meer tussen ons zal zijn dan dit heelal
waar we niet bij elkaar kunnen komen omdat het
te klein is voor het verdriet van twee die één worden

liefste laat tijd ons uit elkaar rukken als we een voor een
doodgaan wij slaan terug met bruggen van woorden

Dit gedicht is gemaakt door Tsead Bruinja en u kunt de Friestalige versie hier beluisteren.

1 Reactie op 'Gedicht van Tsead'

1.. Willem die Madocke maeckte: op donderdag 8 juni 2006 om 0:41 am

Wat een fantastisch mooi gedicht, die doorloop van tekst roept de vertwijfeling van de spreker bij je op, zijn onmacht ligt als een deken over het gedicht heen, je gaat je meteen met de hoofdpersoon vereenzelvigen. Kwaliteitskeuze, Kim!

http://www.kimbervie.nl/blog/archives/375#comments

terug naar boven


Op zich geen slechte dichter

door Peter WJ Brouwer

...Dan kom je op de vraag: 'Wat is poëzie?', en dat is een hellend vlak waar ik me maar al te goed van bewust ben, maar mijn definitie van poëzie is toch vooral dat het gaat om wat er, hoe op papier staat. Het gevecht of de vrijpartij met de taal, de woorden en wat zij oproepen dan wel verzwijgen, daar gaat het om. Niet hoe de dichter het gedicht voordraagt, hoe hij er uitziet, hoe het gedicht klinkt en of het op muziek te zetten is. Zo krijg je een verpopculturisering van de poëzie. Hippe jongens die met gevatte teksten geweldige optredens neer zetten. Dat is voor mij geen poëzie, maar dat is mijn persoonlijke mening. Niet iedereen hoeft een zolderkamerbestaan te leiden, maar poëzie is iets eigens, net zoals jazzmuziek en klassieke muziek
dat zijn, zo is dat ook met poëzie op papier en poetry performance. Dat het naast elkaar bestaat maakt me niet uit, maar de 'gevestigde literatuur', de media en de uitgevers moeten niet louter hun talenten halen uit de perform-scene, wat nu wel veel gebeurt: kijk maar naar bijv. Tjitske Jansen, Daniel Dee, Tsead Bruinja enz. Dit zijn op zich geen slechte dichters, maar wat ik wel wil benadrukken is dat er buiten de scene waar de schijnwerpers op gericht staan, ook nog heel veel goede dichters zitten die een bundel bij een uitgeverij misschien even zeer, zo niet meer verdienen...

Bron: http://www.peter-brouwer.com/michielvanrooij.htm, 30-05-2006

terug naar boven


Prettig werken  in een dwangbuis - Poëzie op bestelling

door Ron Rijghard

Een nieuwe brievenbus, een koninklijk huwelijk, of een jubileum - alles kan aanleiding zijn tot een gedicht. Uit een enquête onder Nederlandse dichters blijkt dat de meesten van hen weleens een gedicht in opdracht schrijven. "De dichter is in deze tijd een kleine ondernemer."

...Uit een rondvraag, waarop ruim vijftig dichters antwoord gaven, blijkt dat vier-vijfde van hen dergelijke gelegenheidswerk schrijft. Vaak met een door de opdrachtgever aangereikt thema: het vijftigjarig bestaan van de kernreactor, de opening van een nieuwe brug, het huwelijk van het kroonprinselijk paar, parfum van de Bijenkorf, de Rotary-club, Whiskas, de Nuon, of de nieuwe brievenbus. "Het wordt een beetje een mode, overheden en bedrijven die dichtertjes vragen", stelt Anton Korteweg, dichter en directeur van het Letterkundig Museum. "Het past in de trend van dichters-in-tuinen, dichters-aan-huis, dichters-op-boten, gedichten-op-muren, gedichten overal, behalve in boekenkasten, laat staan in hoofden. Enfin, beter ergens dan nergens." De dichter is in deze tijd een kleine ondernemer. "Had ik de tijd, ik begon er een bedrijfje voor", aldus dichter en hoogleraar Maarten Doorman...

...Veel dichters vinden het noodzakelijk affiniteit met een onderwerp te hebben. Voor sommigen, werkend in een wereld van kleine aantallen (oplage, verkoop), is ook naamsbekendheid een factor. Wat er wordt betaald, verschilt per opdracht en per dichter. Sommige dichters vragen meer als de opdracht minder aantrekkelijk is of de opdrachtgever vermogend genoeg wordt geacht. Esther Jansma, Tsead Bruinja en Pieter Boskma komen tot het hoogste bedrag, 2000 euro. Bruinja noemt dat een uitzondering en Boskma tekent aan dat hij soms ook een gedicht levert "als vriendendienst, voor een topwijn of zakje uitmuntende hasj"...

...Soms bedenkt de opdrachtgever zich, zoals Rob Schouten, dichter, criticus en Trouw-columnist, overkwam: "Ik heb jaren geleden eens een stuk of veertig kwatrijnen voor de Bijenkorf geschreven, over allerhande artikelen, die ze bij nader inzien te confronterend vonden (gipsen benen bij ski-materiaal, erotische versjes bij doorkijklingerie) en die ze bijgevolg ook nooit hebben gepubliceerd. Maar ze hebben me er wel zonder morren voor betaald." Een enkele keer maakt de dichter het er zelf naar, zoals de Groningse dichter Daniël Dee, die in een gedicht voor de Gasunie over Zyklon-B begon. "Ik had expres een beetje een provocerend gedicht geschreven omdat het weer een onbetaalde opdracht was en het thema mij niet echt aansprak. Ik heb na de weigering nooit meer een opdracht van ze mogen ontvangen." Dee schrijft nu als huisdichter van Kink FM elke week een gedicht op bestelling. De Friese dichter Tsead Bruinja schetste een 'masturbatiescène' in een gedicht voor de Cultuurnota van de provincie Groningen. In tweede instantie zag de provincie af van publicatie.

Bron: NRC, 28-04-2006

terug naar boven


Friese literatuur uit isolement

door Pieter de Groot

Twaalf jaar geleden verscheen een bloemlezing van de Friese dichtkunst van de zeventiende eeuw tot heden in Nederlandse vertaling. Deze 'Spiegel van de Friese poëzie' verdient een geactualiseerde versie, want er zijn sindsdien zoveel goede Friese dichters bij gekomen dat de jury die vorig jaar de Gysbert Japicxprijs toekende, van een ware 'renaissance' sprak. Voor deze renaissance tekenen onder anderen dichters als Albertina Soepboer, Tsead Bruinja en de Gysbert Japicxprijswinnaar van vorig jaar, Abe de Vries.

Tsead Bruinja, die evenals Soepboer ook in het Nederlands dicht, had voor de dichtersestafette in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad van vorige week vrijdag Elmar Kuiper uitgenodigd, die twee jaar geleden sterk debuteerde met de bundel 'Hertbyt'. Zijn gedichten zitten vol met dieren die, schreef Bruinja, ,,de geëvolueerde mensaap een pijnlijke lachspiegel voorhouden''.

Ook Kuiper (1969) verdient een plaats in een nieuwe editie van de Spiegel. Hij bewees dat op de tweejaarlijkse Dag van de Friese literatuur, die zondag voor de derde keer in gebouw Felix Meritis in Amsterdam werd gehouden. Ondanks de griep - ,,als ik tril, komt het niet van de zenuwen, die heb ik nooit'' - stond zijn voordracht als een huis. Terwijl hij voorlas, werd achter hem op een groot scherm de Nederlandse vertaling geprojecteerd ten behoeve van het niet - Friestalige publiek, dat op dezelfde ma nier kennis kon nemen van de gedichten van Abe de Vries en van de prozafragmenten die Marga Claus, Koos Tiemersma en Willem Schoorstra voorlazen.

Kuiper en Schoorstra, respectievelijk genomineerde voor en winnaar van de Fedde Schurerprijs, waren uitgenodigd als debutanten, De Vries, Claus en Tiemersma, omdat zij de thema's in hun werk buiten Friesland zoeken: De Vries onder andere in Centraal-Europa, Claus in Afghanistan en Nieuw-Guinea en Tiemersma in Afrika. Beter kon het vooroordeel dat de Friese literatuur een geïsoleerde streekliteratuur is, niet worden ontkracht.

Dat de Ilias en de Odysseia van Homeros in het Fries zijn vertaald, is ook een teken van haar volwassenheid. Vertaler Klaas Bruinsma, tweevoudig Obe Postmaprijswinnaar, zei in een gesprek met classicus Piet Gerbrandy, dat het voor hem een erezaak is de wereldliteratuur ook in het Fries toegankelijk te maken. En daarbij niet alleen de inhoud, maar ook de vorm - metrum en ritme moeten kloppen - recht te willen doen. Ofschoon Friezen het werk van Homeros, Vergilius of Sofokles ook wel in het Nederlands kunnen lezen, vindt Bruinsma zijn noeste, tijdrovende arbeid dan ook geenszins overbodig.

Onder leiding van Dag-presentator Geart de Vries ontspon zich tenslotte een discussie over de vraag wat Friese literatuur is en waarin deze zich onderscheidt van de Nederlandse. Romanschrijver Durk van der Ploeg heeft bewust voor het Fries gekozen, omdat de literaire 'vijver' veel kleiner is en ruimte biedt om te experimenteren. In het Nederlands is alles al een keer gedaan. Wel loopt hij geregeld tegen de beperkingen op van de agrarisch ontwikkelde taal, die een heleboel begrippen en uitdrukkingen niet kent, die het Nederlands wel heeft. Dichter Abe de Vries heeft daar weinig last van. Voor hem is de 'Friese taalmuziek' in het Nederlands niet te evenaren.

Alpita de Jong, zij geeft literatuurcolleges aan de Universiteit van Amsterdam, ziet de Friestalige literatuur gewoon als een onderdeel van de Nederlandse literatuur, dat helaas buiten Friesland nog te weinig aandacht geniet. Hopelijk komt daar verandering in, als over enkele weken bij uitgeverij Bert Bakker een Nederlandstalig standaardwerk over de Friese literatuur verschijnt, 'Zolang de wind van de wolken waait'. Wellicht boort dat een nieuwe lezersmarkt aan, die haar uit het isolement kan halen. In Felix Meritis was het toch vooral preken voor de eigen parochie.

Bron: Leeuwarder Courant, 07-03-2006

terug naar boven




Klankassociatieve stapstenen

door Hugo Brems

...Afwijkender is Dat het zo hoorde (2003) van Tsead Bruinja. Toch debuteerde ook hij, net als Hagar Peeters, in het festivalcircuit met multimediale optredens. Na enkele bundels in het Fries was Dat het zo hoorde zijn debuut in het Nederlands. Al is ook hierin veel anekdotisch materiaal herkenbaar, toch neemt de taal hier geregeld de overhand en wordt doorverwijzing naar de werkelijkheid op diverse manieren tegengegaan

hoe er vanuit alle hoeken van de lege kamer
naar hem wordt geschreeuwd de wezel ziet
de stutten niet de ezel kent zijn stukken niet
hij rent ik val iemand liep door het huis
om het licht uit te doen en het gebeurde [...]

Niet alleen loopt deze strofe verder via klankassociatieve stapstenen als 'wezel' - 'ezel' en 'stutten'- 'stukken', maar ook wordt de herkenbaarheid van een tafereel uit de werkelijkheid grondig verstoord door de onmogelijkheid om de personages eenduidig te identificeren: de hij/hem kan tegelijk of beurtelings een niet nader genoemd personage zijn, de wezel, de ezel, de ik en iemand. Bovendien is het in de werkelijkheid moeilijk voor de stellen dat er in een lege kamer wordt geschreeuwd, en al evenmin dat er in die lege kamer toch diverse personages zoals de wezel, de ezel, hij en iemand aanwezig zijn. En wat die stutten en stukken zijn, is al evenmin onduidelijk. Valt Dat het zo hoorde ondanks die 'storende' elementen toch nog te lezen als een verhevigde vorm van lyrische expressie, in de bundel Circulaire systemen van Paul Bogaert uit 2002 is daar geen spraken meer van...

(uit: Altijd weer vogels die nesten beginnen - Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005 , Uitgeverij Bert Bakker, 2006)

terug naar boven


'Prijzen zijn mooi, vooral als je geen geld hebt'

door Aletta Schweigmann-Snoeck

Kunt u leven van uw poëzie? Dat was een van de vragen op de lijst die het tijdschrift voor literatuur Bunker Hill aan Nederlandstalige dichters voorlegde. 'Hahahahahahaha!' antwoordden Adriaan Jaeggi en Co Woudsma. Ook de meeste andere dichters reageerden negatief en met een flinke dosis sarcasme. Maar er zijn uitzonderingen: Simon Vinkenoog, Menno Wigman en Tsead Bruinja antwoordden wel van poëzie te kunnen leven. Zij het, zoals Vinkenoog aangaf, 'net'.

Bijeengelezen

De dichter van tegenwoordig is een koe, aldus Bunker Hill, die op veel plaatsen wordt gemolken. Hij draaft op bij stadsjubilea en bedrijfsfeestjes en
dicht over koninklijke geboorten. Maar hoe staat het ervoor met de poëzie in Nederland en Vlaanderen? Hoe denken dichters over hun vak?

...En wie is 'het grootste talent onder nieuwe Nederlandse dichters'? Menno Wigman, meenden zes geënquêteerden. Erik Jan Harmens kreeg vier stemmen en Tsead Bruinja deelt met Joep Kuiper en Alfred Schaffer een derde plaats, met elk drie.

...Over poëziekritiek op het internet zijn de meningen verdeeld. De een vindt dat die steeds belangrijker wordt, de ander ergert zich aan ,,de overdosis aan vlakke of juist op de man af beledigende poëzierecensies op internet'' (Vrouwkje Tuinman) en ,,het oeverloze gebabbel dat zich dagelijks op het Wereld Wijde Web voltrekt'' (Erik Lindner). Ook Tsead Bruinja vindt dat de slechtst geschreven recensies.

...Dit poëzienummer van Bunker Hill is bijzonder mooi vormgegeven en bevat uiteraard heel veel gedichten. En een interview met H.H. ter Balkt, die in 2003 de P.C. Hooftprijs kreeg. ,,Prijzen zijn mooi. Vooral als je geen geld hebt. Die P.C. Hooftprijs dat was ongelooflijk. Niet dat het voelde als 'eindelijk de erkenning', ik heb daar zelf nooit over gepeinsd. Maar die prijs maakte het leven wel gemakkelijker. Er is ook wel wat veranderd sinds die tijd. Je wordt wel vriendelijker behandeld.''

Bunker Hill nr. 30. Uitgave van Stichting Bunker Hill en Uitgeverij Thomas Rap. Verschijnt viermaal per jaar, abonnement EUR18.

Bron: Leeuwarder Courant, 30-11-2005

terug naar boven



Scholieren oefenen op herdenkingsgedicht

Door Elske Minnema

Zo'n dertig vwo-4-leerlingen van Piter Jelles Montessori in Leeuwarden kregen gisteren een gastles dichten van de Friese dichter Tsead Bruinja. Allemaal schreven ze een gedicht met het thema 'herdenken'.

Om scholieren enthousiast te maken voor de poëziewedstrijd 'Dichter bij 4 mei', organiseert het Nationaal Comité 4 en 5 mei workshops op middelbare scholen in de provincie Friesland. De winnaar van de wedstrijd mag zijn of haar gedicht voordragen tijdens de nationale herdenking op 4 mei op de Dam in Amsterdam.

Op Piter Jelles Montessori werd de ckv-les gisteren ingeruild voor een korte cursus dichten. Alle leerlingen mochten in de les een gedicht schrijven rond het thema herdenken. Het resultaat kunnen ze tot 15 maart insturen.

Friese gedichten mogen, maar komen niet in aanmerking voor de landelijke herdenking. Dichter Tsead Bruinja (31), zelf oud- leerling van Piter Jelles Montessori, vindt dat jammer. ,,Dat slaat helemaal nergens op. Ik lees Friese gedichten voor in het hele land en ze vinden het prachtig." De leerlingen lijken er niet erg mee te zitten.

Voordat ze zelf aan de slag gaan, leest Bruinja twee van zijn eigen gedichten voor. Hij legt de metaforen uit die hij gebruikt. ,,Poëzie is niet altijd even makkelijk te begrijpen." Aan de hand van het citaat 'oren stoppen met huilen' maakt hij duidelijk dat je soms iets moet omdraaien of surrealistisch moet stellen om het scherp te maken.

Sommige leerlingen komen niet verder dan twee regels. ,,Ik weet niks", klinkt hier en daar door het leslokaal. ,,Ik kan helemaal niet dichten", zegt Lisa Wijkel (15). ,,Ik rijm alleen met Sinterklaas." Ckv-leraar Theo van Egeraat schiet zijn leerlingen te hulp:,,Je moet gewoon schrijven. Laat die letters maar komen, je mag pas kritiek hebben als het er staat."

Bruinja benadrukt dat ze vooral vrij moeten zijn in hun taalgebruik. ,,Alles mag. Het gedicht hoeft niet te rijmen, maar het mag wel. Je kan ook je eigen woorden verzinnen. Kijk maar naar de jongens van Watzkeburt, die spelen met taal." En nog een tip: ,,Kruip in de huid van een verzetsheld, een nazi of een onderduiker."

Anita Visser (15) uit Gytsjerk heeft geen hulp nodig. Ze heeft binnen een paar minuten een gedicht op papier staan: 'Een bloem voor elk slachtoffer'. Ze mag haar gedicht aan het einde van de les voordragen, net als Denise Ekhard (15) en Finn Passchier (17) uit Leeuwarden.

Bruinja staat versteld van het talent in deze klas. Denise schrijft wel vaker gedichten. Finn had het nog nooit gedaan. ,,Er komt wel eens iets in me op, maar dan schrijf ik het nooit op." Nu schreef hij over het oorlogstrauma van een oude man: 'Mensen herdenken de oorlog, maar wie denkt er aan de oude man?'

Krijgt een van de leerlingen straks de Dam stil? Finn en Denise gaan zeker meedoen met de wedstrijd, Anita weet het nog niet. Het lijkt haar best eng om haar gedicht voor te dragen voor zoveel mensen.

Bron: Leeuwarder Courant, 25-11-2005

terug naar boven


Uit: Vier tips van Andrea Voigt naar aanleiding van het festival Crossing Border:

...De gedichten van Tsead Bruinja zijn beeldend en aanwezig, en daarbij heel ritmisch. Als hij ze voordraagt klinken ze als muziek, bijna als een rap, en alleen al daardoor is zijn poëzie een lust om naar te luisteren...

Bron: http://www.oor.nl/deruit_concerttips_details.asp?id=140, 15-11-2005

terug naar boven


Abe: veni, vidi, vici

troch Pieter de Groot

Alle kearen is der praat om de Gysbert Japicxpriis hinne, en dat heart sa. It is de wichtichste literêre priis dy't der foar de Fryske literatuer te ferjaan is, dat dy wol elke skriuwer dy't him- of harsels net weismyt, wol winne. It poepke sinten dat se krije, 5000 euro, is moai mei, al is it, as men it ferliket mei de jildbedraggen dy't foar de grutte prizen foar Hollânsktalige literatuer beskikber binne, fansels mar in grypstehealstoer.

De 'Gysbert' docht 5000 euro, dêr kin Abe de Vries mei syn húshâlding in pear kear fakânsje fan hâlde. H.H. ter Balkt krige ferline jier foar syn P.C. Hooftpriis 57.000 euro en de winners fan de kommersjele AKO- of Librispriis krije 50.000 euro yn 't hantsje. Dêr hat in skriuwer wat oan. Mar dat binne dan yn de regel ek skriuwers dy't fan it skriuwen libje moatte. Yn Fryslân wurdt de skriuwerij noch altiten materieel wurdearre as in hobby, dy't jo neist it wurk as skoalmaster, boer of kranteman dogge. Hokker keten trochbrekt dat tinken? Kin Arjen Kruidvat net ris grut sweeslaan?

Mar lit ús fierder net oer jild seure. It docht neat ôf oan de status dy't de Gysbert Japicxpriis hat, en dy is heech. Sels de omstriden takenning twa jier ferlyn oan Willem Tjerkstra hat der gjin feroaring yn brocht.

De sjuery is autonoom. Oer de útslach leit se ferantwurding ôf yn it sjueryrapport en dan treedt se werom. De provinsje beneamt foar de folgjende kear wer in nije, alhiel farske advyskommisje fan trije deskundigen. Dy moat alles lêze oan proaza (de foarige kear) of poëzy (diskear) dat yn de oanbelangjende perioade ferskynd is en it iens sjen te wurden oer wat neffens har trijen it bêste wurk is.

Ut dit rapport wurdt men wiis dat de sjuery ta in unanym beslút kommen is, sa opfallend stekt ,,it dichterskip fan Abe de Vries, mear yn it bysûnder syn bondel 'In waarm wek foar altyd' troch toan, tematyk en behearsking boppe it meanfjild fan de hjoeddeiske Fryske poëzy út.'' Mar foar't se ta dit einoardiel kaam, stelt de sjuery yn de op ien nei lêste alinea fêst dat se ,,sûnder muoite fiif dichters en harren wurk nominearje kinnen hie'': ,,de bekroaning fan elk fan harren soe op goede grûnen te ferdigenjen west ha.'' Dat makket nijsgjirrich: wa binne dy fiif?

Ut wat de kommisje, besteande út Klaas van der Hoek, Jitske Kingma en Michaël Zeeman in alinea earder opmerkt - it is spannend om sa'n rapport efterstefoaren te lêzen -, kin men opmeitsje dat dy aspirant-kandidaten hearre ta ,,in hiele ge neraasje jonge of betreklik jonge dichters'', dy't opfallend sukses hat, ,,ek bûten Fryslân, en ek yn wichtige media''. ,,De jongerein hat wûn'', ornearret de sjuery, ,,de renêssance yn de Fryske poëzy (..) is in feit.'

Lit my ris besykje it rychje gear te stallen. Dat falt net ta. Ik kom neffens de noarm jong-betreklik jong op trije út: Tsead Bruinja (1974, jong), Albertina Soepboer (1969, jong) en Abe de Vries (1965, betreklik jong). Wa binne de oare twa? Achte de sjuery Elmar Kuiper (1969), dy't troch in oare sjuery as iennichste dichter foardroegen is foar de Fedde Schurer-debútpriis, ek in Gysbert wurdich? En rekkene de sjuery Jabik Veenbaas (1959) noch ta it skift betreklik jong? Dan komt it rychje yndied fol, al is it net sûnder muoite.

Ik woe mar sizze: it is nuodlik om as sjuery te sizzen dat se sûnder muoite fiif neame kin, mar it net docht. Dêrmei is de wei frij foar spekulaasjes en komme se, faaks sûnder it te wollen, oaren op it sear, bygelyks dichters dy't al hiel lang publisearje, net mear ta de (betreklik) jonge generaasje hearre, mar wa har poëzy mei de dei jonger wurdt. Tink oan Eppie Dam (1953), hy sit de  babyboomers op 'e hakken en stelde mei de bondel 'Neigeraden it noarden' útdruklik syn kandidatuer.

De sjuery stelt yn har rapport de poëzyrispinge fan de lêste jierren sekuer besjoen en besprutsen te hawwen om foar te kommen dat se har op dy jonge generaasje blyn stoarre en ,,in fergetten âlder talint fersleauke hawwe soe''. Dy't kwea lêze wol, sjocht hjir in ymplisite diskwalifikaasje yn fan de dichtbondel 'Kadastrale fjilden' fan Durk van der Ploeg (1930), de meast konstante én komplete Fryske auteur fan allegearre. Hy is wer foarbyparte en hat der rjocht op en lûk in lange noas.

Abe de Vries is net de jongste winner. Dat bliuwt Willem Abma, dy't yn 1973 31 jier wie, doe't er as Daniël Daen tige produktive dichterlike jierren trochmakke. Letter smiet er him op it proaza en makke er him folslein wier as skriuwer, mar doe wie de konkurrinsje hieltyd sa grut dat er net wer foardroegen waard. Fanwege syn alsidigens hie in oeuvrepriis yn 'e reden lein.

Sa'n oeuvre-Gysbert mocht mar fiif skriuwers barre (Marten Sikkema yn 1961, Rink van der Velde yn 1975, Lipkje Post- Beuckens yn 1979, Tiny Mulder yn 1986 en Anne Wadman yn 1989.) Sûnt it begjin fan de jierren '90 hâlde de sjuery's har wer krekt oan it reglemint. In bewiis dat der de lêste fyftjin jier hieltyd dúdlike útsjitters tusken sitten hawwe. Abe de Vries, dy't noch mar trije jier ferlyn as in frisse wyn de Fryske literatuer binnenwaaien kaam, hat dus alle reden om grutsk op de priis te wêzen. Foar him waard it veni, vidi, vici - komme, sjen en winne. Fan herten!

Bron: Leeuwarder Courant, 30-09-2005

terug naar boven


Eenzame uitvaart nummer 44

door F. Starik

woensdag 15 juni 2005, begraafplaats St. Barbara, 15 uur.
dichter van dienst: Tsead Bruinja.

I.M. Karl G., geboren 28 -1 -1933, in Bremen (D). Door de regiopolitie in zijn woning aan de Pieter Nieuwlandstraat in Amsterdam gevonden op 18 mei 2005. Hoe lang hij in de woning heeft gelegen is niet bekendgemaakt. Het duurde lang voor het stoffelijk overschot door de politie is vrijgegeven. Karl woonde sinds 1966 in Amsterdam.

In zijn woning werden geen aanknopingspunten gevonden van bekenden, vrienden of familieleden. Hij genoot een pensioen. Bovendien is bekend, dat hij eens per maand naar Duitsland reisde om daar geld van een rekening te halen.

Warme woensdagmiddag. De beloofde prachtige dag blijkt te gaan om een drukkend bewolkte warmte. Als ik de begraafplaats opdraai, is de wagen juist gearriveerd, bescheiden klingelt het klokje in de het torentje van de aula. Er staan drie mensen van de Dienst, Ton, die we al eerder ontmoetten, in gezelschap van twee medewerkers. Degenkamp vraagt of Starik weer muziek heeft meegenomen. Dat heeft hij. Daar komt ook dichter van dienst Tsead Bruinja aangefietst. Er wordt opgewekt gespeculeerd over het waarom van de Duitser in Amsterdam, sinds 1966. Keurige woning overigens. Heel schoon erg opgeruimd. Complimenten van de Dienst.

We gaan de aula binnen. Degenkamp wijst zorgelijk op zich verder samenpakkende wolken. We willen geen nat pak. Johnny Cash zingt: ‘we are one but we are not the same. We got to carry each other. Carry each other.'One. Het gaat maar net goed, de cd vertoont een begin van een hapering. Tsead stapt naar voren leest zijn gedicht in een heerlijk zangerig Fries, en laat de vertaling in het Nederlands erop volgen. Voor het gemak van de lezer van de weblog laten we het Friestalig origineel hieronder weg, u kunt dat toch niet horen.


gevonden met het stof op je open ogen
legde ik mezelf naast je neer
en op de harde vloer

staarde naar de droge straat tussen zware oogleden

moe water in een smalle vaart

zware oogleden
een lucht die betrekt

moe water in een smalle straat

wat vond je hier dat je thuisbracht

wat voor geld

wat voor wisselgeld dat ons in de handen gedrukt
een tel ligt voordat het over de grond
rolt

gestrooid zand

gestrooid zout op een ei
met een wild rood geel

moe water in een smalle straat

waardoor wij voor centen komen
brengen en natte voeten halen

onszelf op sleeptouw door uitgestorven straten

eerst vlug als water
dan moe als een made

honden die door de stok van de tijd
terug het hok ingedreven worden

thuis misschien een vinger laten lopen
over een piano
over een gitaar


© Tsead Bruinja


Het gedicht wordt gevolgd door een fijn stukje droevige blaasmuziek. Daarna mag chansonnière Barbara ons naar de uitgang begeleiden met ‘Quand ceux qui vont'. Tranquille…tranquille. We houden het droog. De uitvaartleider neemt het woord, staande aan het graf Ik weet niet of je gelovig was, spreekt hij de overledene toe, maar mogen de engelen je begeleiden, als je daarvoor hebt gebeden, en mag je de rust vinden waarnaar je hebt gezocht. Toen je werd geboren, zullen er ongetwijfeld blijde gezichten zich over je heen hebben gebogen. Vandaag nemen wij, die je niet hebben gekend, als enigen afscheid van jou. Ik weet niet wat er onderweg met je gebeurd is, maar ik hoop dat je nu je bestemming zult vinden. Dan gaan wij nu een kopje koffie drinken.

Hij gaat ons voor naar de aula. We verzuimen ons schepje zand te werpen. Degenkamp zelf schenkt koffie in. Meneer Starik, zegt hij, ik vond de muziek niet zo heel mooi gekozen. Gelukkig hebt u van gedichten schrijven meer verstand. Hij slaat me op mijn schouder. Volgende keer mag hij de muziek weer zelf uitkiezen.

Bron: Weblog F. Starik, http://www.starik.nl/

Reactie Chrétien Breukers

Eenzame uitvaart #44

Op Stariks weblog staat alweer de 44e eenzame uitvaart. Dichter van dienst was Tsead Bruinja, die voor een mooi gelegenheidsgedicht zorgde, een gedicht waarvan Starik het origineel helaas achterwege laat. Ik plaats het bij deze:

fûn dy mei it stof op de iepen eagen
joech my del neist dy
en op de hurde flier

stoare nei de droege strjitte tusken swiere eachlidden

slûch wetter yn in smelle feart

swiere eachlidden
in lucht dy't tichtset

slûch wetter yn in smelle strjitte

wat fûnst hjir dat dy thúsbrocht

wat lyts jild

wat wikseljild dat ús yn `e hannen treaun
in tel leit foardit it oer de grûn
rûgelet

struid sân

struid sâlt op in aai
mei in wyld read giel

slûch wetter yn in smelle strjitte

wêrtroch wy om sinten komme
bringe en wiete fuotten helje

ússels op sleep troch útstoarne strjitten

earst fluch as wetter
dan wurch as in maits

hûnen dy't troch de stok fan de tiid
werom it hok yndreaun wurde

thús miskien in finger rinne litte
oer in piano
oer in gitaar

© Tsead Bruinja

Geplaatst door Chrétien Breukers om 21:34 | Permanente link | Reacties (1) |
TrackBack (0) | Reageer


terug naar boven



GPS

door Karel F. Gildemacher

Takom jier wurdt de Gysbert Japikspriis wer útrikt. De bêste poëzij oer de jierren 2003 en 2004 wurdt dan bekroand. Ik haw grútsjen heard dat de sjuery gearstald is, dat de achte leden fan de karkommisje sille har sa om de Krystdagen hinne wolris ta in dichtbondeltsje sette en se sille op Nijjiersdei har tinzen al wol gean litte.

Twa jier lyn wie ik te let om ried te jaan. Dat hat my spiten. Sadwaande naam ik my foar de fûgels net wer oer it net fleane te litten. Dêr komt by dat men sa oan de ein fan in jier syn tinzen ris gean lit. Wat hat jins poëtyske siel rekke en wêrom wie dat sa.

It kontakt hawwe mei fersen is wjersidich. In dichter kin wol wakker dichtsje, mar as de ûnfangers tichtslike earen en eagen hawwe, komt it boadskip net oan. Doe't ik 'Troch kadastrale fjilden' lies - ferskynd yn 2003 - wie it my yndertiid fuort helder en klear. Dit is poëzij. No, oan de ein fan de twajiersrispinge, bin ik út de ried. Der is neat betters ferskynd.

Ik woe 1 jannewaris fuort Mulder belje, him it nijjier ôfwinne en sizze dat er him de ellinde fan in sjuery, waans oardiel men as dippetearre folgje moat, besparje kin. Der is mar ien, Durk van der Ploeg, dy't de nei Gysbert ferneamde priis fertsjinnet. Ik wist ek dat it gjin sin hie, al wie Bertus it mei my iens en dat is er grif. De polityk, no, de regelingen, de amtners. Jou arguminten, sei myn frou. Wêrom fynsto dat

Fersen, sei ik, in fers moat troch it taalgebrûk wat by my losmeitsje. Dat kinne klanken wêze en wurden dy't mei in spesifike lûding en betsjutting dy't krekt op dat plak sa goed passe. Wurden mei de krekte temperatuer. Moaie rinnende sinnen moatte der wêze of hookstrooks ôfkapjende as dat by de taalmuzyk of it boadskip past. It fers moat jin oan it tinken, it dreamen, it fielen sette. It moat jin weromsmite op jinsels, in each foar de neiste iepenje. En in Frysk gedicht moat ek Frysk wêze, mei in tematyk dy't eigen is oan ús gea, ús taal, ús fermidden. En it fers moat goed Frysk wêze, net nei de lezer bûge om begrepen te wurden, mar dy optille nei de taal en de ynhâld fan it fers. Ik suchte, sy ek...

Durk van der Ploeg, sei ik, hat yn dy bondel wraksele mei taal om foarm te jaan oan syn bân mei it gea fan dy keale klaai dêr boppe Dokkum út, fan de ivige metamorfose lân en wetter fan it Waad. It bepalen fan jins eigen posysje as yndividu, as keat yn in rige fan minsken op wei nei de ein. It vektorisearjen fan jins relaasje mei minsken. Sokssawat.

Minsken fan no, mar fral minsken fan doe, dy't ljocht skine litte oer de tiden dat alles 'better' wie, dichtet er oer. 'Ferhalen en gjin ein'. Troch en
yn de sarken op it tsjerkhôf moetet er de minsken út syn ûnthâld. 'Alles keart ta stof werom'. It hôf as moetingsplak mei fantomen. It besef fan de net werom te draaien rin fan de minsken troch de tiid.

It hat dus wat fan it wurk fan Obe Postma, mar it is stiifklaaiïger (en dat past). In fers as 'It sil wêze' fan Van der Ploeg kin skoan meunsterje mei it romrofte 'It sil bestean'. Moaie begjinsinnen: 'Wat wie is der. Oan it ferline is gjin ûntkommen. Neat út neat mar út neatigens bin ik wêzene.' En ek yn de slotsinnen fan dat fers steurt my it Postma-oantinken net, krekt oarsom: 'Alles wat ik bin, wachtet yn't ûnthâld. Op wat ik my tebinnenbring. Elke stap foarút heakket yn de foargeande.' Dreech Frysk hat in oardiel west, leau'k. Neat foar it jongfolk. Alles wat jong is, wurdt âld, glimkje ik.

Der bekrûpt my no lykwols ynienen ien twifel mei dit stikje. Hie ik net folle better heech opjaan kinnen fan de taalrykdom fan in Tsead Bruinja? It gefoelige fan in Albertina Soepboer, it noch ûnthjittende wurk fan in Eeltsje Hettinga of de freonlike, golle en nea benearjende fersen fan Baukje Miedema? Sjuerys wolle altiten har eigen sin dwaan en dus krekt in oarenien útsykje as de oanrikkemandearre.

Hawar, takom simmer sille wy witte wat dit net-frege advys úthelle hat, mar de fersen fan fan 'Troch kadastrale fjilden' bliuwe foar my in poëtysk 'Global Positioning System'.

Bron: Leeuwarder Courant, 30-12-2004

terug naar boven


Lek op DdV-verkiezingssite

Ilja Leonard Pfeijffer stemde op Ilja Leonard Pfeijffer. De jonge dichters Tsead Bruinja, Erik Jan Harmsen en Ingmar Heytze stemden op collega's Anne Vegter, Joost Zwagerman en Jules Deelder. Ene Max Polak stemde vijf keer op Bart Chabot. Tonnus Oosterhoff stemde onder het pseudoniem Piet Paaltjens op Marc Kregting.

Informatie over mensen die hun stem uitbrachten bij de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands 2005-2009 was dit weekend openlijk te lezen op internet. Door een lek in de beveiliging op de site www.dichterdesvaderlands.nl  waren de gegevens en voorkeuren zichtbaar van alle deelnemers. Na ontdekking van het lek werd de site vanochtend gerepareerd.

De site worstelde met meer problemen. Het was aanvankelijk niet mogelijk om zelf een naam van een dichter in te vullen. Die functie blokkeerde.

Poetry International, verantwoordelijk voor de verkiezingen van de Dichter des Vaderlands, "betreurt de gang van zaken", volgens een bericht op de eigen site. Directeur Bas Kwakman noemt de situatie "genant". "Dit weekend bedachten we dat we de site beter moesten beveiligen. We hadden de site eigenlijk nog niet optimaal getest."...

Bron: NRC, 06-12-2004

terug naar boven




AnCoprijs voor dichter Bruinja

Dichter en performer Tsead Bruinja uit Amsterdam krijgt de AnCoprijs 2005.

Deze jaarlijkse culturele prijs is een initiatief van kunstenaar Anne Feddema uit Leeuwarden en dichter Cornelis van der Wal uit Groningen.

De prijs bestaat uit een glas bier of fris, een gehaktbal of tosti, een kunstwerk van Feddema en een gelegenheidsgedicht van Van der Wal. De uitreiking vindt plaats in het Oranje Bierhuis in Leeuwarden, op een door de jury nog te kiezen moment.

Schilderij Anne Feddema



© Anne Feddema

Bron: Leeuwarder Courant, 24-11-2004

Gedicht Cornelis van der Wal geschreven ter gelegenheid van de prijs + stukje weblog (uitreiking van de prijs vond plaats in 2005)

Justermiddei earst nei Tresoar om boeken yn te leverjen, dêrnei nei Kota Raja, de bêste Sinees fan it Noarden. Fierders, om de tiid troch te kommen de Scamele Ruter mei in besite fereare. Ik betelle dêr noch in kaartsje fan sa'n tsien jier lyn, omrekkene 20 Euro. Fierders is dêr neffens my neat feroare yn al dy jierren, komme ek noch hieltyd deselde minsken, as se net dea binne fansels, mar dan noch. Net al tefolle bier, mar wol genôch.
Doe wie it tiid foar it optreden yn de Tille. Mar earst krige Tsead Bruinja de twadde helte fan de AnCopriis. Letter mocht Tsead ek noch syn Gouden Lykdoarn yn ûntfangst nimme. Dit is de tekst fan myn oangripende gelegenhydsgedicht foar Bruinja:

ANCOPRIIS 2005 FOAR TSEAD BRUINJA

Tsead Bruinja is de nije winner fan de Ancopriis,
wa't hjir wat op tsjin hat is oergeunstich en net wiis.
Hast alle jierren hat er wer in nije bondel klear,
yn Hollân is er sûnt koart ek in ferneamde menear.

It talint fan Tsead sit net allinnich yn syn dichtsjen:
as organisator is er ien fan de wichtichste gesichten.
Sûnder de Reinjas hie de Fryske poëzij no tink de gryp:
In grut applaus foar Bruinja, hyp, hyp, hyp!

It duo ko en hin oftewol cow & chicken, beide mei lekkere titen, soarge foar in froalike noat. De ko lies noch wat foar op 'e ein, mar de mikrofoan stie net mear oan leau'k en ik moast hastich nei de reade wyn ta, dat ik haw der neat fan ferstien. Opfallend wie dat de hin treflik Frysk spruts. Dêrnei nei de Ierske pub, de Stedsdichter skreau wol 5 bierfiltsjes fol mei nije fersen. Ik haw der ien meinaam, sil him skenne. Moarn tink op dit log te sjen.

Bamy rames, 3 bier

Bron: http://cornelisvanderwal.web-log.nl/

terug naar boven


Begraafplaats Vredenhof, dinsdag 21 september 2004, 13 uur: dichter van dienst: Tsead Bruinja.

door F. Starik

Hendrik Gerbus, geboren 14 april 1924, Anlo
overleden 17 september 2004, verpleeghuis De Poort, Amsterdam

De heer Gerbus trouwde vijf maal, alle vijf huwelijken eindigden in een scheiding. In totaal acht kinderen. De kinderen hadden geen contact meer met vader, en ook onderling niet of nauwelijks. In 1995 kwam de heer Gerbus met de Dienst in contact, nadat hij eenzaam en verwaarloosd in zijn woning werd aangetroffen. Sinds die tijd beheert de Sociale Dienst zijn financiën en verbleef hij in verpleeghuis de Poort.

Bij de uitvaarten zal aanwezig zijn documentairemaakster Coco Schrijber. Ze komt 1 keer in de filmfestival catalogi van de afgelopen 6 jaar voor met een documentaire over oorlog en de moordenaar in iedereen: First Kill. kreeg kalf. Ze was vroeger regie-assistente van Theo van Gogh. Coco Schrijber “Alle Amsterdammers liegen – loog de Amsterdammer”. (Titel van het ingediende werkplan).Coco Schrijber (*1961) woont en werkt in Amsterdam. Zij is door de Commissie verzocht een werkplan te maken op basis van het gegeven “Normen en waarden in Amsterdam anno 2003”. Op basis van het werkplan zal worden besloten tot realisatie. Coco Schrijber is een relatief jong en nieuw talent, van oorsprong beeldend kunstenaar die zich in de jaren '90 ontwikkelde als filmer. Culturele diversiteit zal een belangrijk onderdeel van het project worden.

Ze kreeg mijn toestemming om geluidsopnamen van één uitvaart te maken. Het filmen van de uitvaart zelf wordt niet toegestaan. Ik heb haar uitgelegd dat de dichter alleen voor de overledene staat, die zelf niks meer zeggen kan over wat er tijdens zijn uitvaart gebeurt. Op het moment dat je draaiende camera's in die intieme gebeurtenis toelaat, spreek je over het hoofd van het lijk een fictief publiek toe. Dat begreep ze, helemaal. Zei ze. Aan de telefoon.

Een heldere septembermiddag: weer van alle mensen, zou Reve zeggen. Terwijl ik mijn fiets het terrein opdraai, zie ik een complete cameraploeg het terrein van Vredenhof oplopen. Geluidsman, cameraman en de documentairemaakster zelf. ”Wat hebben we afgesproken?” verontwaardig ik mezelf, ”jullie mochten geluid opnemen. Geen beeld.”
De filmmaakster meent dat wij ons eerst netjes moeten voorstellen. Dat doen we. Ze verzekert dat er geen opnamen zullen worden gemaakt. Maar wat doet die camera hier dan? Oh, die is voor een paar sfeerbeelden, van de begraafplaats enzo,

Buiten tref ik Tsead, binnen vinden we Fritz in gesprek met zeven familieleden: twee, drie dochters met hun aanhang. Fritz legt de aanwezigheid van de dichter uit. Men gaat akkoord, want heeft niets voorbereid, en dat het wel zo hoort, dat er iets gezegd wordt, daarover is men het eens. De zorgzame samenleving staat paraat voor ons.

Tsead Bruinja schrijft even later: “Toen de lijkwagen het pad opkwam, gevolgd door vier auto's, vermoedde ik al, dat dit geen erg eenzame uitvaart zou worden. De kinderen uit de verschillende huwelijken van de heer Gerbus hadden blijkbaar besloten om toch afscheid te nemen van hun vader. Na overleg bleek dat ze toch graag wilden dat ik het gedicht voor zou lezen. Er werd een klassiek deuntje afgespeeld, ik las en vervolgens werd er nog een klassiek deuntje gedraaid, dat overigens op een rare manier werd weggedraaid. (Maar dat kwam vast omdat het maar niet ophield. Zoiets als het duet uit de Parelvissers, maar dan in een versie die naadloos doorliep in de volgende akte. Na een minuut of tien hield de muziekman het voor gezien. De laatste minuten had hij al staan dralen, van kan die herrie ophouden, maar dan begonnen ze weer. Uiteindelijk besloot hij om de muziek subtiel steeds zachter te zetten, en op een gegeven moment , het geluid was al bijna weg, drukte hij toch nog te vroeg op stop. Stop. F. S.) Sinatra zong 'I did it my way' en wij liepen met de kist mee naar het graf. Vader wilde geen contact met de kinderen, maar de kinderen die er waren wilden na het gooien van een schepje zand, gelukkig wel contact met elkaar. Ik vroeg aan de koffiejuffrouw om een tweede kop. Dat was niet gebruikelijk, zei ze, maar omdat ik de dichter was, mocht het.”


een benauwde dag

de grond wordt op de aarde
gedrukt als een boodschap
op het hart

de lucht achter de bomen
loopt vast

wij schatten de afstand
en beginnen met rennen

wij schatten de afstand
en vangen aan te omhelzen

wij schatten de afstand
en blijven van elkaar af

de hand door het warme haar
van een man
van een kind

herfstzon door de takken

de wind

het mechaniek knarst

de lucht achter de bomen
loopt vast



© Tsead Bruinja


Aldus Bruinja. Tegen tweeën moet de familie eruit: de volgende komt eraan, de heer Hendrik Ossewaarde (zie het gedicht in de weblog hieronder geplaatst) Ik zie de familie buiten door de ramen van de aula in een kring staan praten. Zij ontmoeten elkaar. Pas als de auto met meneer Ossewaarde komt voorrijden, vertrekken ze langzaam. En ik weet wat ze zeggen: we houden contact. Er is vandaag alvast een goede daad gedaan.

EENZAME UITVAART NUMMER 32: begraafplaats Vredenhof, 14.00 uur.

Daar scharrelt opnieuw de filmploeg ons blikveld binnen. De deur van de koffiekamer wordt gesloten. Als we, met de familie, de aula binnentreden, staat de filmploeg in de deuropening te filmen. Achteraf wordt er gezegd dat wij allen keurig, zoals gevraagd, onherkenbaar en anoniem in beeld zijn gebracht. Bij de volgende uitvaart ware het beste, betoogt de ijverige documentairemaakster, wanneer, ten behoeve van het evenwicht in het beeld, de dichter recht achter de kist gaat staan om zijn kunstje te vertonen. We filmen van vrij hoog, zo legt zij uit, dit is echt de beste plek om de dichter buiten beeld te houden. Hoe men een kist met een dichter erachter filmt zonder de dichter in beeld te brengen, ontgaat mij. Het filmisch bezwaar dat wordt ingebracht wanneer de dichter van zijn stoel opstaat om achter de katheder te gaan staan: dan zou hij immers zomaar plompverloren door het beeld heen schieten. Mevrouw, leg ik haar uit, het gaat om de zuiverheid van het moment. Ik heb een gedicht voor een meneer geschreven, die daar dood ligt. Niet voor u. Ik lees mijn gedicht vanaf de katheder voor, en als het moment daar is, vouw ik mijn papier terug in de envelop waarin ik het meebracht, leg het op de kist, en geef mijn brief aan de overledene mee.

Er wordt een discreet microfoontje opgespeld. Ik laat het toe. Er is weinig tegenin te brengen.
De regie is ons doeltreffend uit handen genomen. Er gebeurt precies waar ik al bang voor was. Enfin: de documentaire heeft van ons gewonnen. Geruisloos nemen de wetten van het smakelijke beeldverhaal de regie van de voorstelling over. Daarom wil ik dit niet: de dichter spreekt tot de aanwezigen, de overledene eerst, en dan zitten er soms de dragers, meneer Fritz van de Dienst. Er staat de uitvaartleider, er is de man die de muziek bedient. Wij richten ons niet over het hoofd van het inspraakloze lijk heen tot een fictief publiek.

Zo gaan de dingen. Misschien moet ik mij er niet zo druk om maken. In de gemediatiseerde samenleving hebben wij alleen bestaansrecht als we op de televisie komen. Laat maar gaan. Je kunt de laatste gang van meneer Gerbus en meneer Ossewaarde niet ontsieren door trillend van woede, bij wijze van voorgerecht, eerst ruzie te maken met een filmploeg, waarvan het je hoogstwaarschijnlijk niet eens lukt om ze weg te sturen, hoe hard je ook roept. Je zet alleen jezelf als ongelofelijke zeikerd te kijk, in zo'n situatie. Toch denk ik niet dat ik het erbij laat zitten. Er was toestemming voor geluid. Meer niet.

De beelden zullen vernietigd moeten worden. Ik doe mijn ding voor de mensen zelf, en ik mag niet toestaan dat de zogenaamd bewogen, tranentrekkende sfeerreportage de oprechte intenties van het project te grabbel gooien. En hoe langer ik erover denk, hoe kwaaier dat ik word. We zijn vandaag overvallen, alle afspraken zijn met voeten getreden. Misschien ben ik een slappe zak geweest, dat ik in het moment zelf geen ruzie wilde maken. Dat is het nadeel van de flegmatieke persoonlijkheidsstructuur. Derzulken laten maar over zich lopen.

Ik herinner mij het grapje dat ik vroeger met mijn broertje maakte, als we in een goed humeur waren. Het was de zomer van de geschreeuwde radioleus: ‘Veronica komt naar je toe deze zomer!' De leus was ongetwijfeld opwekkend bedoeld, maar klonk – zeker in de betrekkelijk onschuldige tijd dat de commerciëlen nog maar net aan hun opmars begonnen - ongehoord agressief. Ons grapje bestond nu hieruit, dat we in het voorbijgaan willekeurige voorbijgangers aangrepen, wild door elkaar heen schudden en hen toeschreeuwden: Veronica komt naar je toe deze zomer!

We doen dat al jaren niet meer. Mijn broertje is zelf geluidsman voor de televisie geworden. We zijn veel minder grappig nu en een klap voor je kanis ken je kraigen.

Bron: Weblog F. Starik, www.starik.nl

terug naar boven



Batterij van Tsead Bruinja voerde wat mij betreft een groot middenveld aan...

Marc Reugebrink over zijn deelname aan de jury van de VSB-poëzieprijs 2005


...Maar los daarvan: onder de bundels die overblijven zit veel moois dat je dan toch aan de kant moet schuiven, soms ook zelf wilt schuiven. Zo'n jury is vooral ook een sociaal gebeuren, waarmee ik niet bedoel een gezellig theekransje, maar een gezelschap waarin je onder soms ook sociale druk een bepaalde voorkeur dan maar laat vallen, bijvoorbeeld omdat je naast de reeds aangehaalde argumenten geen nieuwe kunt vinden, noch die welke je al hebt ingebracht anders zou kunnen formuleren zodat ze misschien toch nog effect sorteren. Dan blijven volhouden, wordt irritant en, uiteindelijk, kinderachtig. In die zin zijn vijf nominaties niet genoeg, en leidt het feit dat je door de wijze waarop de prijs nu eenmaal is georganiseerd gedwongen wordt er vijf uit te kiezen, tot de verkeerde indruk dat je de overige 81 niet de moeite waard vond. Ik wil hier best bekennen ook zeer onder de indruk te zijn geweest van bijvoorbeeld de nieuwe bundel van Erik Lindner, Tafel, met heel erg mooie, 'stille' gedichten (een bundel die nu, als ik me niet vergis voor de Pernath-prijs is genomineerd); dat Hans Verhagen me met zijn 'slordige' poëzie in Moeder is een rover voor het eerst werkelijk bekoorde; ik behoud een zwak voor het werk van Tentije (Deze oogopslag); Beurskens schreef met Als met een vogeltje weer een heel erg sterke bundel, waarin gedichten die aansluiten bij zijn prachtige 'Palmen'-reeks uit Klein blauw aapje(1992); en ook Apenlier van dat mispunt van een Rob Schouten (een ramp voor de poëziekritiek, maar dat ligt aan zijn volharding in het genre) maakte indruk; Batterij van Tsead Bruinja voerde wat mij betreft een groot middenveld aan van dichters die allemaal een beetje volgens dezelfde stijlprincipes hun gedichten schrijven (het mag dan zo zijn dat er geen dominante poëtica meer zou zijn - wat ik overigens betwijfel, maar enfin - er is in ieder geval een dominante code in de mode). Enfin, zo was er meer... bron: http://reugebrink.skynetblogs.be/?date=20050424#1104984

terug naar boven



uit: Waar blijft het verleidelijke secreet?De brave nominaties van de C. Buddingh'-prijs

door Ilja Leonard Pfeijffer

Wat is de beste strategie voor een beginnende dichter die zijn loopbaan van meet af aan luister wil bijzetten door zijn debuutbundel bekroond te zien met de meest prestigieuze prijs voor nieuwe poëzie, de C. Buddingh'prijs? Het belangrijkste advies dat een dergelijke debutant gegeven kan worden, is niet te zijn gedebuteerd in het afgelopen jaar. Zelden zijn er in de Nederlandse poëzie zo veel en zo veel goede poëziedebuten verschenen als in het afgelopen jaar. Het heeft debuten geregend. Met bakken tegelijk werden ze over ons uitgestort. Hierbij vallen twee tendenzen op. Ten eerste vonden podiumtijgers als Erik Jan Harmens, Tsead Bruinja en Tjitske Jansen opeens allemaal hun weg naar het ooit door hen zo geminachte papier. En ze deden dat met verve. 'Het moest maar eens gaan sneeuwen' van Tjitske Jansen is een verfrissende, interessante bundel en 'Dat het zo hoorde' van Bruinja en 'In menigten' van Harmens ebhoren zonder twijfel tot de allerbeste debuten sinds lange tijd. De twee laatsten combineren, elk op hun eigen manier, een geheel eigen geluid met een hoge mate van technische rijpheid, waarbij beiden op hun eigen manier, de kunst beheersen van de wrange lichtheid en de wrede glimlach. Zowel Bruinja als Harmens zou de Buddingh'-prijs ten volle verdienen....Anne Vegter, Peter Theunynck en Maarten Doorman, die de jury vormen van de C. Buddinghprijs 2004, die op 16 juni zal worden uitgereikt tijdens Poetry International, hadden dus een aangenaam onmogelijke taak. Zij hadden de eer vier nominaties te mogen kiezen uit minsten een tiental zeer nomineerbare bundels en één winnaar te bepalen in een veld van minstens drie gedoodverfde winnaars. Groot was dan ook de verbijstering in het land toen de vier nominaties bekend werden gemaakt en toen bleek dat niet alleen Marije Langelaar nie top het lijstje voorkomt, maar dat ook Erik Jan Harmens en Tsead Bruinja zijn gepasseerd. De enige troost die hun geboden kan worden is de eeuwige hoon die de jury ten deel zal vallen en die waarlijk groteske proporties zal aannemen wanneer deze dichters in de loop van de komende jaren tot de top van de Nederlandse poëzie gaan behoren....Hekaas geldt dat niet (de bekroning van Joep Kuipers bundel 'Monarchieën') voor de andere drie genomineerde bundels. Goed, we moeten de jury nageven dat ze alle drie best aardig zijn, niet slecht, zeker acceptabel en wellicht zelfs nomineerbaar in een minder rijk jaar, maar geen van de drie bundels heeft het niveau dat het zou rechtvaardigen dat minstens een drietal andere bundels buiten de nominatie is gevallen. Wat een verschil tussen de eigenzinnige beeldende kracht van Langelaar, de brille van Bruinja, de grimmigheid van Harmens, de avontuurlijkheid van Kuipers en de braven onschadelijke gedichtjes van Bas Belleman....Wie moet woensdag aanstaande de C. Buddingh'-prijs winnen? Erik Jan Harmens of Tsead Bruinja. En mocht de jury ondanks alles besluiten om vast te houden aan het gebruik om bij voorkeur geen bundels te bekronen die niet zijn genomineerd, dan zal Joep Kuiper de winnaar zijn. (NRC, 11-06-2004)

terug naar boven



Die ook voor nominatie in aanmerking hadden kunnen komen

door Piet Gerbrandy

....De vier bundels die nu zijn genomineerd, verschillen behoorlijk van elkaar. Twee vrouwen, Maria Barnas en Saskia de Jong, nemen het op tegen twee mannen, Bas Belleman en Joep Kuiper. Geen Vlamingen dit jaar. Vier uitgeverijen.
Barnas publiceerde eerder twee romans en recenseert poëzie in 'De Groene Amsterdammer', de andere drie dichters zijn nieuwkomers. De bundels van Belleman en Barnas zijn zeer toegankelijk, de andere twee laten zich minder gemakkelijk veroveren. Boeken die ook voor nominatie in aanmerking hadden kunnen komen, waren 'Dat het zo hoorde' van Tsead Bruinja en 'Hulp' van Bart Meuleman, maar met het uitgekozen viertal zullen de meeste poëzielezers wel uit de voeten kunnen...(bron: De Volkskrant, 11-06-2004)

terug naar boven


Een wandelaar stopt niet om te lezen

Door Asing Walthaus

GREATE WIERRUM - Kunstwerken en performances moeten de versierde wandeltocht, die de Slachtemarathon in feite is, tot meer maken, tot een ,,culturele kuier''. Of dat goed gelukt is, is de vraag. De velen die de finish bij de waddendijk haalden hadden alles even ,,mooi'' gevonden. Maar de acht rondelen onderweg had niemand gelezen en de vraag naar het allermooiste was lastig. Mensen die iets deden op de dijk zelf, die waren opgevallen. Kunstwerken ernaast niet. De dans van Duende, de grappige loopjes van mannen in de veertig en vooral de dwarse performance van de Zoete Hanen, die waren blijven hangen. De Zoete Hanen liepen als zwervers met winkelwagentjes tegen de stoet in, en riepen: ,,Dit is een heilloze onderneming!'', ,,Ga terug naar de start, daar zijn de lekkere wijven'' en ,,denk zelf, volg niet de kudde!'' Dat wisten de wandelaars in de feesttent of de massagetent aan het eind zich nog te herinneren. En die korpsen onderweg. Al was er tijdens de laatste kilometers bar weinig te beleven, en daar was een extra aansporing zeer welkom geweest. ,,It lêste ein wie o sa'n dreech stik.''
 
...Een van de bestuursleden van de marathon - die dat niet in de krant wil hebben - gaf ook toe, dat de kunst niet goed uit de verf kwam. ,,Over de kunst moeten we voor een volgende editie eens goed nadenken.'' (bron: Leeuwarder Courant, 14-06-2004)

terug naar boven

Eenzame uitvaart nummer 28

door F.Starik

dinsdag 8 juni 2004, Nieuwe Oosterbegraafplaats, Amsterdam, 10.30 uur.De heer Willem Jan Westra, geboren 20 april 1936, overleden in verpleeghuis Amstelhof op 26 mei 2004 om 22.00 uur.Dichter van dienst: Tsead Bruinja.Willem Jan Westra trouwde in 1984, en scheidde 6 jaar later van zijn vrouw. Er waren uit een of meer eerdere verbintenissen enkele kinderen, waarmee hij -totaal geen contact meer had- in de woorden van Ger Fritz. Het eerste kind werd geboren in 1959 en is al overleden, een tweede werd geboren in 1963, en de laatste in 1973. Beide laatsten leven nog, maar vraag niet hoe en waar. Later in de week zal er nog iemand van Amstelhof geborgen worden, maar dat weten we nog niet.Voor de dichter van dienst is het de eerste keer. Starik schrijft aan een korte gebruiksaanwijzing: Tsead, dit weten wij. Als je nog vragen hebt aarzel niet om die te stellen. Ik kan ev. vanmiddag Fritz nog om aanvullende informatie bellen. Je wordt een kwartier voor aanvang van de uitvaart bij de ingang van de begraafplaats (aan de Kruislaan, in Oost) verwacht, je kunt ook doorlopen naar de aula. Je bent netjes en toepasselijk aangekleed.Je spreekt je gedicht na het eerste muziekstuk. Je neemt enkele extra kopiën van je gedicht voor ev. belangstellenden mee. Bij het derde muziekstuk brengen we de heer Westra naar zijn laatste rustplaats. Dan is er koffie. Nauwelijks een uur later sta je weer buiten. !Bruinja wil weten wat voor werk deze man deed. Hobby info is ook altijd mooi. Waaraan is hij gestorven? Langdurige ziekte, plotseling? Zijn er redenen bekend over waarom hij niet meer contact onderhield met zijn kinderen of zij met hem?

Dat soort dingen. Wil Bruinja weten. 'Werk, geen werk: de man verbleef immers in verpleeghuis, waar men ziek en zwak is. Hobby? televisiekijken, navelstaren of zoals Fritz dan zegt: of er een drama was of gewoon onverschilligheid, een bewuste keuze zullen we nooit te weten komen, en zo wij al weten wij oordelen niet'.Maar de volgende dag is de extra informatie niet meer nodig. Bruinja laat weten, dat het gedicht tot stand gekomen is.Dan is het dinsdag. Dit belooft de warmste dag te worden die het voorjaar ons tot dusver bracht. Op de Nieuwe Ooster is het een gezellige drukte. Een grote uitvaart staat al klaar. Mannen in vrijetijdskleding, vrouwen in vrolijke jurkjes verdringen elkaar om de aula dadelijk als eerste te kunnen binnentreden. Men heeft er zin in, zo te zien.Iets terzijde van de massa zit de jonge dichter Tsead Bruinja op een bankje zijn schoenen te bestuderen, kijkt op als Starik zijn fiets de begraafplaats oprijdt, aan de andere zijde zijn rijwiel nonchalant in het rek parkeert. Een brede armzwaai als blijk van herkenning. Geroutineerd wandelt Starik 'hoe heette onze man ook weer?' via Bruinja: 'Westra, Willem Jan Westra' naar de portier, die naar de kleine koffiekamer terzijde verwijst. Volgens Bruinja verwacht de portier toch wel een man of tien op de uitvaart van Westra. Terwijl de zomerse massa de grote aula betreedt wachten we bij onze kleine koffiekamer op de uitvaartleider. Ik herken de uitvaartleider van Westgaarde, maar hij herkent mij niet. Hij vraagt of we familie zijn. We zijn geen familie. Ik leg uit dat Tsead na het eerste muziekstuk spreken zal. De uitvaartleider, een grijze man met een grove grijze huid, van een onbestemde leeftijd, hij zou zowel veertig als zestig kunnen zijn, verontschuldigt zich dat hij geen tijd heeft gevonden om het dossier van de BUG te lezen. 'Ik val maar in', zegt hij. Om half elf precies treden we binnen. De heer Fritz heeft kennelijk telefonisch laten weten dat hij niet aanwezig zal zijn. We nemen plaats op twee stoelen centraal vooraan de lege rijen stoelen. De uitvaartleider blijft schuin achter ons staan. We horen hem het knoppenpaneel bedienen. Het orgeltje van Yesterday dreint de klassieke top drie. Bruinja spreekt, kort en krachtig.

ADEM

voor wie na dit lichaam
verschijnt en in zijn bed
klimt vannacht

kruip dicht tegen haar aan
kruip dicht tegen hem

aanhoud jezelf vast en
luister naar je adem

loop desnoods naar het
koude raam en bevochtig

voor wat na dit lichaam
verdwijnt en geen meer
havent

ik dank je alvast
voor de weg die je was

en blaas
voor wie hier na
voor wat hier na komt

adem

© Tsead Bruinja

Het schakelbord klikt. En klikt. Kennelijk staan de dragers nog niet klaar achter de deur die nu moet openzwaaien. Het derde stuk klinkt helemaal uit.

Daar gaan we. De dragers rollen de kist met forse tred ter bestemder plekke. De uitvaartleider vraagt of we bij het dalen van de kist aanwezig willen zijn. Sommige mensen vinden dat een akelig gezicht, weet hij. Wij willen daarbij aanwezig zijn. De uitvaartleider spreekt: ik weet niet of meneer gelovig was. In dat geval heeft hij nu zijn bestemming bereikt. Het schepje staat klaar om een schepje zand te scheppen, maar we worden niet uitgenodigd om het schepje zand te scheppen. Zo blijft de schep onaangeroerd achter. We slenteren terug naar onze kleine koffiekamer met de drie houtsneden Horen Zien en Zwijgen. De uitvaartleider verklaart zojuist te zijn opgepiept met de buzzer. De twee dichters nemen koffie uit de thermoskan met de opvallend brede gietmond. Starik bedient Bruinja meest op het schoteltje. En nog eens. Dan is de uitvaartleider terug. We nemen afscheid. (Stariks weblog, 14-06-2004)

terug naar boven


'Je hand was als een vogeltje dat last had van de kou'

door Fedde Dijkstra

LEEUWARDEN - 'Vogels horen in de lucht / En ik hoor op de grond'. Zo eindigt het gedicht waarmee Brechtje Huiskes deelnam aan de wedstrijd om de Slauerhoff Poëzieprijs 2004. Brechtje heeft zo haar eigen aanpak, vertelde ze gisteravond bij de prijsuitreiking in Theater Romein in Leeuwarden. ,,Het begint meestal met de laatste regels, en dan komt de rest wel.'' De rest kwam er zeker. Brechtjes gedicht begint met de regel 'Je hand was als een vogeltje / Dat last had van de kou'. Het leverde haar de eerste prijs op in de categorie 12-15 jaar... ...De prijzen werden uitgereikt door burgemeester Geert Dales van Leeuwarden. Naast de muzikale afsluiter van Three-ality waren er optredens van de dichters Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Tsead Bruinja, begeleid door Michiel Rasker. Bruinja, die vaststelde dat hij nu al vijf jaar als aanstormend talent wordt aangekondigd, had nog wel een tip voor de jongere talenten: ,,Veel rode wijn drinken en zo nu en dan eenzaam zijn.''

Bron: Leeuwarder Courant, 10-06-2004

terug naar boven



Uit: HET BALKON. Manifest ten faveure van de glorieuze Vlaamse poëzie

door Ilja Leonard Pfeijffer

De Vlaamse poëzie is doodziek. Dat betoogde de Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vorige zondag tijdens een debat op de literaire manifestatie Het Groot Beschrijf in Brussel. Pfeijffer las er onderhavig pamflet voor. Reacties zijn welkom op letteren@standaard.be.

...De Nederlandse poëzie van dit moment is oneindig veel rijker, gevarieerder, vitaler en spannender dan de Vlaamse, die als een vermoeide oude man bevend in zijn fauteuil voor zich uit zit te mummelen boven het vergeelde familiealbum van een verleden waar de zon nog scheen. De diagnose.Een vergelijking met de Nederlandse poëzie leert wat de Vlaamse poëzie van dit moment node ontbeert. Zij mist grandeur, lef, lol en avontuur. Wanneer we de meesterlijke poëzie van Hugo Claus, de grote verlakker en enige serieuze kandidaat om de eerste Nederlandstalige Nobelprijswinnaar te worden, deze col hors categorie, buiten beschouwing laten, dan is er geen enkele levende Vlaamse dichter van internationale allure en die is er ook al jaren niet geweest. Dit geeft het landschap van de Vlaamse poëzie de aanblik van een grijs glooiend laagland zonder toppen of vergezichten. Daar komt bij dat het de Vlaamse poëzie eveneens ontbreekt aan jonge honden. Terwijl in Nederland de podia worden beheerst door publiekstrekkers als Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Hagar Peters, Erik Jan Harmens en Tsead Bruinja, daar zitten de jonge Vlaamse dichters als puistige pubers in zelfgebreide spencertjes zich trillend te schamen voor hun natte dromen over Derrida... (De Standaard, 29/04/2004)

terug naar boven


Fryske literatuer tige súksesfol, 25-4-2004

De Fryske literatuer hat noch nea sa súksesfol west as hjoeddedei. Dat sei foarsitter Piter Boersma fan it skriuwers-bûn sneon op 'e ledegearkomste. Neffens Boersma binne der nea safolle nije titels ferskynd as yn 2003. Ek it tal oersettings fan it Frysk nei it Nederlânsk hat noch nea sa heech west. Boersma tinkt dat it súkses foar in wich-tich part te tankjen is oan jonge Fryske skriuwers as Tsead Bruinja en Albertina Soepboer. Likegoed moatte der neffens Boersma ek yn 'e takomst stimulânsen bliuwe om jonge skriuwers oan te trunen om yn it Frysk te publisearjen.
http://www.omropfryslan.nl/

terug naar boven



Poëzie treedt buiten het boekje

Elke maand kan wel ergens een poeziemanifestatie worden bezocht. Maar rondom het podium gelden andere wetten dan onder de leeslamp. De herkenbaarheid is cruciaal. Het heeft er alle schijn van dat de podiumcultuur het Idols van de poezie is

door Thomas Vaessens

Eis een Nederland een bloeiende cultuur van poeziefestivals: Poetry International in Rotterdam, de Utrechtse Nacht van de poezie, het Wintertuin-festival in Arnhem en Nijmegen - elke maand kan er wel ergens een poeziemanifestatie worden bezocht. Ook dit weekend, wanneer in Landgraaf voor de zesde keer de Dag van de Poezie plaatsvindt. Op minder grote schaal worden bovendien door het hele land honderden poezieavonden, literaire cafes en 'poetry slams' georganiseerd: wie dat wil, kan op bijna elk gewenst moment dichtende performers tegen het lijf lopen. En daar zijn er nogal wat van. Op de website van Bart FM Droog, onvermoeibaar voorvechter van de podiumpoezie, kan doorgeklikt worden naar de persoonlijke pagina's van een hele generatie dichters voor wie het podium belangrijker lijkt dan het papier: Tsead Bruinja, Hagar Peeters, Tjitske Jansen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Dimitri Verhulst, Tjitse Hofman, Serge van Duijnhoven. Ze kunnen bogen op een groot publiek en hoeven
zich dus niet druk te maken om het feit dat ze vooralsnog door de 'officiele' (papieren) literatuur niet serieus genomen worden.

Hoewel het voordragen van poezie op zichzelf niets nieuws is, dwingt het voor poetische begrippen massale karakter van de huidige podiumcultuur ons ertoe met andere ogen te kijken naar de poezie en de manier waarop zij zich ontwikkelt. Ook de wijze waarop in de krant van die ontwikkeling verslag wordt gedaan, moet in het licht van het succes van de performance maar eens heroverwogen worden.

De poeziecriticus stelt zich niet alleen tot taak zijn lezers te vertellen wat er de moeite waard is aan de recente poezie, hij probeert ook tendensen aan te wijzen. Hij neemt een voorschot op de poeziegeschiedenis. Als elke geschiedschrijver laat hij zich daarbij leiden door die momenten in de poetische ontwikkeling waarop de tot dan toe geldende normen worden geprovoceerd. Het zijn de oproerkraaiers die het goed doen in de geschiedenis, die een aaneenschakeling van luidruchtige conflicten, van vadermoorden is. Op deze plaats bespreek ik daarom doorgaans de wat meer tegendraadse jonge(re) dichters die nadrukkelijk anders willen zijn dat hun voorgangers.

Dubbel gecodeerd

Omdat gedichten van zulke dichters willen afwijken van wat we gewend zijn, doen ze soms nog wat vreemd en oncomfortabel aan. Het is complex werk dat vaak dubbel gecodeerd is: als de avant-gardedichter de liefde tot onderwerp neemt, levert dat een gedicht op dat niet alleen over de liefde gaat, maar indirect ook over de positie die gedicht en dichter innemen ten opzichte van de traditie. Er wordt een spel gespeeld met verwijzingen naar teksten en conventies; voor wie in taal en haar historische (on)mogelijkheden geinteresseerd is, is zulke poëzie een feest van herkenning...

...Rondom het podium gelden andere wetten dan onder de leeslamp. Met dubbel gecodeerde gedichten vol subtiele verwijzingen hoeft de podiumdichter niet aan te komen. Voordrachtspoezie is gebaat bij directheid: het publiek heeft de tijd niet nog eens terug te lezen, het wil onmiddellijk door het gedicht gegrepen worden.

Dat authenticiteit een van de geschiktste middelen is om dat te bewerkstelligen, bewijzen de twee talentrijkste podiumdichters van dit moment: Hagar Peeters en Tjitske Jansen. Hun voordracht is muzikaal, melodieus en heeft een aangename lichtheid van toon. Zo nu en dan blijven er leuke regels hangen ('Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait', dicht Jansen bijvoorbeeld), waarin een heel concrete, herkenbare werkelijkheid wordt geschetst met een al even herkenbare ik.

Deze herkenbaarheid is cruciaal. Als Jansen voordraagt, is ze overrompelend zichzelf. Poezie en dichter vallen in de performance zichtbaar samen en die coincidentie draagt bij aan de kwaliteit van het gebodene. 'Ze staat er echt en kwetsbaar', schreef een recensente toen Jansen dit jaar voor het eerst op de Nacht van de Poezie optrad. Ook Peeters maakte indruk bij die gelegenheid. Tussen al het dichterlijk grijs viel de toen zesentwintigjarige bij haar debuut op de Nacht in 1997 op door, als enige die avond, niet achter het statige katheder maar losjes midden op het podium te gaan staan. Zij was 'gewoon helemaal zichzelf', vond een recensent.

Wie op een podium de indruk wil wekken zichzelf te zijn, kan zich beter niet achter fratsen verbergen. Jansen en Peeters houden het dus eenvoudig. In hun werk dus ook geen literaire referenties en polemieken. Zij doen niet mee aan de hanige literaire gewoonte om je plaats en positie als dichter tot inzet of zelfs onderwerp van de poezie te maken. En daarmee zijn ze typerend voor hun generatie: podiumdichters plaatsen zich buiten het vadermoordstramien van de poeziegeschiedenis. Voor de complexe verwevenheid met de traditie die papieren poezie kenmerkt, komt in hun voordrachtspoezie de onmiddellijkheid van de performance in de plaats. Er is dan ook 'niks cryptisch en niks hermetisch' aan, aldus Ruben van Gogh: podiumdichters schrijven gewoon 'heldere en toegankelijke gedichten': overdreven aandacht voor de techniek, complexiteit en precisie hebben voor hen een slechte naam.

Nu is het makkelijk de podiumdichters op dit punt te veroordelen. In hun werk zijn allerlei amateuristische bloopers aan te wijzen. Het barst van de cliches en gemeenplaatsen (Heytze: 'het is triest maar waar: / ik timmer woorden aan elkaar'); de mislukt-parmantige bewering (Van Gogh: 'lang geleden werd deze stad al / veroordeeld tot het zijn van / Groningen'); de uit de hand lopende hyperbolen (Verhulst: 'Ik heb het jeuksel uit jouw geslacht geharkt'); het onbekommerde gesmijt met woorden (Hofman: 'ik . divergeer / ioniseer en transporteer / alles naar mijn waarheid') en de ronduit foute zinnen (Peeters: 'Om aan de Idee vrouw te kunnen beantwoorden / is heel simpel', of Droog: 'mensen . waarop je kon bouwen').

Idols van de poezie Podiumdichters brengen voor een groot publiek een poezie die vaak technisch niet bijzonder sterk is, maar die het vooral moet hebben van herkenbaarheid en van de daaraan doorgaans toegeschreven authenticiteit. Het heeft er alle schijn van dat de podiumcultuur het Idols van de poezie is. De voordragende dichters van de 'niks cryptisch, niks hermetisch'-generatie hebben geen houding ten opzichte van de avant-gardistische elite van de (papieren) poezie. Zij zijn daar ook niet naar op zoek. Zij zijn meer geinteresseerd in hoe zij op hun luisterend publiek overkomen dan in het oordeel van de 'officiele kritiek' met haar 'waanidee van het waarachtig nieuwe' (Van Duijnhoven). Tsead en Tjitske zijn de Jim en Jamai van de literatuur. Ze brengen een fundamentele verandering van het literaire klimaat aan het licht: de tijd waarin de avant-garde en haar uitgelezen publiek probleemloos het centrum van de literatuur bestierden, is voorbij.

Intussen moet ook weer niet de indruk gewekt worden dat de gang van de poezie naar het podium in artistiek opzicht niets oplevert. Nu blijkt dat poezie ook buiten de bladspiegel kan gedijen, beginnen dichters, ook zonder op de trommel van de 'toegankelijkheid' te slaan, te experimenteren met poezie als theater (Peter Holvoet-Hanssen) of met geluidsbanden en videoprojecties (Peter Verhelst, Dirk van Bastelaere). Ook worden de grenzen tussen poezie en zang verder verkend, bijvoorbeeld door Van Duijnhoven en door Tjitse Hofman op de recente cd Wei epibreren. Zulke experimenten kunnen slagen als ze niet vanuit een underdogpositie polemiseren met de papieren poezie, maar op eigen benen durven te staan.

Bron: Het Financieele Dagblad, 17-04-2004

Reactie: Ingmar Heytze

Kaagman

Lang geleden moest je een goede zanger zijn om op de televisie te mogen zingen. Als gevolg daarvan wilde iedere zanger op televisie, om te bewijzen dat hij goed kon zingen. Op een gegeven moment draaide het om: je hoefde niet meer goed te kunnen zingen om op de televisie te komen, je moest op de televisie komen om te bewijzen dat je goed kon zingen. Een recente stap in de evolutie van de roem is dat je juist niet meer goed hoeft te kunnen zingen om op de televisie te komen, zodat alle kijkers die ook niet kunnen zingen maar wel op de televisie willen, zich met je kunnen identificeren. Als Idol los je een collectieve droom in. Jij kunt alles niet wat een willekeurige boerenlul ook niet kan, dus als jij op de televisie kan komen, kan hij het ook. Als jij beroemd bent, kan iedereen beroemd zijn. Met andere worden: haal de finale van Idols en iedereen is jou – en jij bent iedereen, of je nu wint of verliest. Dat is de magische aantrekkingskracht van het programma. Tenminste, dat denk ik. Ik ben er net zo ongevoelig voor als een goede vriend die vorig jaar dacht dat ‘Jamai' een soort nieuwe carnavalskreet was, als aanvulling op het vertrouwde ‘alaaf'. De reden dat ik er nu over schrijf is dat ik afgelopen maandag alle zeilen bij moest zetten om mijn scooter zonder ongelukken langs een hysterische meute van duizenden pubers, studenten en randdebielen voor de Stadsschouwburg te krijgen, die op de komst van finalisten Maud en Boris stonden te wachten.

Het lijkt alsof iedereen beroemd wil worden. Let wel: niet rijk. Idols willen zo graag beroemd worden, dat ze het rijk worden met plezier aan anderen uitbesteden. Tijdens de persconferentie antwoordde Boris op de vraag of hij er geen problemen mee had dat er door RTL4 wel aan Idols wordt verdiend, maar niet door de finalisten: ‘Dit is voor ons een investering.' Kijk, dát is the Rexona way: niet nadenken, gewoon doen. Niet bang zijn voor de wetenschap dat je door al het snacktelevisie producende tuig van Hilversum kakelend wordt genaaid in alle openingen van je jonge lijf. Geen paniek bij de gedachte dat je, in het beste geval, de rest van je leven voor lul mag staan op braderieën, in winkelcentra en attractieparken. Niet te lang nadenken over de dag dat iedereen zich op het volgende Idol stort en jou alleen achterlaat, als een zwerm sprinkhanen die een akker vakkundig heeft kaalgevreten. Je kalkt je angstzweet gewoon weg met zo'n klamme kruising tussen een geurkaars en een massagestaaf, je pakt de microfoon, de band zet een hit van iemand anders in, je familie en je vrienden uit het dorp beginnen te gillen en je gáát ervoor.

Het concept van Idols laat zelfs zijn sporen na in de literaire wereld. De letterkundige Thomas Vaessens schreef vorige week in een artikel voor het Financieel Dagblad over de dichters Tjitske Jansen en Tsead Bruinja: ‘Het heeft er alle schijn van dat de podiumcultuur het Idols van de poëzie is. De voordragende dichters (...) hebben geen houding ten opzichte van de avant-gardistische elite van de (papieren) poëzie (...) Zij zijn meer geïnteresseerd in hoe zij op hun luisterend publiek overkomen. Tsead en Tjitske zijn de Jim en Jamai van de literatuur.' Met andere woorden, als je mooie poëzie publiceert, bovengemiddeld goed voordraagt en als gevolg daarvan succesvol bent, word je door een letterkundige vergeleken met een amateur die een landelijke zangwedstrijd heeft gewonnen. Dat is natuurlijk volkomen logisch. Jansen en Bruinja zijn immers vergeten om een houding in te nemen ten opzichte van de avantgardistische elite van de papieren poëzie. Hierbij roep ik Thomas Vaessens uit tot de Jerney Kaagman van de Nederlandse letterkunde.

Bron: Utrechts Nieuwsblad, 01-05-2004

Reactie van Tsead Bruinja in de vorm van een open brief op http://www.epibreren.com/rs/rs_frame.html?poezietreedt.html

Amsterdam, 23-4-2004


Beste Thomas,

Zoals je weet lees ik met plezier je stukken, die ik erg waardeer vanwege hun doordachtheid en hun poging om nieuwe bewegingen in de poëzie te proberen te doorgronden. Je stuk uit het Financiëele Dagblad van afgelopen zaterdag , dat naar mijn mening vol stond van onnodige generaliseringen en een aantal feitelijke onjuistheden, kon helaas niet op diezelfde bewondering rekenen.

Naar aanleiding van de briefwisseling die daarop volgde, stuur ik je deze open brief met daarin een samenvatting van waar we het over hebben gehad. Het commentaar en de antwoorden die je me gaf laat ik hier buiten beschouwing. Ik wil daar geen verantwoording voor nemen, maar dank je wel voor de tijd die je hebt genomen om op mijn vragen in te gaan. Ik zou het waarderen als je je antwoorden apart naar de redactie van Rottend Staal stuurt.

Wat mij opvalt en waar ik dit weekend, zonder op de hoogte zijn van het bestaan van jouw stuk, aan moest denken, was dat het er soms op lijkt alsof jonge dichters zitten te wachten op afwijzingen van de gevestigde literaire orde. Mocht dit het geval zijn dan lijkt me dat ijdeltuiterij. Het is makkelijker een ballon lek te schieten dan er een vol te blazen. Misschien heb ik daar zelf ook last van. Toch lijkt het me goed dat 'we' die stukken bijhouden en daar kanttekeningen bij plaatsen, zo lang er maar geen onnodig gescheld ontstaat en we met z'n allen proberen tot een nieuw begrip te komen van deze tijd en deze poëzie, hoe onhoudbaar dat begrip ook moge zijn.

Enkele punten uit onze correspondentie:

1) Bart FM Droog is bij mijn weten een voorvechter van de poëzie an sich, de tweedeling tussen podium en papier is niet één die hij gemaakt heeft.

2) Ik verwacht niet dat er een ontwikkeling plaats zal vinden waarbij er een strikte scheiding ontstaat tussen groepen dichters. Als bepaalde vormen van poëzievoordracht zich ontwikkelen richting theater, cabaret of muziek of zang, zullen die uiteindelijk ook tot dat genre gerekend kunnen worden. Misschien moeten de schrijfopleidingen een les aanbieden op het gebied van voordracht maar niet op het gebied van 'podiumpoëzie'. Ik pleit er voor om mij en mijn mede-snotapen bij de les en het gesprek van de papierenpoëzie te houden, aangezien er daardoor interessantere teksten ontstaan.

4) Je hebt het over de aandacht die oproerkraaiers met zoveel gemak krijgen, maar ik vraag me af of je stuk, hoe goed je inzet ook is, niet tot de uitlatingen van zulke oproerkraaiers gerekend kan worden. Ik zie hier een scheve verhouding tussen inhoud en effectbejag.

5) Vadermoord. Mij interesseert het meer waarom de meeste dichters niet geneigd zijn tot vadermoord. Ik denk trouwens niet dat dit buitengewoon is of alleen van deze tijd. In mijn geval wil ik eerst de poëzie van mijn voorgangers goed gelezen hebben en kennis genomen hebben van de context rondom het werk, voordat ik haar naar het kerkhof verwijs. Dat wil niet zeggen dat ik stukken als van Dirk van Bastelaere, die dat wel doet, niet waardeer. Kees 't Hart heeft overigens aangegeven dat 'vadermoorden' qua redeneringen vaak niet briljant in elkaar steken. Het neo-biedermijer effect kon 't Hart met evenveel gemak op het werk en de werkwijze van van Bastelaere toepassen als van Bastelaere dat deed op het door hem bekritiseerde werk van een dichter als Leonard Nolens.

6) Ik voel me persoonlijk niet aangesproken door de opmerkingen die je maakt over het gebrek aan kennis van de literaire traditie, ook al zou ik graag meer lezen en vooral meer onthouden. Ik kan me niet voorstellen dat dit gebrek aan kennis van toepassing is op alle dichters die je hebt genoemd. Intertekstualiteit is daarnaast een belangrijk onderdeel van mijn werkwijze, maar het klinkt grotesk om dat hier te zeggen. Er is daarnaast niets mis mee als mensen ook zonder het directe begrip van verwijzingen een voordracht kunnen waarderen. Dat geldt net zo goed voor het werk van Tonnus Oosterhoff als voor de poëzie en voordrachten van Tjitske Jansen.

7) Mijn poëzie is poëticaal op momenten, maar ze zal het blijven verdommen om uitsluitend voor één poëtica te prediken. Dat zou ik te romantisch vinden en bovendien ben ik daarvoor een te grote twijfelaar. Ik wil je dat best uitleggen, maar ik neem aan dat je het zelf ook uit de bundel Dat het zo hoorde zou kunnen halen. Wat dat betreft, zouden analyses van de bundels van de dichters die je noemt niet misstaan in een groter stuk, waarin je op dezelfde wijze probeert iets uit te leggen over de 'podiumdichters'. Ik weet dat een krant je daar niet gauw de ruimte voor zou bieden, maar dat is geen excuus om dan maar een stuk te schrijven dat zó kort door de bocht gaat.

8) De fouten die je uit de bundels van enkele van deze dichters haalt zijn te wijten aan hun uitgeverij en redacteuren. Zij dragen de eindverantwoordelijkheid voor de bundel.

9) Ik denk dat de performance toegevoegd kan worden aan de analyse van de literaire gang van zaken, literaire referenties blijven ook in die voordracht aanwezig, zelfs in het werk van de nieuwe dichters. Het zou interessant zijn om na te gaan of er binnen die performance, door diegenen die jij 'podiumdichters' noemt, ook geen 'interpodialiteit' te vinden is. Wat mezelf betreft, en dat zeg ik niet omdat ik ze ken, zijn de gedreven en muzikale voordrachten van Bart FM Droog en Tjitse Hofman van invloed geweest op mijn voordracht, evenals de doordachte, licht ironische en rustige toon van Rutger Kopland, Tonnus Oosterhoff en Martin Reints.

10) Om 'ons' te vergelijken met 'Idols' vind ik te gemakkelijk, al moet ik zeggen dat mijn bril inderdaad op die van Jamai lijkt. Je lezers kennen de situatie rondom Jim en Jamai, maar de situatie rondom de nieuwe dichters is complexer. Ook hier denk ik dat informatie en gedichten uit de bundels meer nut hebben dan de generaliseringen die je maakt. De vergelijking van de Idolsjury met de literaire vakjury loopt mank. De gladiolen Smits en Kaagman kunnen beter vergeleken worden met op geldbeluste uitgevers en hun gebakken luchtverkopende redacteuren dan met een gedegen en onafhankelijke literaire recensent als Piet Gerbrandy.

11) Voor het anti-moeilijke-gedoe onder dichters ben ik allergisch. Ik ga niet eenvoudiger tegen mijn publiek praten dan tegen mezelf. Ik wil tegendraadse muziek en dissonanten, maar niet zonder taal van de straat. Ik ben dol op het publiek dat naar het betekenisloze ritueel poëzie komt kijken en ze mogen me van alles vragen over wat ik maak, maar ik pas het niet aan op hun wensen. Bij voordrachten probeer ik hoogstens in de introductie van een gedicht een vermakelijke toelichting te geven, zodat het publiek weet dat ze niet in de kerk zit en dat er wel degelijk een wereldlijke aanleiding geweest is voor het schrijven van het betreffende gedicht. In dat publiek zitten altijd mensen die gelezen hebben en een deel van de grappen en verwijzingen begrijpen.

12) Ik probeer mensen om me heen aan te zetten om te lezen waar ik enthousiast over ben. Dat kan een bundel van van Bastelaere zijn of een artikel van Hans Groenewegen. Het academische wordt echter regelmatig als een abstracte ver-van-mijn-bed-show gezien, waarbij men de lol en de lichtvoetigheid van die poëzie en artikelen helaas vergeet.

13) Ik kan niet tegenspreken dat mijn vele optredens identiteitsbepalend zijn. Ik kan me daar soms wel kwaad om maken, maar het gebeurt. In recensies is het jammer dat daar een alinea aan verprutst wordt. De ruimte in de krant is al karig en om dan ook nog eens een fenomeen toe te lichten dat niet bijdraagt aan het begrip van de bundel vind ik spijtig.

14) Zou theoretisch zelfonderzoek de podiumpoëzie en haar aanzien doen groeien? Ik weet het niet. Het lijkt me on- des podiums als je het mij vraagt. Misschien zou het in je onderzoek interessant zijn om te kijken hoe er geschreven wordt over muziek- en toneeluitvoeringen. Wellicht dat daar criteria liggen die een betere analyse mogelijk maken van wat er op het podium gebeurt en wat dat kan betekenen voor de literatuur, de kunst en de wereld.

Nogmaals: ik vind het een sympathieke poging om iets van één aspect van de moderne poëzie te begrijpen, maar ik had graag een gedegener stuk gezien. Op basis van de boeken en artikelen die ik van je heb gelezen, geloof ik ook dat ik dat van je kan en mag verwachten. Ik hoop dat je daarbij rekening houdt met de problemen rondom de definitie van het begrip 'podiumdichters'. De hokjes die je om ons creëert lijken me 'valse vrienden', die jou en het publiek niet verder helpen.

Ik hoor graag van je en hef de mok en het glas op de poëzie.

Hartelijks,

Tsead Bruinja

terug naar boven


Uit persbericht voor optreden in de Etna

Atelier de Etna, Rapenburgerstraat 159 te Amsterdam, organiseert woensdag 10 maart a.s. voor de tiende maal een poëzie- en muziekavond.Met o.a. Hans Verhagen, die in de jaren zestig debuteerde met 'Duizend Zonsondergangen' en aan wiens leven en werk onlangs een aflevering van Schrijversprentenboek werd gewijd...Het jonge schandaal Tsead Bruinja trekt momenteel, haast meer nog dan met zijn eigen poëzie, aandacht met een mede door hem samengestelde bundel 'Kutgedicht! en'.

terug naar boven


Fjoerwurk

Cornelis van der Wal yn petear mei Miranda Mei op haar Weblog(....)Wat ferwachtsje jo fan de jongerein, of wat soenen jo graach sjen?Ik ferwachtsje fan in pear dichters, lykas T. Bruinja, Arjan Hut en Elmar Kuiper noch wol wat fjoerwurk!

http://mirandamei.web-log.nl/
terug naar boven


Van je geliefde moet je het maar hebben

door Anton Korteweg

Hij is, om met de deur in huis te vallen, de man van de Kutgedichten. De op de Gedichtendag verschenen bundel bloemlezing van 69 en enige gedichten over de vrouwelijke genitaliën, maar hij is ook genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs voor dichters met een jong oeuvre. Hij is een Fries maar dicht net als Slauerhoff in het Nederlands, althans meestal. Met de grootste Friese dichter heeft hij nog wel meer gemeen: een voorliefde voor al dan niet puik wiebelende randfiguren en een scherp oog voor het in alles ingebouwde verval. 'Ik zei ik zie de roos als een wrak in aanbouw' is een kenmerkende regel van hem. Van je geliefde moet je het maar hebben!

terug naar boven

Ok wel un bitsje elitêrDagboek maart 2004 / 11 maart om 21:23 door Henk van der Veer

'Tsead Bruinja docht it net foar in bytsje', skreef Harmen Wind al us over ut werk fan disse jonge dichter. Fanavend sach ik in ut programma 'Spegels' un reportaazje over Bruinja. Un hele aktive dichter ok, disse inwoaner fan Diemen. Ok wel un bitsje elitêr, mar beslist nyt eigenwys. Hij gaat as dichter hieltyd mear de eksperimentele kant op. Sal binnenkòrt syn bundel 'gegrommel fan satyn' foar de Sneeker bespreke. Mut ik wel even foar sitten gaan, want Bruinja syn fersen leze je nyt even tussen de earpels en de brij. Wie mear over disse dichter wete wil, mut mar even naar syn site surfe: www.tseadbruinja.nl (bron: http://www.henkvanderveer.nl/dagboek/default.asp)

terug naar boven
Spegels

Tsead Bruinja op in performance....

thús oan it itensieden

Tsead Bruinja is nominearre foar de 'Jo Peters Poëzie Prijs' . Dit is in priis foar jonge dichters mei ien of twa bundels. Syn lęste wurk is in troch him gearstalde blom-lęzing mei de titel 'Kut gedichten'. Hjirmei is Tsead syn reputaasje as braafste jonkje fan de klasse wol kwyt. Spegels besocht Tsead yn Diemen, dęr't hy sűnt de simmer wennet om’t hy 'de scene' yn Grins wol sjoen hie. Braaf is Tsead net mear, mar wol fernijend foar de Fryske poësij.

achter it byldskerm

Tsead Bruinja lęst poësij...

...en skrikt ynienen
terug naar boven

'Fryske literatuer docht net ûnder foar Nederlânske'

door Sietse de Vries

Njonken de foardoar fan syn hûs yn Castricum stiet in buordsje mei 'Tink om 'e hûn' yn it finsterbank, de stabij dy't by dat buordsje hjit Bijke. Mar dêr hâldt it ek mei op wat de Fryske attributen by him thús oanbelanget. Jelle van der Meulen (52) lêst Fryske boeken, mar dweept net mei Fryslân. Hy hat der noait wenne, heart en praat komselden Frysk en fielt him út noch yn gjin Fries.

Hy is ferneamd nei syn pake, mar it duorre oant syn ferkearing mei in Friezinne ear't er ûntdiek dat opa Jelle Frysk prate koe. Opa wie yn Snits berne en al jong nei Noard-Hollân ferfearn...

...Tweintich jier lyn frege it Nederlands Bibliotheek- en Lectuur Centrum (tsjintwurdich Biblion) him oft er Fryske boeken foar dy organisaasje lêze woe. In freon hie in meiwurker fan dy organisaasje ferteld dat Jelle van der Meulen Frysk lies.

Fan elk boek dat er foar Biblion lêst - en dat binne der tusken de tsien en fyftjin jiers - makket er op in kaartsje in besprek fan op syn heechst 1100 posysjes (lettertekens, de spaasjes ynbegrepen). Yn it begjin wie dy beheining in grutte frustraasje, mar yn 'e rin fan 'e jierren hat er der hieltyd mear aardichheid oan krigen om yn sa'n koart stikje gear te fetsjen wêr't in boek oer giet en hoe't it skreaun is. De bibleteken beslute mei op grûn fan syn ynformaasje oft se in boek oanskaffe of net. Alle besprekjes dy't er yn 'e rin fan 'e jierren makke hat, hat er op syn eigen webside set en binne dus ek foar net-bibleteekminsken te lêzen.

Der komme yn it Frysk folle minder boeken út as yn it Nederlânsk, mar yn kwaliteit docht de Fryske literatuer neffens Van der Meulen net ûnder foar de Nederlânske. ,,Ik ha teminsten noch noait tocht: no moat ik al wer in Frysk boek lêze.''

...,,Yn 'e poëzij binne de ferskillen mei it Nederlânsk noch lytser. It fernuveret my hieltyd wer dat sa'n lyts taalgebiet safolle poëzij fan sa'n heech nivo fuortbringt. De Fryske poëzij docht yn neat foar de Nederlânske ûnder. Dat sjochst ek oan de Nederlânske poëzij fan Tsead Bruinja, Albertina Soepboer en Harmen Wind. Dy wurdt bûten Fryslân faak noch better ûntfongen as yn Fryslân.''

Bron: Leeuwarder Courant, 16-01-2004


terug naar boven


Interview Peter de Groot met Maria Barnasdoor Peter de Groot

(...)

Zijn er generatiegenoten die je bewondert en/of verafschuwt?

Ik heb bewondering voor het werk van Tsead Bruinja. Hij laat beelden rechtop staan, laat ze hun werk doen. Zijn associaties en vergelijkingen zijn geen loze mooiklinkerij, maar vormen een wereld op zich. (http://www.tijdschriftkrakatau.nl/, nr. 24)

terug naar boven


BOKKESPRONGEN FAN IT PRODUKSJEFUNS

Gjin Subsydzje foar de Graal troch Abe de VriesIn prachtige ynstelling, dy’t de útjefte fan in protte Fryske dichtbondels mooglik makket, is it Literair Productie- en Vertalingenfonds (LPVF) yn Amsterdam. Net allinnich dichtbondels: ek Frysktalige oersettingen en biografyen kinne troch it fûns subsidiearre wurde. Teminsten, as it wurk genôch kwaliteit hat en nijsgjirrich is. Hulde foar it LPVF!

Mar dit jier is der wat nuvers oan ’e hân yn Amsterdam. Earst waard de subsydzje-oanfraach foar Tsead Bruinja syn tredde Fryske dichtbondel, Gegrommel fan satyn (2003), ôfkard. En fan ’e wike die bliken dat ek de langferwachte, tredde bondel fan Cornelis van der Wal, Subsydzje foar de Graal (2003), neffens it fûns net genôch kwaliteit hat om yn ’e beneaming te kommen foar subsydzje. Om yn ’e terminology te bliuwen: beide bondels hawwe ‘te weinig betekenis voor de Friese letterkunde’. ‘Saakkundigen’ Twarisom in ûnbegryplik en ik doar wol te sizzen bespotlik beslút. It LPVF wurket mei in groep fan sa’n tritich saneamde ‘ter zake kundige adviseurs’ út it Fryske literêre miljeu; elke bondel wurdt troch trije fan dizze ‘saakkundigen’ ûnôfhinklik faninoar lêzen en hifke. Wa’t yn sokke kommisjes in sit hawwe, is geheim. Yn dit gefal is dy anonimiteit benammen foar de kommisjeleden yn kwestje in útkomst. Tal fan Fryske dichters hienen it selskip sûnder twifel de earen wosken.
Wylst sawol Piet Gerbrandy yn De Volkskrant as Ilja Leonard Pfeijffer yn NRC Handelsblad de nijste Nederlânstalige bondel fan Bruinja nijsgjirrich genôch fûnen foar in (positive) resinsje, dêr skriuwe de saakkundigen fan it LPVF oer syn nijste Frysktalich wurk dat de fersen te lijen hawwe fan ‘vormeloosheid en planloosheid’, dat in ‘dwingende en liefst ook obsessieve inhoud ontbreekt’ en dat men fergees socht nei orizjinele byldspraak en in oertsjûgjende struktuer. Ik helje dizze sitaten út it briefke fan it fûns dat Bruinja op syn eigen site publisearre hat.

It liket derop as hat de kommisje yn kwestje domwei net folle begrepen fan Bruinja syn nei it postmodernisme skaaiende bondel, en as besiket sy dat mei wat algemiene kretology te ferbergjen. In goed foarbyld fan dizze ostentative ûnkunde is it stik dat Steven de Jong lêstlyn yn De Moanne publisearre, dêr’t wy út lêze koenen dat der nei De Jong syn gedichten noait wer wat nijsgjirrichs skreaun is. Oer de lekken en brekken yn de krityk op Bruinja syn wurk, sjoch myn skôging oer Gegrommel fan satyn op dizze site. Bûten de allemanspaden Cornelis van der Wal is neffens elkenien mei in greintsje gefoel foar poëzij ien fan Fryslâns meast orizjinele dichters. In skriuwer mei in folslein eigen lûd; syn beide bondels In nêst jonge magneten (1991) en Sinnestriel op it offermês (1997, ek útjûn sûnder subsydzje!) hawwe in absolute kultstatus. Ferline jier naam Jabik Veenbaas noch fersen fan him op yn in spesjaal nûmer fan it tydskrift De Tweede Ronde, oer Frysk proaza en Fryske poëzij nei de Twadde Wrâldoarloch.

Yn Subsydzje foar de Graal slacht Van der Wal nije paden yn. De fersen binne faaks net sa skrinend as syn eardere wurk, mar dêrfoar yn ’t plak is in hybride poëzij kommen dy’t sawol synysk, iroanysk as hilarysk is én dy’t yn it moed taast.
En dizze beide bondels soenen fan ‘te weinig betekenis voor de Friese letterkunde’ wêze? Dat is in net goed nei te kommen oardiel. Der binne net in protte oare Fryske dichters dy’t lykas Bruinja besykje oansluting te finen by wat der yn de nijste Nederlânstalige (performance)poëzij bart. Allinnich al dêrom is syn wurk in ferriking. En hoe faak wurde der yn Fryslân fersen útjûn lykas dy fan Van der Wal, fan in tragyk dêr’t wy om gnize kinne as in boer mei pine yn ’e bek? Lit ús foar it gemak ris oannimme dat it hjir om kontroversjele poëzij giet dêr’t je ferskillend oer tinke kinne. Is it dan net de taak fan it fûns om kontroversjele dichtkeunst te befoarderjen, der fanút geand dat it ek yn de kontroverse is dat in poëzij him ûntjout?
Nee, it kin net oars oft hjir binne ‘saakkundigen’ oan it wurd west dy’t deadsbenaud binne om skientme bûten de allemanspaden te finen. Yn dit ljocht falt op dat it fûns heel wat konvinsjoneler dichtwurk, lykas dat fan Meindert Bylsma, Durk van der Ploeg en Jabik Veenbaas, resintelik wól fan grut belang achte foar de Fryske poëzij. Omdat de kommisjeleden dit stik faaks wol lêze sille, mar in útnoeging: doare jimme publikelik ferantwurding ôf te lizzen foar jim útwrydske oardiel? Dan kriget jim opfetting fan poëzij, foar safier’t dêr praat fan wêze kin, teminsten in gesicht.

Ik moat my al raar fersinne oft der wienen ek oare redenen om Gegrommel fan satyn en Subsydzje foar de Graal bûtenspul te setten. Soe der in mispleatste driuw mank mei wêze en befoarderje in beskaat sjenre fan poëzij – lykas dat it gefal wie mei it beslút fan de Gysbert-sjuery en jou Willem Tjerkstra de priis foar in syklus fan âlderwetse histoaryske romans? Sokke kommisjeleden beoardiele feitlik gjin boeken, eins binne se mear dwaande om de rin fan de rivier fan de Fryske literatuer te ferlizzen. Lânskipsarsjitekten!

Mar it giet my der hjir net om Bruinja, Van der Wal of harren útjouwer Bornmeer de hân boppe de holle te hâlden. Dy kinne harsels wol rêde. Der kinne fansels mear nammen fan dichters neamd wurde dy’t yn Amsterdam skoudere binne, al of net terjochte. Yn 2000 waard bygelyks de debútbondel Tersk (ferskynd by Frysk en Frij) fan Hjir-redaksjelid Hein Jaap Hilarides de doar wiisd. Kealslach Wat op it spul stiet, is de positive rol dy’t it LPVF foar de Fryske dichtkeunst spilet. Bywannear’t minsken mei ferburgen aginda’s in stim krije yn it belied fan útjouwers, of bywannear’t beoardielers dy’t it kontakt mei de hjoeddeiske poëzij kwytrekke binne fia in omwei meibeslute kinne oer wat al of net de muoite wurdich is om út te jaan, dan driget it fûns te feroarjen fan in stimulearjende ynstelling yn in útholling oerdwers.
In bytsje útjouwer kin de finansjele klap fan in ôfkarde bondel wol ferneare. Mar as it risiko te grut wurdt, sil it belied konservativer wurde en sil ôfwikend wurk dat net yn de mainstream past minder gau in kâns krije. En dat betsjut stilstân. De dea yn ’e pot.

Kealslach yn ’e Fryske poëzij sil net de takomst wêze dy’t it bestjoer fan it LPVF foar eagen hat. Dêrom no alfêst myn nijjierswinsk foar it fûns. Hâld op mei it nuete systeem fan foar elke bondel trije oare spesjalisten te freegjen nei har oardiel. Stel in fêste, gruttere kommisje gear foar elke literêre dissipline, en soargje dat dêr genôch jonge minsken yn sitte mei ferstân fan saken, minsken ek dy’t in ûnderskied meitsje kinne tusken har eigen smaak en de kwaliteiten fan in dichtbondel.
Stjoer in betankbriefke nei de ‘saakkundigen’ dy’t oer Bruinja en Van der Wal gear west hawwe. Nij bloed!
(bron: www.farsk.nl)

terug naar boven
Schrijfstad Groningen

Poëziestad

door Louis Stiller en Tamara Keasberry

(...) Groningen is een echte poëziestad, bevestigen de aanwezigen (voor dit stuk werd gesproken met: schrijfdocente/dichteres Aly Freije, schrijver, journalist en tijdschriftredacteur Coen Peppelenbos, eigenaresse van Boekhandel Athena's Gelly Talsma en Anton Scheepstra van Uitgeverij Passage). Festivals als Dichters in de Prinsentuin - een driedaags festival in juni waar beginnende en gevorderde dichters voorlezen - zijn een begrip. Dichters als Rutger Kopland, Jean Pierre Rawue, Maria van Daalen, Tsead Bruinja en Albertina Soepboer zijn zeer actief in het schrijfleven...Een van de belangrijkste schakels in de Groninger schrijfcultuur, Tsead Bruinja, verhuisde niet lang geleden naar Diemen. Scheepstra: 'Dat is jammer, maar we zien ook dat telkens weer schrijvers bij komen. Dat merken we ook bij de uitgeverij: af en toe stapte er iemand over naar een andere uitgeverij. Maar daar staat tegenover dat er ook schrijvers naar ons overstappen. Daar hoef je niet dramatisch over te doen.' Coen Peppelenbos: 'Bovendien zijn er ook schrijvers die blijven, zoals Kopland, Nanne Tepper, Gerrit Krol. Talsma: 'Kopland en Bruinja zitten in een totaal andere levensfase. Kopland heeft hier een gezin. Ik kan me voorstellen dat een jong iemand als Tsead zijn horizon wil verbreden.' (bron: Tijdschrift Schrijven, november 2003)

terug naar boven

Rely-sjuery hat ferlet fan wat mear humor (Fries)

BEARS - De hurde wurden fan de sjuery fan de Rely Jorritsma-priisfraach ferline jier ha blykber fertuten dien. De kwaliteit wie dit jier ,,beslist ferbettere'', neffens it rapport dat foarsitter en ôfgeand sjuerylid Elly Veltman sneon by de 49-ste priisútrikking yn it tsjerkje fan Bears foarlies.

Op ien mêd is der lykwols neat feroare: de oer it algemien treurige ûnderwerpskar. It wie wer allegear moard en deaslach, problematyske relaasjes en ynsest, neffens Veltman. ,,De oare kear wol de sjuery wol wat mear laitsje. Wat mear humor graach!'', frege hja oan takomstige ynstjoerders.

De sjuery, dy't Veltman foarme mei Tsead Bruinja en Mirjam Vellinga, hat dit jier fjouwer prizen takend. Albertina Soepboer (1969) út Grins en Jan van der Leij (1952) út Wyns krigen elk in priis fan  800 foar in ferhaal, Elmar Kuiper (1969) út Húns en Sito Wijngaarden (1979) út Sint Jabik krigen in priis fan  200 foar in fers.

'Dy griene neisimmer' fan Albertina Soepboer hat neffens de sjuery ,,in wale oer him fan goud/grienkleurige wurden dy't makket dat de lêzer de neisimmer op 'e tonge priuwt as in woldiedige pinot noir''. 'Apart' fan Jan van der Leij wurdt priizge as in goed komponearre magysk-realistysk ferhaal dat in âld motyf - in man moetet syn alter ego, mei fatale ôfrin - yn in ferfrissend dekor pleatst.

De sjuery wie der tige oer te sprekken dat der by de dichters - njonken de wenstige âlde tema's, agraryske nostalgy en lânskiplike prakkesaasjes - in driuw nei fernijing ek eskperimentearjen te fernimmen wie.
Elmar Kuiper syn boartlike en ballade-eftige fers fûn de sjuery allinne al fanwegend de titel prizensweardich: 'In mankelike man seit himsels in frije fûgel ta'. Kuiper makke fan it foardragen in soarte performance, holpen troch syn suster Welmoed en syn broer Remco.

Sito Wijngaarden syn 'Lânskip hjerst' is mysterieus mar net pretinsjeus, neffens de sjuery. It hat njonken in driigjende ynhâld ek in ,,pittige koarte lingte''. Sa koart, dat er it fan boargemaster Johanneke Liemburg sels noch in twadde kear foarlêze mocht. (Leeuwarder Courant, 6-10-2003)

terug naar boven

Kwatrijn (uit: De vrije encyclopedie)Een kwatrijn is een gedicht of een strofe van een gedicht van vier regels.

nooit wordt iets zo ver vergeten
dat het niet meer kan worden gedacht
als de herinnering kwijnt verdwijnt komt
de verbeelding en schildert haar lach (Tsead Bruinja)

bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwatrijn

terug naar boven



(...)EK IN YNTERTEKSTUELE BONDEL?

troch Abe de Vries

Nijsgjirrich is de fraach oft Albertina Soepboer yn De fjoerbidders mei opset sin referearret oan de bondel Gegrommel fan satyn fan Tsead Bruinja, begjin dit jier útkommen by Bornmeer1. It byld fan it opheljen fan de winterkij út ‘e kelder, dat stiet foar de befrijing fan lust en poëzij, docht sterk tinken oan guon bylden by Bruinja. Ik neam de ‘buollen lok wachtsjend yn kelders / fan langst buollen mei nammen / dy’t se skriuwt (..).’ Of in twadde byld: ‘myn klankkast is in hynstestâl / ik wit net wat derút / draven komt’. En in tredde, faaks noch dúdliker: ‘en no moatst ophâlde want / aansens begjin ik te sjongen / en dan fleane de kij / oer de daam’.

Yn ‘e ferantwurding by Gegrommel fan satyn hie Bruinja skreaun dat syn twa fersen mei de begjinrigel ‘sa’t it wêze soe en nea waard’ en it fers ‘sa’t it is en bliuwt’ nei de foarm ynspireard wienen troch de syklus ‘Strafeksersysjes’ út Soepboer har debútbondel Gearslach. Ek syn fers ‘Wat docht er?’ wie in reaksje op in fers fan Soepboer, ‘In negen woorden’. It liket derop dat Soepboer it yntertekstuele spultsje fuortset dat Bruinja begûn is. Yn De fjoerbidders keatst se de bal werom.
Yn it fers ‘Jûn derop’ ferliket Bruinja himsels implisyt mei Jezus as er it der oer hat dat ‘maria-magdalena-gûlend-oan-syn-fuotten (..)’ leit. De minnaar by Soepboer wurdt, lykas wy seagen, mei Jezus ferlike. Ien fan har fersen hjit ‘I’ll never be your Maggie May’, wêrby’t ‘Maggie’ de Ingelske ferkoarting fan Magdalena is.

‘Satyn’, út de titel fan Bruinja syn bondel, is net in wurd dat Fryske dichters faak brûke, mar it komt ek yn De fjoerbidders foar: ‘Sa’t fier oantinken it lekken dan fûn / mei de bottele roazen op it satynwyt.’

Soepboer brûkt, as se de yntimiteit yn ‘e relaasje wjerjaan wol, it byld fan in persoan dy’t mei bôle oansetten komt: ‘Hy kaam my yn ‘e mjitte, wyn en bôle / yn ‘e kûm.’ By Bruinja hjit it dat hy ‘moaie ferskes’ spilet ‘en ek foar it fanke fan de bakker / at dy mei in koer fol broadsjes komt’.

Yn it gedicht ‘Wat docht er?’ yntrodusearret Bruinja himsels as in spiler: ‘hy spilet’, ‘hy spilet moaie ferskes’, ‘hy hat niget oan it spyljen’. By Soepboer draait it om de ‘earste pianospiler’, waans muzyk ‘har tichter bewenne’, dy’t op ‘e earste dei tegearre Satie foar har spile en oan wa se har ‘più allegro’ oerjoech.

By Bruinja komt ‘supernovas’ foar as metafoar foar dichterlike fynsten. Op ‘e bank speurt er nei ‘wûnen yn slow motion discovery supernovas’. By Soepboer is it byld fan de ‘sterkhimelske flamme’ in symboal foar ‘him’. Yn it lêste fers fan de bondel, ‘Novimbernova’, stiet it himelljocht foar it oantinken oan de minnaar en de hiele affêre, it skrinende oantinken dat mei it skriuwen fan de bondel ferwurke is: ‘(..) de nacht liet de stjer / los en it fjoer lôge in skoft.’

In lêste. By Bruinja fine we it byld fan tegearre kofje út in automaat drinke: ‘ik gean oerein en rin nei it kofjesetapparaat / ien skepke foar twa koppen twa koppen ien ferlet / om net ta te jaan my net oer te jaan oan blauwe tongen / dit hite roppen’. By Soepboer komt de kofje ek út in automaat: ‘Swarte kofje printe de automaat neist my / de man mei it muzykpapier ûnder de earm. // Molke. Ja. Sûker. Ja. Twa grouwe skeppen / yn myn en dyn plastik bekerke fol mei tiid.’ ‘SA’T IT DOE GIE’ Sa liket der dus, neist in muzikale ynterreferinsje, ek in tekstuele yn De fjoerbidders mei te triljen. In oar wurk dêr’t dizze gedichten sa út en troch oan tinken dogge is Soepboer har eigen earsteling, Gearslach, benammen oan de fersesyklus dêrút dy’t Bruinja nei de foarm neifolge, ‘Strafeksersysjes’. De retoaryske ‘sa’t ik – sa’t wy - sa’t it’ foarm fan dy rigels – ik neam it mar in ferlykjende stelling sûnder ferliking – komt yn De fjoerbidders hieltyd werom:
‘Sa’t wy dêr doe letter foar it rút stienen.’
‘Sa’t er op it lêst foar my stie (..).’
‘Sa’t fier oantinken it lekken fan fûn (..).’
‘En sa’t ik no langer waard fan dat grien (..).’
‘Sa’t ik dêr iepen lei op ‘e kâlde grûn, (..).’
De lêste sin fan it lêste gedicht hat deselde foarm: ‘Sa’t it doe gie.’
Fariaasjes hjirop komme ek foar, lykas ‘Dat dit de hjerst wie (..)’ en ‘Hoe’t wy foar de earste kear frijden (..).’

As der krityk op de bondel mooglik is, dan soe dit in punt(sje) wêze. De ferlykjende stelling sûnder ferliking is ien wêrby’t gjin ynformaasje jûn wurdt oer datjinge dêr’t eat mei ferlike wurdt. De dichter skriuwt bygelyks: ‘Sa’t wy dêr doe letter foar it rút stienen’, mar hóe’t wy dêr doe letter stienen wurdt neat oer sein. Dat wurdt oerlitten oan de ferbylding fan de lêzer. Dat kin, mar as it sa faak bart wurdt it ienlûdich. It krijt dan wat makliks. Lêzer, ik wit net hoe’t ik it beskriuwe moat, sykje it sels mar út.
Mar dat is harseskrabjen. Bûten kiif stiet dat Albertina Soepboer har geefste bondel oant no ta skreaun hat, en dat wol wat sizze mei sa’n oeuvre. Ek Gert Jan Slagter hat der in pronkje fan makke. De fjoerbidders is in útjefte op ôfwikend formaat, mei hurd kaft (sulver mei brune opdruk) en foar de fersen is in gruttere letter brûkt. 1 Albertina Soepboer hat yn it fraachpetear yn Farskskrift 03 sein dat se de fersen foar De fjoerbidders al ein oktober ferline jier klear hie, dus foardat Tsead Bruinja syn Gegrommel fan satyn ferskynde. Dat soe betsjutte kinne dat de oerienkomsten dy't hjir oan 'e oarder komme, op tafal berêste, mar ek dat Soepboer de fersen fan Bruinja earder lêzen hat (...) (www.farsk.nl)

terug naar boven


Veel verwarring over - ook in de pers

Volkskrant 05-09-2003

Tsead Bruinja: Dat het zo hoorde.Het is niet verstandig in gesprekken of artikelen over moderne literatuur het begrip 'romantisch' te laten vallen, want voor je het weet zit je verstrikt in een eindeloze discussie over de vraag wat die term betekent. Een kenner van de 19de eeuw zal het woord anders gebruiken dan een fabrikant in kaarsen of een adolescent die zijn geliefde op de Eiffeltoren ten huweljk vraagt. Maar soms is een dichtbundel zo doortrokken van Sehnsucht, Weltschmerz en spleen dat het raar is het woord te vermijden. Welnu, Tsead Bruinja (1974) is een romanticus in de traditie van Heine, Haverschmidt en Slauerhoff, want de sprekers in zijn gedichten zijn permanent ontheemd, onfortuinlijk verliefd, bezeten van doodsdrift en onstilbare verlangens.

Na enige tijd als object van studie in ongenade te zijn gevallen, is er binnen de neerlandistiek - en ook daarbuiten - een toenemende belangstelling voor de literatuurgeschiedschrijving waar te nemen. Door middel van een hernieuwde theoretische en methodologische bezinning tracht men oude fouten te vermijden en nieuwe invalshoeken aan te dragen.

Zoals ook al uit het bovenstaande blijkt, hebben veel van de eerder genoemde onderzoeksterreinen raakvlakken met de literatuurgeschiedschrijving. Dit hoeft niet te verwonderen, aangezien het verwerven van inzicht in de historische bepaaldheid van literatuur een van de meest essentiële onderdelen van het vak genoemd mag worden. De specialist MNL zal na afloop van zijn studie op een flexibele, methodologisch niet rigide manier naar de historische fenomenen moeten kunnen kijken, gevarieerde vragen aan zijn object moeten kunnen stellen en creatieve antwoorden daarop moeten kunnen geven. Inzicht in de literatuurgeschiedenis van de negentiende eeuw tot en met de meest recente periode, en haar contextuele dimensies, is daarvoor onontbeerlijk.

De onderzoekscolleges voor dit onderdeel zijn zo divers, dat een nadere precisering nauwelijks mogelijk is. Alles wat zich binnen de periode vanaf het midden van de 19e eeuw op literair gebied heeft voorgedaan - een stroming, een debat, een polemiek, een thema - komt in principe voor bestudering in aanmerking.
Bijna altijd zal een dergelijk college raakvlakken hebben met één of meer van de andere vier onderzoeksterreinen.

terug naar boven


karel peterkarst en joop boom
 
troch Trinus Riemersma

Joop Boomsma hat útlitten dat er syn foarnamme net moai fynt, hy is nei pake neamd en hie eigentlik dy namme oanhâlde moatten. Mar dat is no te let. Ik bin it mei Joop iens dat syn namme net moai is, mar om in oare reden. Ik meitsje in ombocht.
Ik lies de namme Peter Karstkarel en ik realisearre my: wat is dat in stjitterige namme. As ik beklamme wurdlidden oanjou mei in ‘–’ en űnbeklamme mei in ‘o’, dan is it ritme fan Peter Karstkarels syn namme: – o – – o. Der stjitte twa beklamme wurdlidden opinoar, dy’t allebeide ek noch mei ‘ka’ begjinne.

In folle moaiere ritmyk krijt men mei – o – o – : Teije Brattinga, Hindrik van der Meer, Trinus Riemersma, Bartle Laverman ensfh. Men soe Karstkarel syn namme sa feroarje moatte dat der in goeie ôfwikseling fan beklamme en űnbeklamme wurdlidden komt en dat kin ek maklik, om’t syn efternamme feitlik út twa foarnammen bestiet, dat dęr kin men mei skowe sa’t men wol. Ritmysk moai binne: Peter Karelkarst en Karel Peterkarst. Ik kies foar de lęste opsje, om de beide ‘ka’s’ safier mooglik fan inoar te krijen.
In heel soad nammen hawwe: – o – o : Piter Boersma, Meindert Bylsma, Gerben Abma, Douwe Koatstra. Net ferkeard, mar in bytsje dea. It wurdt folle moaier as der alliteraasje yn it spul is, lykas by Willem Winters. Friezen soenen der dęrom oer prakkesearje kinne om fan foarnamme te wikseljen mei in oare persoan, bygelyks: Bertus Bylsma en Meindert Mulder.
Tige moai fyn ik ek: – o o –, en dan benammen as men nei dat earste beklamme wurdlid even wachtet, de rest hat dan it metrum fan de anapest: Josse de Haan, Pieter de Groot, Durk van der Ploeg, Steven de Jong, Dineke Bos, ensfh.

Net moai is tinkt my: – – o: Pier Boorsma, Joop Boomsma, Tsead Brúnja. Sokken moatte wat dwaan oan har foarnamme of oan har efternamme. Bygelyks: Pier Boor. Dan krijt men ek twa beklamme wurdlidden efterinoar, mar sűnder dat lullige sturtsje fan in űnbeklamme wurdlid der efter. Tsead Brúnja soe syn foarnamme wizigje kinne yn bygelyks: Thiadward, dat is ek noch moai Aldfrysk. Ja, en dan Joop... Jabik Boomsma, Jakle Boomsma, Jannes Boomsma..., net moai. Ik tink dat Joop itselde dwaan moat as Pier, de efternamme ynkoartsje: Joop Boom. Mei dy dűbelde ‘oo’ in kręftige namme, hast likemoai as dy fan Hans Brans.

terug naar boven


 
Edith de Gilde bezocht 'Gegrommel van satijn', een literair feest
 
Voor me in het Prinsentheater zit een meisje dat als ze erg hard moet lachen - en er valt veel te lachen - niet alleen haar schouders, maar haar hele lichaam laat schokken. Ze is gelukkig een stuk kleiner dan ik, zodat haar deinend hoofd me het zicht op het podium niet ontneemt.
 
Tsead Bruinja vierde op zondagavond 23 februari het verschijnen van zijn derde Friestalige bundel Gegrommel van satyn met een groot literair feest in zijn woonplaats Groningen. Omdat ik wel eens jaloers ben op het bruisende literaire leven in die stad en de aangekondigde combinatie van poëzie, muziek en beeld wel wilde beleven, heb ik logies geregeld en ben naar Groningen afgereisd. Over die mix later.

De avond begon met een aantal dichters (Thomas Möhlmann bijvoorbeeld en Joost Baars) die alleen hun teksten lieten spreken en dat ook nog op een rustige toon. Het enige wat er aan beeld bij kwam, waren hun namen die in een doorlopende draaibeweging op een achterwandgroot scherm werden geprojecteerd. Is zoiets nodig? Niet echt. Voegde het iets toe? Hoogstens een extra prikkeling van de ogen van de toeschouwers, die het, getuige de zucht van verlichting die door de zaal ging toen het systeem even haperde, niet zo erg hadden gevonden als die er niet was geweest. Wouter Godijn gebruikt ook geen muziek, maar zoekt het in een voordracht met veel hoge en harde uithalen, waarbij de klank het woord nogal eens gaat overheersen. Matty de Vries maakt bij haar Friese gedichten haar eigen akoestische muziek. In haar eentje vormt zij een eenvoudige, maar effectieve eenheid van woord en klank. De gedichten van de Irakese auteur Mowaffk Al-Sawad werden eerst in vertaling gelezen door Albertina Soepboer; daarna las hij ze zelf in hun oorspronkelijke taal. Hij deed dat zo aanstekelijk en met zulke levendige gebaren, dat ik het jammer vond dat hier niet, zoals bij Poetry International, de vertaling gelijktijdig op het scherm te lezen was.

Ik sla een heleboel over en ga naar de dichters die met een muziekgroep (Daniël Dee en de M*d*kl*nk*rs), met elkaar en met achtergrondbeelden (Gewassen) of met elkaar en een muzikant optreden (De Dichters uit Epibreren). In alle gevallen leuk om ze eens gezien en gehoord te hebben. Van Dee weet ik dat hij o.a. optreedt op dance-feesten en ik neem aan dat je daar, al zijn je teksten nog zo goed, niet met een 'kale' voordracht kunt aankomen. Als dus je doel is poëzie naar een zo groot mogelijk publiek te brengen, is dit een goede keuze. Maar het lijkt me meer een zaak van dichterlijk-politiek beleid dan van een verhoging van het genot. Tekst, beeld en muziek combineren kan goed zijn als het een het ander versterkt. Hier vond ik vaak dat het een het ander in de weg zat. Kwestie van een generatiekloof? Zou kunnen. Een aparte vermelding verdient nog Karel ten Haaf. Hij vergastte de aanwezigen op enige pakkende two-liners, waaronder een welgemeend 'Tsead / gefelicitead' niet de minste was. (Bruinja, wiens ouders hem Tjeerd doopten, heeft zijn naam verfriesd tot Tsead. Een rechtgeaarde Fries spreekt dat uit als 'Tsj – langgerekte ee – ingeslikte r – t; Ten Haaf deed dat niet) Al met al ben ik nog steeds een beetje jaloers op dat Groningse dichtersklimaat. Ze durven daar in elk geval wat. (bron: Meander 208 * Ik een kleine heerser)

terug naar boven




WINTERTUIN: BURO REIS

Opening Buro Reis, Wintertuin, donderdag 21 november, Biotexfabriek Nijmegen, 17.00 uur

door Hanne Suuter

Nijmegen - Op vier minuten fietsafstand van Lux kwam ik aan bij de Biotexfabriek, net op tijd om de opening van Buro Reis mee te maken. Na een warm onthaal door de beeldend kunstenaars Aimée Terburg en Manja van der Storm maakte ik mee hoe de Friese dichter Tsead Bruinja gedichten voordroeg in het Nederlands zowel als Fries. Het aandachtige publiek dat in grote getale aanwezig was vroeg om een toegift in het Fries daar de dichter in zijn moedertaal met welluidende stem nog meer in vuur en vlam leek te staan dan in het Nederlands(...).(Epibode, 27-11-2002)


terug naar boven




met een fles graanjenever voor de burgemeester

In het kader van een culturele uitwisseling tussen de 'twin-cities' Groningen en Newcastle verzorgden de dichters Sieger M. Geertsma en Tsead Bruinja vorige week voordrachten en workshops in Newcastle upon Tyne.


Sieger M. Geertsma en Tsead Bruinja in Darlington© foto: Simon James

door Tsead Bruinja

Als op maandag ons vliegtuig neerstrijkt is het helder weer. We pakken de metro naar het centrum en lopen de Osborne road af, 'Ozzy' heeft een fan op het bord met de straatnaam geschreven. De luxe uitziende hotels en restaurants vervullen ons met hoop, totdat we aankomen bij het troosteloze en grijze 'Minerva' hotel. Gelukkig is de bediening vriendelijk, alhoewel mij het gevoel bekruipt dat het Poolse personeel wel Engels spreekt maar er niet veel van verstaat.

Op dinsdag treden we op in het Darlington Arts Centre. Aan het eind van een gang met onder andere een klas aquarellerende cursisten, komen we aan in een gezellige caféruimte. Op het  podium oefent een hardrock band. Ik vrees dat we daar niet overheen zullen komen, maar tijdens de voordrachten is het publiek muisstil en na de tijd wordt er enthousiast geapplaudisseerd.

Woensdagochtend rijden we naar Middlesborough waar de Haagse dichter Harry Zevenbergen een workshop zal verzorgen voor moeilijk opvoedbare kinderen. In een nicotine geel buurtcentrum zitten een tiental jongens en meisjes er verveeld bij. De jongens zijn tonnetje rond en dragen net als de meisjes een trainingspak in combinatie met een t-shirt van hun favoriete voetbalteam. Ze deinzen er niet voor terug vragen te stellen en ons een beetje te plagen, maar tijdens de voordracht luisteren ze wel degelijk. Als Sieger en ik onze gezamenlijke voordracht afsluiten met een gedicht op muziek van de DJ Squarepusher, grapt een van de jonge cursisten dat we de cd wel aan mogen laten staan. De muziek beviel hem waarschijnlijk beter dan de poëzie.

De treinreis terug is deprimerend. Het landschap is prachtig maar wordt regelmatig verstoord door verlaten fabriekspanden met beroete muren. Het lijkt alsof de Engelsen zoveel ruimte hebben om te bouwen dat ze de moeite niet nemen om gebouwen die in onbruik zijn geraakt te slopen. Opeens lijkt Newcastle een stuk minder triest als toen we vertrokken.

Het volgende optreden is donderdag om half vier `s middags. We maken kennis met Carol Fehringer, medewerker van de Universiteit van Newcastle. Voor medewerkers en studenten is er een seminar georganiseerd. We lezen voor en vertellen over onze inspiratiebronnen. Onder het publiek is de vertaler van de Nederlandse dichter Hans Faverey met wie we na afloop kort praten adressen uitwisselen, kort, omdat we `s avond moeten optreden in het Bridge Hotel en eerst nog wat willen eten.
In het Bridge Hotel is een programma dat bestaat uit voordrachten van lokale dichters en optredens van ons en de Duitse dichter Marcus Hammerschmitt, poëzie die me doet denken aan het werk van Rutger Kopland. Meest opmerkelijk is een stuk van de dichter Barry McSweeney dat wordt voorgelezen door Armstrong en een vrouwelijke collega, afgewisseld met muziek van de
Northhumbrian pipes.

Vrijdagochtend, we pakken onze tas, ons vliegtuig zal die avond vertrekken. Eerst bezoeken we de Lord Major en daarna een middelbare school. We worden vriendelijk ontvangen door de Major en zijn vrouw, lezen wat voor, overhandigen hem een fles Graan jenever, ontvangen twee flessen Newcastle Brown Ale en een pennenset, gevolgd door een fotosessie. We worden door de assistent van de Major weggebracht naar de school waar Keith Armstrong als jongen nog les heeft gehad. De leerlingen zijn blij om ons te zien en hebben zich goed voorbereid. Bij elk gedicht dat we voorlezen willen ze klappen en na een korte workshop zitten ze te springen om voor te lezen.

Moe en voldaan begeven we ons naar de dichtstbijzijnde pub voor de lunch en een pint Newcastle Brown Ale, de favoriete drank van Jack Nicholson, beweert Armstrong. Het is mooi geweest. We reizen terug naar Nederland en bewonderen vanuit het vliegtuig het feest van lichtjes aan de kust en boven Amsterdam. (De Groninger Gezinsbode, 20-11-2002)

terug naar boven
met een heuse dichtersoutfitdoor Yolande Koek

(...)Na wederom een korte pauze was de beurt aan Tsead Bruinja, die ons overrompelde door uitstraling, integriteit en er bovendien zeer professioneel uitzag met een heuse dichtersoutfit (zwarte gladgesneden broek, nonchalant vest, zwart omrande bril). Zijn gedichten waren heel erg mooi, muzikaal zelfs. En met prachtige zinnen zoals de: "ik spuug op alle lijken van mijn vader". Hij werd de winnaar van de middag. Eerste prijs! (...) (over de literaire middag in Café Helmers Amsterdam http://www.hotel-boekenlust.nl/)

terug naar boven

Rely-gedonder

door Hylke Tromp

Fansels, it wie net in fleurich boadskip dêr't de Rely-sjuery mei kaam, en benammen net foar dy ynstjoerders dy't op in skriuwkursus sieten, en in hiel
winterskoft op ien ferhaal omwrotten hienen om it safier te krijen dat it publikabel wie. Mar as de sjuery fêststelt dat der op skriuwkursussen tocht
wurdt dat der fan elke knoffelhakke noch wol wat te meitsjen is, dan is dat der fier by troch. De ynstjoerde teksten binne ommers anonym. Hoe soe de sjuery dan witte kinne oft dy ûnbekende ynstjoerders al of net in kursus folge hawwe?

Yn de krante fan ôfrûne wike tongersdei lies ik dat in stikmannich oanwêzigen har troch it ferneatigjende sjuery-rapport slim misledige fielden. Dat wie net mei rjocht en reden. Foarst net, om't se net mei namme en tanamme as knoffelhakke diskwalifisearre waarden, twad net om't se in ferhaal ynstjoerd hienen dêr't dy krityk net op fan tapassing wêze koe. Dat kin ik tafallich witte, want as ko-piloat fan Akky van der Veer by de skriuwkursus foar
trochsetters fan it FLMD, haw ik harren ferhalen mear as ien kear lêzen.

In stikmannich net-bekroande novellen fûn ik seker sa goed as dy fan ús beide kursisten dy't wol beleanne waarden. Dat net al ús kursisten in priis krigen, is in saak fan de sjuery. Dêr haw ik frede mei. Mar dy guodkeape lêberij oer skriuwkursussen slacht nearne op. Beide proaza-priiswinners hienen ommers in kursus folge.

No is ien sa'n brike útsjitter gjin reden om de hiele sjuery it bosk yn te stjoeren, sa't Pieter de Groot hawwe woe yn syn Dwers fan ôfrûne Freed. Want dat helpt neat. Mei it eliminearjen fan boadskippers dy't min nijs bringe, is it boadskip net ferdwûn. En it boadskip wie dat de measte ynstjoerders literêr en technysk ûnder de mjitte bleaun binne.

Wat soe der op dat oardiel ôf te tingjen wêze? Men hoecht der wier net lang foar trochstudearre te hawwen om fêststelle te kinnen dat rûnom
bjusterbaarlikmei it Frysk omgriemd wurdt. En dan giet it by de takenning fan in literêre priis net iens om in ferslachjouwer dy't sich yn de hite hei om it
hoartsje fergist, of om dy legioenen Friezen dy't de krekte folchoarder fan de tiidwurden yn de bysin net kinne ûnthâlde, mar om skriuwers dy't de taal brûke wolle foar de heechst ûntwikkele foarm fan kommunikaasje dy't der is: literatuer.

It is moai en prachtich dat der in tiid west hat dat de taspraken fan foarsitters by de Rely-útrikking ien lange oanmoediging wienen en in grutte
takomst foarseinen oan de jonge priiswinners, mar tsjintwurdich soe dat op gek-oanstekjen lykje kinne. Wat is der nammers fan al dy ûnthjittende talinten wurden? As it net doocht, moat it sein wurde en mei ien of twa priiswinners kin net in kroadfol prutswurk goedpraat wurde.

Ik kin my De Groot syn argewaasje wol yntinke, - ik haw ek it mier oan ûnnoadich negatyf gedoch foar it Frysk oer, - mar ik haw my oan wat ik fan it
sjueryrapport te lêzen krige, sa slim net steurd as oan Pieter syn persoanlike oanfal op Tsead Bruinja. Dy krige as jongste sjuerylid te hearren dat er noch te min ûnderfining hie om de ynstjoerings fan oaren sa eigenwiis beoardielje te kinnen.

Wat wie dêr yn de goedichheid sa eigenwiis oan, Pieter?

Jierren is der kliemd en klage dat de Fryske literatuer droegen waard troch de pakes en beppes út it ûnderwiis, en no hat ús Tsead te min ûnderfining. Ja, fansels: ûnderfining is útrekkene itjinge dêr't jonge minsken net troch behindere wurde.

Pieter de Groot wol dat de Rely-sjuery tenei beneamd wurdt troch de betûfte saakkundigen fan it Tresoar. Ik moat der net oan tinke. Rely Jorritsma waard as amateur-skriuwer heechhertich bûten de offysjele Fryske literatuer hâlden en op grûn fan dy frustraasje hat er in aardige priisfraach mooglik makke. Wa't dy priis útrikke mei, is fêstlein yn Rely syn dwers reglemint en dêr hat it wenstige sirkwy aldergeloks gjin donder mei te krijen.

Wy hawwe oan ien Gysbert-priis genôch.

Bron: Leeuwarder Courant, 18-10-2002

terug naar boven



Rely-sjuery jout harsels brevet fan ûnfermogen

door Pieter de Groot

Om te begjinnen in oanhaal út it sjueryrapport 2002 fan de Rely Jorritsmapriis, mei út namme fan de sjueryleden Elly Veltman en Tsead Bruinja
opsteld troch foarsitter en ôfgeand sjuerylid Doeke Sijens en ferline wike sneon foarlêzen yn it tsjerkje fan Bears:

,,Yn earder jierren wie de útrikking fan de Rely-prizen in geweldich literêr barren. Neffens de âlde generaasje spruts men dêr fan, stienen der stikken oer
yn de krante, hâlde men weddenskippen oer de winners en wienen der in soad rabberijen oer de karmasters. Elk die dêr oan mei en woe op it feest komme. Miskien om't men yn Bears net mei trein of bus komme kin - en dus ek net tefolle drinke mei - is de reputaasje fan de Rely wat nuet wurden."

Wie it foarhinne alle jierren feest? De útrikkingen yn de heechtiidsdagen fan de priis, de jierren '60 en '70, steane my nuete seremoanjes fan by yn it doetiidske gritenijhûs fan Baarderadiel te Mantgum. De iennichste dy't der slinger oan joech, wie yn syn tiid Wouter Zwart, as foarsitter fan de Fryske Bibleteek (dy't de priisfraach doe organisearre). Hoewol't syn spraakfermogen as gefolch fan in beroerte yn de oarlochsjierren oantaast wie, oerwûn Zwart dat gebrek mei humor, en spatte it fjoer fan syn redes ôf. Want dat wiene de ferhalen fan Zwart: redes. Feitliken wiene syn redes ien lange oanmoediging, en foar elke nije winner wie der in persoanlik wurd. Wie sa'n winner ek noch jong, dan foarsei Zwart - eartiids de motor fan de Fryske Jongerein nammers - him of har in grutte takomst.

It plak fan hanneling, de riedseal, joech de útrikkingen wat plechtichs. En as ôfwikseling fan de praterij waard der in pear kear in klassyk muzikaal
yntermezzo ynlaske. Nei ôfrin fan de plechtichheid resipiearren de winners yn de steatlike boargemasterskeamer. Tradysje wie dat de krante alle jierren in groepsfoto makke fan winners, sjuery- en bestjoersleden. Yn it ferslach stie steefêst it klisjee dat skoan op dizze priisútrikking paste: in stylfol barren.
Sa haw ik it alteast jierren oanien belibbe en beskreaun.

Nei't resp. de Fryske Bibleteek, de gemeente Baarderadiel en it gemeentehûs te Mantgum opdoekt waarden, binne de bestjoerders fan it Fûns nei wat minder plechtige plakken útwykt, lykas it kafee yn Jorwert en - by it fjirtichjierrich bestean yn 1994 - it doarpshûs fan Weidum. Sûnt in jiermannich is it tsjerkje fan Bears it fêste stee. De muzyk dy't hjir akoestysk tige har gerak kriget, is mei troch de yn it lêst fan de jierren '70 op gong kommen sjenre- en
repertoireferbreding stadichoan minder plechtich en hieltyd feestliker wurden. Sneon liet Kat yn 't Seil hearre hoe sjongsum de poëzy fan ûnder oaren Pieter Kalma, Jelle Brouwer en Berber van der Geest is.

Rabberijen oer karmasters binne fan alle tiden: se jouwe har eigen subjektive oardielen en om't se mei har trijen binne, kinne de stimmen net stake. Oer de útslach geane hja net mei de dielnimmers oan de priisfraach yn diskusje. Dan soe nimmen mear yn in sjuery wolle. De bêste sjuery's ferpakke har krityk op it ôfwiisde wurk yn diplomatike bewurdingen: sûnder dat se har ferneatigjende oardiel ûnder stuollen of banken stekke hoege, litte se de - anonime - ynstjoerders yn har wearde.

Wat dat oanbelanget, hawwe de ynstjoerders it dit jier mei har karmasters net troffen. Troch planút te sizzen: ,,Mar in pear ynstjoeringen komme serieus yn de beneaming foar in priis. Foar de oare skriuwers en de karmasters is it skande fan de tiid", fiere se in ûntmoedigingsbelied dat streekrjocht yngiet tsjin de testamintêre bedoelingen fan Rely Jorritsma silger, en jouwe se harsels in brevet fan ûnfermogen.

Ferline jier haw ik hjir skreaun dat it systeem fan koöptaasje - de sjuery beneamt har eigen nije leden - folslein efterhelle is en ferfongen wurde moat
troch in proseduere, wêrby't in ûnôfhinklike ynstânsje (It Tresoar, foarhinne FLMD) karmasters foardraacht by it bestjoer fan de Rely. Dat kin fuort takom
jier oangean, want as konsekwinsje fan har negative hâlding foar it sjuerywurk oer soene de twa sittende sjueryleden Elly Veltman en Tsead Bruinja no ek opstappe moatte.

Wat de jonge dichter Bruinja der yn moat, is trouwens in riedsel. Sa'nien moat sels oanmoedige wurde om te dichtsjen en prizen sjen te winnen en him net ynlitte mei it eigenwiis beoardieljen fan ripe en griene ynstjoeringen fan (aspirant-)kollega's. Dat is yndied skande fan syn tiid.

Bron: Leeuwarder Courant, 11-10-2002

terug naar boven


hard oordeel van Rely-jury 'borrelpraat' 

LEEUWARDEN -  Het vernietigende oordeel van de Rely Jorritsma-jury over de niet-winnaars van de literaire prijsvraag is bij sommige inzenders hard aangekomen. De jury oordeelde dat veel deelnemers kennelijk nog nooit een boek hebben gelezen. Enkele beginnende schrijvers die bij de prijsuitreiking waren zijn er flink door geraakt. ,,Borrelpraat'', vindt Willy van der Meer uit Jorwert. 

Het vernietigende oordeel van de Rely Jorritsma-jury over de niet-winnaars van de literaire prijsvraag is bij sommige inzenders hard aangekomen. De jury oordeelde dat veel deelnemers kennelijk nog nooit een boek hebben gelezen. Enkele beginnende schrijvers die bij de prijsuitreiking waren zijn er flink door geraakt. ,,Borrelpraat'', vindt Willy van der Meer uit Jorwert. ,,It slacht nearne op'', foetert Lys Visser uit Kootstertille. ,,De sjuery is gewoan net kompetint.''

De jury bestond dit jaar uit Doeke Sijens (KU-voorzitter en redactielid van De Moanne), recensente Elly Veltman en beginnend dichter Tsead Bruinja. In hun juryrapport lieten ze geen spaan heel van het gros van de inzendingen, meestal werk van beginners.

,,It hat ús ek dit jier wer fernuvere hoe't minsken it doarre wurk foar sa'n priisfraach yn te sjoeren'', zei Sijens. Volgens hem bestaat het idee dat op schrijfcursussen ,,fan elke knoffelhakke noch wol wat te meitsjen is''. Er wordt echter te weinig zelfkritiek en besef van literaire kwaliteit aangekweekt, aldus de jury.

Schrijfster Akky van der Veer verzorgt samen met Hylke Tromp een cursus proza schrijven in het FLMD. Van de zes cursisten die werk instuurden voor de prijsvraag, vielen twee in de prijzen (Ytsje Hettinga en Jehannes Spyksma). De anderen verdienen het zeker niet ,,om sa ôfkreake te wurden'', vindt Van der Veer. Er waren volgens haar goede verhalen bij, die zeker publicabel zijn.
Ze heeft haar twijfels over de jury. Oene Spoelstra kreeg een prijs voor 'It Doarp'. De auteur noemde het een anti-oorlogsgedicht. ,,Dat hie de sjuery der hielendal net yn sjoen. Fan it ferhaal 'Oessy' is dúdlik dat it oer in poppe giet, mar de sjuery hie it oer in bist. Dan freegje ik my ôf: ha se it wol goed lęzen?''

Ook deelneemster Willy van der Meer uit Jorwert schrok van de harde taal in het kerkje van Bears. ,,Der is my yn tsjerke faak it mannewaar opsein. Mar dan is der wol altyd genede op 'e ein. Ik bin der noch nea útskolden.''
Jury en anonieme deelnemers horen elkaar te respecteren en uit te gaan van elkaars beste bedoelingen, vindt ze.
,,Mei sok borrelpraat yn it sjueryrapport ferbrekke se de koade fan it spultsje. Se skelle en lűke de yntegriteit fan dielnimmers yn twivel, dat heart net sa. Fierders fyn ik dat de ynhâldlike analyze hiel meager wie. Ik hie in hege pet op fan de Rely Jorritsma-priis, mar foar my is de glâns der no wat ôf.''

De jury richtte haar pijlen vooral op de dichters: ,,Benammen de kwaliteit dan de fersen wie bedroevend.'' ,,Wat miene se wol?'', reageert Gurbe de Boer uit Leeuwarden. Hij heeft wel zijn conclusie getrokken. ,,Ik stjoer net wer yn. Safolle minachting bin ik net wurdich.''

Door de summiere aankondiging van de Rely-prijsvraag is het geen wonder dat er mensen meedoen ,,dy't wolris in gedichtsje foar Candlelight opstjoerd hawwe'', vindt Ydwine van der Veen uit Leeuwarden. ,,Ferfelend, mar dat heart derby. De sjuery moat gewoan sjurearje.'' (De Leeuwarder Courant, Frysk  -  donderdag, 10 oktober 2002)
 
terug naar boven


knetteren der letteren in friesland

Epibreren - Van de redactie van het Friestalige literaire tijdschrift Kistwurk ontvingen wij het volgende bericht:Leeuwarden - Tsead Bruinja, bestuurslid van het Fryske Skriuwersboun (Schrijversbond), een belangenorganisatie voor Friese schrijvers en media, stapt uit de redactie van het literair tijdschrift Kistwurk. De aanleiding voor zijn besluit is de op www.kistwurk.nl gebrachte poll over de stelling dat 'het Skriuwersboun een volkomen overbodige club is die het beste meteen kan worden opgeheven.' Aan Kistwurk schrijft Tsead: "Ik voel me er persoonlijk door geraakt", Andere redenen voor de Fries-Groninger dichter om er mee op te houden, zijn "de toon van het blad die niet de mijne is" en het feit "dat ik het afgelopen jaar te hard gewerkt heb."Tsead Bruinja stapte begin juni naar Kistwurk over, op dit moment Frieslands meest spraakmakende literaire tijdschrift. Daarvoor zat hij bij het tijdschrift HJIR. De stelling van Kistwurkredakteur Abe de Vries, in het dagelijks leven redacteur buitenland bij het weekblad Elsevier, hekelde de passieve, lakse en vooral conformistische houding van het Fryske Skriuwersboun inzake het provinciale mediabeleid dat nauwelijks of geen ruimte laat voor kwalitatief, kritische Friese (literaire) tijdschriften.Kistwurk moest dit voorjaar het digitale, literaire wiel stopzetten door geldgebrek. De redding kwam van het Nederlands Literair Productie-en Vertalingen Fonds (NLPVF). Dat kwam met een dubbele stimuleringssubsidie voor Kistwurk over de brug, ondermeer vanwege 'de hoge kwaliteit' van het tijdschrift dat zowel in digitale als gedrukte versie verschijnt en vrijwel dagelijks publiceert. Over de toon van Kistwurk, schreef de commissie Tijdschriften van het NLPVF: "Het blad is baldadig en grappig, het prikkelt de nieuwsgierigheid door de mystificaties en is niet bang voor een polemische toon, waar de andere bladen nog wel eens voor terugschrikken."De redactie van Kistwurk, dat onlangs begon met een audioreeks van voordrachten van Friese dichters en binnenkort een intensief samenwerkingsverband met Ierland aangaat – literatuur behoort grensverleggend te zijn, ook letterlijk -, vindt het jammer het dat Bruinja zo snel al weer vertrekt, te meer omdat hij op het terrein van public relations en het organiseren van festivals wel zijn mannetje staat. De laatste maanden is nog geprobeerd om Tsead met extra (schrijvers)begeleiding zijn plek in Kistwurk te laten vinden, nadat hij de redactie liet weten dat zijn artikelen "onder niveau" waren. Een geste die helaas geen vervolg kent.Kistwurk gaat verder met Elske Schotanus, Abe de Vries, Eeltsje Hettinga en backbencher dr. Eric Hoekstra.

w.g.,

De Kistwurkredactie
Tsead Bruinja, door de Epibode om commentaar gevraagd: "Die poll werd zonder mijn medeweten geplaatst. Ik had daarvan graag van te voren op de hoogte willen worden gesteld, aangezien ik op dat moment deel uitmaakte van de redactie. Los daarvan bleek de de polemische toon niet echt bij me te passen. Door een gebrek aan tijd lukte het me verder niet een bijdrage te leveren waar ik tevreden over kon zijn. Het oordeel van het NLPVF kan ik me geheel in vinden, daarom wens ik de redactie ook alle succes bij het voortzetten van het tijdschrift." (Epibode, 12-9-2002)

terug naar boven


bruinja ferlit nei konflikt kistwurk 

Grins -  Dichter Tsead Bruinja stapt út 'e redaksje fan it Fryske ynternettydskrift Kistwurk. Oanlieding is in stelling op de ynternetside dat it Skriuwersboun in oerstalling klup is. De stelling, bedoeld om reaksjes fan lęzers út te lokjen, wie bűten meiwitten fan Bruinja ta stân kommen. Bruinja, dy't yn it bestjoer fan it Skriuwersboun is, seit persoanlik rekke te węzen troch de stelling. 

Bruinja siet in fearnsjier yn 'e redaksje, dęrfoar wie er redakteur fan Hjir. Neffens Bruinja twifele er al langer oft er by Kistwurk wol op syn plak wie. ,,It polemyske fan Kistwurk leit my net sa, ik fetsje it te persoanlik op en dęrtroch hâldt it my fan it skriuwen ôf. Mar dat is net de iennichste reden. Ik haw it op't heden ek drokker mei oare dingen as doe't ik yn 'e redaksje stapte.''
(Leeuwarder Courant, 11-09-2002)

terug naar boven

 
foar Rely-priis 70 ynstjoerings  

Wommels - Foar de Rely Jorritsma-priisfragen 2002 binne 40 gedichten en 30 ferhalen ynstjoerd, mei-inoar 70 ynstjoerings. Foar de Rely Jorritsma-priisfragen 2002 binne 40 gedichten en 30 ferhalen ynstjoerd, mei-inoar 70 ynstjoerings. Dat binne der justjes minder as ferline jier. Doe krige de sjuery 50 gedichten en 35 ferhalen te lęzen, dęr't úteinlik allinne ien gedicht fan bekroand waard.
 
De sjuery bestiet dit jier út Doeke Sijens (foarsitter), Elly Veltman en Tsead Bruinja. Der is likernôch 4500 euro beskikber oan prizejild. De priisútrikking is sneon 5 oktober, lykas wenst yn it tsjerkje fan Bears. (Leeuwarder Courant, 13-05-2002)
terug naar boven
ontvoering
 
(...)In de tuin van Schouwburgcafé Floor vond direct na de middagslam het 'oude dichters spreken' plaats, met de zeventigers Remco Campert (1929), Taiwanees Shang Ch'in (1930) en Fransoos Jacques Roubaud (1932). Omdat Shang Ch'ins voordracht me als Chinees in de oren klonk, informeerde ik bij een aantal jonge dichters naar hun ervaringen tijdens deze editie van Poetry. De nodige roddels vlogen over de tafel: "Gisternacht hebben we Rob Schouten ontvoerd!", zeiden Peter de Groot, Tjitske Mussche en Tsead Bruinja. "En, hebben jullie hem in de Maas gedumpt?", wilde ik weten, wetende dat Schouten hun bijdragen in de bloemlezing 'Vanuit de lucht' in Vrij Nederland had afgekraakt.
"Nee", zeiden de jonge dichters, maar het is wel een rare kanarie. Hij zette ons spottend neer als 'de mobieltjesgeneratie', maar hij heeft zelf een mobiel." (Epibode, 20-6-2002)
terug naar boven
 
door Thomas van den Bergh en Abe de Vries
 

© foto Reyer Boxem
(...)Friesland - Tsead Bruinja (1974), dichter, performer en organisator van literaire evenementen

'Van het dichterschap bestaan is goed mogelijk, als je maar had werkt. Ik doe ook veel betaalde optredens. Maar daarbij speelt ook zeker idealisme een rol: ik wil graag mensen naar de literatuur krijgen. In Friesland, de rest van Nederland en ook het buitenland draag ik voor. Consessies aan het publiek die je tijdens een optreden doet, horen erbij. Het is niet anders dan een schrijver die rekening houdt met zijn lezers.

Ik ben niet in het Fries of Nederlands, maar in het Engels begonnen te schrijven. Toen ik 14 jaar was, songteksten. Het Nederlands stond ver van me af, en zoals zoveel Friezen van mijn leeftijd beheerste ik het Fries niet genoeg om erin te kunnen schrijven. Het Engels had iets romantisch, Nederlands vond ik afstandelijk, koel.
Ik ben in het Fries gedichten gaan schrijven omdat ik merkte dat wat ik in die taal schreef, mij raakte. Friese dichters als Piter Boersma, Albertina Soepboer en Eeltsje Hettinga vind ik erg goed . Mijn Nederlandstalige gedichten zijn wat abstracter. Ik ben fulltime met de literatuur bezig. Het is mijn plicht tegenover de muze.' (Elsevier, 15-06-2002)
terug naar boven

laank en breid...

ons gelijk
door Wim Kuipers

Een passage uit een verslag in de NRC (191101) van de manifestatie Vers uit Friesland (over de Friese literatuur), afgelopen zondag in Amsterdam.
"Maar Friestalig zijn betekent nog niet dat je het ook kunt schrijven, benadrukte de jonge dichter Tsead Bruinja (1974). Om het beperkte idioom van gesproken Fries te illustreren citeerde hij een denkbeeldige dialoog in een supermarkt.

- Hé jo, hoes ist?
- Ja, bęst.
- Hoi.
- Hoi."

En dan komt er een soort toelichting. "Dichter Margryt Poortstra sprak van een onbekend gebied, wat je niet als spreektaal hebt meegekregen en zelf moet leren."
Dat is nou precies waar de Werkgroep AGL al jaren beweert. Je beheerst (je) Limburgs absoluut niet als je dat af en toe praat. Het gaat erom de grammatica te kennen, meer en meer en meer woorden tot je beschikking te hebben, ook (Limburgse) woorden van andere plaatsen die je taal verrijken.

Lang, langer, langst

Maar intussen is er in Maastricht een gevreigel ontstaan over de juiste spelling van "het Maastrichts", en dan gaat het over de lengte van klinkers. Te onnozel om verder aandacht aan te besteden. Maar het leverde toch een artikel op in de Maastrichtste editie van Dagblad de Limburger, waar het over 'breieieid' en 'laaank' gaat. Zie ook ons archief: 17 11 2001 Dagblad de Limburger Editie Maastricht: Twee soorten Mestreechs: laank en laaank Er zijn immers belangrijker zaken te melden. Lees eerst deze column uit de Kamerkrant van november 2001, het orgaan van de Kamer van Koophandel voor Zuid-Limburg. Zie ook ons Archief:  001101 Kamerkrant / Kamer van Koophandel Zuid-Limburg/ Column Dialect

Kijk: dat bedoelen we ook. En als een hoogleraar economie (en bovendien geen geboren Limburger) zoiets voorstelt, kan dat moeilijk weggelachen worden. Maar er is meer. Over een dikke maand wordt Thijs Wöltgens voorzitter van deze KvK. En die heeft vaker gezegd en geschreven dat hij met zijn Kerkraads door meer mensen begrepen wordt dan wanneer hij Nederlands spreekt. Als je als zakenman in pakweg Keulen zegt: "det kan ich neet berappe", dan wordt dat begrepen - in Rotterdam niet.

De Werkgroep AGL werkt nu al mee aan die euregionale ondernemerstaal.En wij denken dat die uit minder dan 556 dialecten bestaat. 

(bron: http://www.limburghuis.nl/Archief/221101WKlaank.htm, 22-11-2001)

terug naar boven



acteurs helpen auteurs en andersom Door Henk Aalbers
 
ARNHEM - Twee schrijvers en drie acteurs vormen de basis. Rond het middaguur beginnen ze met de voorbereiding van een nieuw toneelstuk. Het publiek kijkt toe hoe de voorstelling vorm krijgt. Diezelfde avond is de premičre in de Arnhemse Schouwburg.  Het experiment heet 's Middags verwekt, 's avonds geboren. In recordtijd wordt een toneelstuk geschreven, ingestudeerd en op de planken gebracht.
 
Het programmaboekje van literair festival de Wintertuin wekt de indruk dat de acteurs maar moeten afwachten met welke toneeltekst ze worden geconfronteerd, maar het loopt anders. Want de acteurs krijgen juist volop de gelegenheid zich met de tekst te bemoeien. En dat doen ze natuurlijk ook. Andersom schromen de schrijvers niet zich met de repetities te bemoeien. Een interessante kruisbestuiving.

Schrijver Bart F.M. Droog zit deze woensdagmiddag in Theater aan de Rijn in Arnhem achter de laptop. Zijn collega Tsead Bruinja zit erbij. Verder aan de tafel de acteurs Anna Rottier, Kamilla Hensema en Stefan Rokebrand. Het begint met aftasten. Schrijver Droog geeft een voorzetje: "Ik dacht aan een scčne in een vliegtuig, vlak voordat het zich in een gebouw boort."
De respons valt tegen: het idee wordt door niemand omarmd. Dan komt schrijver Bruinja met een voorstel. Hij heeft gisteren een verhaal geschreven dat hij graag even wil voorlezen. Zijn collega en de drie acteurs gaan akkoord. Het blijkt geen toneeltekst, maar een beeldenrijk verhaal over iemand die leeft met muziek in zijn hoofd. "Waar gáát dat over?", vraagt collega Droog verbaasd.

Ook de acteurs lijken nog niet bepaald geďnspireerd. Hoewel... Een van hen merkt op dat het beeld van de bakker in het verhaal van Bruinja haar aanspreekt. Plots is het idee geboren om een eenakter te maken over een bakker, een slager en een timmerman. Iedereen enthousiast.

Gek genoeg blijkt er na enige tijd toch geen plaats te zijn voor een bakker. In zijn plaats komt een visser. "Ja, de visser gaat naar de timmerman, omdat zijn boot kapot is."

Schrijver Droog typt af en toe wat flarden tekst. Maar nog niets staat vast. Want plotseling komt er door alle geassocieer een nieuw idee naar boven: de slager en de visser hebben allebei een bloeddorstig beroep; misschien is het een aardig gegeven als die twee samen iemand hebben vermoord. En de timmerman mag dat natuurlijk niet weten.
Maar het wordt nog veel gekker. Een luguber Roald Dahl-achtig verhaal tekent zich af. Visser en Slager slachten mensen en verkopen het mensenvlees (onder meer in de vorm van pikante gehaktballetjes) in de slagerij. En er komt ook nog liefde bij. En een zwangere timmerman.

De uiteindelijke, gruwelijke versie ontstaat pas tijdens de repetities. Droog typt er lustig op los, terwijl de acteurs al improviserend het verhaal doen ontstaan. Het is voor Droog haast niet bij te houden.

Als de eenakter 's avonds wordt opgevoerd tijdens de Late Show in de knusse oude foyer van de Arnhemse schouwburg blijkt dat er in de loop van de middag nog wel wat is gesleuteld aan het stuk. De slotscčne toont dat er een einde is gekomen aan de lugubere samenwerking van Visser en Slager. Visser heeft in Timmerman een nieuwe zaken- en levenspartner gevonden. Met Slager is het waarschijnlijk niet best afgelopen.

Dat het niet meevalt om in een paar uur tijd een perfecte eenakter te produceren, blijkt uit het feit dat de acteurs hun tekst van een papiertje lezen. Een verstandige keuze waarschijnlijk, want veel subtiele elementen in de tekst van de beide schrijvers zouden verloren gaan als je het kersverse stuk uit het hoofd zou proberen te spelen.

De publieke belangstelling deze avond is redelijk. Een stuk beter in elk geval dan vanmiddag, bij 'de geboorte'; toen waren er welgeteld vier liefhebbers getuige. Die vier begrijpen het stuk ook, dankzij hun voorkennis. Het is de vraag of de eenakter helemaal wordt gesnapt door mensen die de wordingsgeschiedenis niet hebben gevolgd. (De Gelderlander, 23-11-2001)

terug naar boven



friezen schrijven in taal van het hart

In een Amsterdamse cultuurtempel luisterden honderden liefhebbers een middag lang naar Friese literatuur. ,,Fryslân boppe'', aldus de organisatie.

Door Ward Wijndelts

AMSTERDAM, 19 NOV. ,,Fries is de taal van het hart, Nederlands de taal van de bijbel.'' Zo verklaarde dichter Harmen Wind gistermiddag zijn liefde voor zijn moedertaal, het Fries. Hij deed dat in de goedgevulde Amsterdamse cultuurtempel Felix Meritis, waar op de manifestatie 'Vers uit Friesland' de Friese literatuur centraal stond. De Friestalige dichters, romanciers, muzikanten en theatermakers dwongen respect af bij het voornamelijk randstedelijke publiek.

Aanleiding voor de dag, geďnitieerd door het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, was de kleine hausse aan Friese boeken die dit najaar in Nederlandse vertaling op de markt komt. Een daarvan, de dichtbundel Jij bent zacht als zomerregen, zorgde vorige week voor commotie, toen bekend werd dat dichter Eeltsje Hettinga de broer van Tjębbe eist dat de complete oplage wordt vernietigd, omdat een gedicht van hem zonder toestemming werd gebruikt.

Samensteller Jabik Veenbaas en Eeltsje voorkwamen echter dat er Frysk bloed de Keizersgracht invloeide. Er hing een gemoedelijke sfeer. Dat kwam door het Friese boekenmarktje en de boekenbus voor de ingang, maar ook door de dame met op haar wollen trui de Friese vlag, compleet met pompeblęden. Het ruim tweehonderdkoppige publiek boven verwachting groot was jonger dan bij een gemiddelde literaire bijeenkomst. Ook leken er aardig wat niet-Friezen te zijn. Toen presentator Gryt van Duinen, bekend van Omrop Fryslân, vroeg of de mensen die in Friesland woonden hun hand wilden opsteken, bleken dat er slechts dertig te zijn. Het aantal Friestaligen lag op ruim honderd.

Maar Friestalig zijn betekent nog niet dat je het ook kunt schrijven, benadrukte de jonge dichter Tsead Bruinja (1974). Om het beperkte idioom van gesproken Fries te illustreren citeerde hij een denkbeeldige dialoog in de supermarkt: ,,Hé jo, hoe ist? / Ja, bęst. / Hoi. / Hoi.'' Dichter Margryt Poortstra sprak van een ,,onbekend gebied, wat je niet als spreektaal hebt meegekregen en zelf moet leren.'' Grote afwezigen bij het dichtersoptreden waren Albertina Soepboer en Tjębbe Hettinga. Die laatste was door ziekte geveld te zien op video, net als de oude Theun de Vries.

De romanciers lazen, net als de dichters, voor in het Fries, terwijl de Nederlandse vertaling boven hun hoofd werd geprojecteerd. Een mooie oplossing, want daardoor werd duidelijk hoe melodieus de Friese taal kan zijn. Trinus Riemersma kreeg voor zijn optreden het eerste exemplaar van de vertaling van zijn roman Na de klap (Nei de klap) uitgereikt. Riemersma, een man met een woeste baard en tatoeages, wist zich nauwelijks raad met de aandacht. Ook Durk van der Ploegs verhaal De brief, over een oude man en zijn herinneringen, vormde een hoogtepunt.

Het gesprek tussen schrijver Kees 't Hart en Foppe de Haan, coach bij SC Heerenveen, ging over sport en strips, en dan met name over de wondermidvoor Kick Wilstra. Het is een bewijs van de veelzijdigheid van de middag, die ruim zes uur duurde. Na het optreden van toneelgezelschap Tryater verdween het publiek langzaam van de zaal naar de bar, waardoor de muzikanten niet de aandacht kregen die ze verdienden. De randstad was onder de indruk van de Friese cultuur. Zoals Friezin en Produktiefonds-directeur Rudi Wester het verwoordde: ,,Fryslân boppe!''

Tsead Brunja, fragment uit Bręgeman (Brugman / Bruidegom) uit de te verschijnen bundel De man dy't rinne moat (De man die lopen moet):

wyldfrjemd wie sy net dy't my it nijs brocht
fan dyn oankommend ferstjerren ik tocht
dan sil ik sjonge sjonge om wat
ik noch fan dy wit foar de helsdoarren
wei te skuorren krij ik it ferjitboek
op skoat en begjin út dit deade skrift
dat ik net machtiger bin as
hokker taal ek dy op te fiskjen
Nederlandse vertaling:
wildvreemd was zij niet die mij het nieuws bracht
van je aanstaand sterven ik dacht
dan zal ik zingen zingen om wat
ik nog van je weet voor de poorten van de hel
weg te slepen pak ik het vergeetboek
op schoot en begin uit dit dode schrift
dat ik niet machtiger ben dan
welke taal dan ook je op te vissen

(bron: http://www.nrc.nl/cultuur/boeken/1006150612749.html)


AMSTERDAM - It liket in moai idee: organisearje yn Amsterdam in dei oer de Fryske literatuer. Soargje dat der bekendheden as Foppe de Haan, Pieter Verhoeff, Geert Mak en Hylke Speerstra meidogge. Mei as doel: de Fryke literatuer yn Nederlân in folle gruttere bekendheid te jaan.

It liket in moai idee: organisearje yn Amsterdam in dei oer de Fryske literatuer. Soargje dat der bekendheden as Foppe de Haan, Pieter Verhoeff, Geert Mak en Hylke Speerstra meidogge. Mei as doel: de Fryke literatuer yn Nederlân in folle gruttere bekendheid te jaan. It besykjen, juster mei de manifestaasje 'Vers uit Friesland' yn it gebou Felix Meritis yn Amsterdam, wie yn elts gefal skoander.

Dochs wie it, nettsjinsteande alle goede bedoelings, snein dochs noch wer tefolle in saak fan 'űnder ús'. Hoewol't lang net elke oanwęzige út Fryslân kaam koe praktysk eltsenien yn de folle seal it Frysk ferstean, sa die bliken út de omheechstutsen hannen nei in fraach fan presintatrise Gryt van Duinen.

Oan de opset koe it net lizze. Der wie ek bűten Fryslân fantefoaren aardich wat omtinken oan it barren jűn. En wat wichtiger wie: de organisaasje wie yn hannen fan it Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, wylst it Fonds voor de Letteren, de Stichting Lezen, de provinsje Fryslân en it Frysk Letterkundich Museum meiwurken.

Foarsitter Aad Nuis fan it Produktie- en Vertalingenfonds, dy't it iepeningswurd útspruts, wiisde op it grutte belang fan oersettingen fan Fryske literatuer yn bygelyks it Nederlânsk. Dan komt der bűten Fryslân mear wurdearring foar wat Fryske skriuwers dogge en soks hat tagelyk in positive útwurking yn Fryslân sels. Nederlânske skriuwers, waans wurk yn bygelyks it Dútsk oerset is, hawwe dy űnderfining ek opdien.

Skriuwer Geert Mak neamde it opmerklik, hoefolle ferhalen en hoefolle goede literatuer der yn de rin fan de jierren út dat lytse Fryslân kommen binne. ,,Friesland is daardoor toch wel een beetje het Ierland van de Lage Landen'', sa woe Mak hawwe. Eric Hoekstra joech in oersicht fan de Fryske poëzij troch de ieuwen hinne.

Dęrnei liezen Fryske skriuwers en dichters al as net yn fertaling foar út eigen wurk. De oersetting ferskynde syngroan oan it foarlęzen op in skerm boppe de foarlęzer. Sa koenen de oanwęzigen (fannijs) yn 'e kunde komme mei it wurk fan Trinus Riemersma, Lida Dijkstra, Piter Boersma, Durk van der Ploeg, Mindert Wynstra, Josse de Haan, Harmen Wind, Margryt Poortstra, Tsead Bruinja en Jabik Veenbaas. Tsjębbe Hettinga en Albertina Soepboer, dy't ek komme wold hienen, wienen behindere.
In boeiende űnderbrekking wie it petear fan skriuwer Kees 't Hart mei fuotbaltrener Foppe de Haan. De Haan makke dúdlik dat de fuotbalklub dęr't er wurket ek in beskate kulturele opfieding fan de fuotballers neistribbet. Sa hat er mei in oantal fan syn spilers doe't se dęr fuotbalje moasten ek it Olympysk Stadion yn Athene en it Alhambra yn Granada besjoen. Hoewol't it foar de mannen earst wol wennen is, binne se der letter tankber foar, sa sei de trener fan it Hearrenfean.

Om in breed oersjoch te jaan oangeande de Fryske kultuer liezen Jan Arendz, Romke Toering en Freerk Smink fragminten foar út it nije stik 'Baarderlân' en presintearre Wim Bloemendaal fan VPRO-radio Frysktalige muzyk fan Piter Wilkens en Reboelje.

Bron: Leeuwarder Courant, 19-11-2001
terug naar boven
UTRECHT - Het Poëziecircus brengt vrijdagavond 26 oktober in cultureel centrum Parnassos te Utrecht een ode aan de taal. Zeven podiumartiesten zullen in een avondvullend programma met zang, cabaret, proza, poëzie en dans alle zintuigen prikkelen in het kader van het Europese Jaar van de Taal.
 
Mensen ervaren namen van edelstenen - zoals robijn, saffier, smaragd - als mooie woorden. Hebben ze zulke mooie namen of klinkt het als muziek in de oren omdat je in gedachten de steen ziet flonkeren? Tijdens het Poëziecircus zullen de volgende artiesten met letters, woorden en klanken naar het antwoord op deze vraag zoeken: cabaretier Frank Gunning; dichter Tsead
Bruinja; dichter en schrijver Mark Boog; de boyband Obstructivis; filosofe en dichteres Jannah Loontjens; het dichtersduo Wilco & Annelies; en een optreden van dans- en vechtsport Capoeira door Pica Pau.
 
De dichter Tsead Bruinja, is talenkenner bij uitstek. Hij heeft een studie in de meest gesproken taal (Engels) voortijdig afgebroken om doctorandus in de minst gesproken taal (Fries) te worden. De titel van zijn debuut laat voor de gemiddelde Nederlander veel te raden over: De wizers yn read. De thema's daarentegen hebben een hoog herkenningsgehalte: dood, liefde en familie. Tijdens het Poëziecircus zal hij voordragen uit 'De man die lopen moet', zijn nieuwe dichtbundel die in december uitkomt.(Utrechts Nieuwsblad van 16-10-2001)

terug naar boven


jonge hÛnen yn it skriuwersboun
 
Yn de nijste Trotwaer komt Jan Pieter Janzen derop dat de dichteresse Albertina Soepboer nettsjinsteande alle sukses dat har dieleftich wurden is, noch net tefreden liket te węzen: ,,Oars soe dit twaentritichjierrige boechbyld fan de Frysk-Grinzer avant-garde ommers net trochgean mei rűnom te ferkundigjen hoe swier at de jongerein it hjir wol net hat en hoe achterlik, bestjurre en besletten it Frysk-kulturele klimaat wol net is."
 
JPJ sitearre in Elsevier-nűmer út jannewaris. Dat is it neidiel fan in moanneblęd: mei it each op de lange produksjetiid moat de kopij sa betiid ynlevere wurde dat de aktualiteit net op 'e foet folge wurde kin. Soepboer hat har yntusken, sa fernijt it bűnsorgaan De Oesdrip ús, mei in oar lid fan de neamde avant-garde, Tsead Bruinja, kandidaat steld foar it bestjoer fan it Skriuwersboun. It Skriuwersboun kin wol in pear jonge hűnen brűke dy't har fan god noch gebod wat oanlűke en mei mar ien belang foar eagen, dat fan de skriuwers, de striid oangean mei de hjir ta burokrasy ferfallen ynstellingen.
 
'....No't Soepboer ree is in sit te nimmen yn it bestjoer fan it Skriuwersboun dat hurd op wei is in soasjeteit te wurden fan skriuwers op jierren, lęst men de troch JPJ oanhelle wurden yn Elsevier hiel oars: ,,De deuren moeten open. Er moet veel meer wisselwerking komen tussen Fries en Nederlands, dat kan heel wat wonderlijks opleveren. Maar de Friese bureaucratie is niet in beweging te krijgen. Straks subsidieert ze alleen nog maar dode schrijvers."
 
Dat is net mear de frijbliuwende krityk fan de bűtensteander, dat is engazjearre taal fan in Frysk-beweechster, dy't de barrikaden beklimt. Men kin har kandidatuer allinne mar fan herten űnderstreekje, it is de lang ferwachte frisse wyn dęr't it Skriuwersboun ferlet fan hat...'
 
Pieter de Groot (Leeuwarder Courant, 19-10-2001)

terug naar boven

In dichter moat net stilsitte en wachtsje

door Asing Walthaus

Twee Friese dichters telt Poetry International in Rotterdam de komende dagen. De ene, Tsjêbbe Hettinga, staat in het hoofdprogramma en krijgt alle eer als de bard van Friesland. De andere, Tsead Bruinja, die in een bijprogramma staat, moet zelf de aandacht trekken. Maar dat hoort bij het dichtersvak, vindt hij.

Echt boos klinkt hij niet, een beetje getergd wel. Dichter Tsead Bruinja (in 1974 in Rinsumageest als Tjeerd geboren) treedt morgenavond op in een bijprogramma van Poetry International in Rotterdam, de Doos van Pandora. Hij krijgt er een reiskostenvergoeding en een passepartout voor, moet zelf voor onderdak zorgen, en als hij zich er niet voor had ingespannen, was er ook amper aandacht voor geweest.

,,Ik stean by de begjinnende dichters'', schampert hij. ,,Mar ik bin hielendal gjin begjinnend dichter.'' Twee bundels verschenen in eigen beheer, vorig jaar kwam zijn officiële debuut uit bij uitgeverij Bornmeer, 'De wizers yn it read', met steun van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds.

Hij verwijst naar Ilja Leonard Pfeijffer, die vorig jaar op het echte podium van Poetry stond, met ook één bundel op zijn naam, 'Van de vierkante man'. ,,Blykber is in dichter yn in it Nederlânsk nei ien bondel net mear in begjinnend dichter, en in dichter yn it Frysk wol'', stelt Bruinja vast.

Hoe dan ook, hij had een mailtje gestuurd naar de organisatie van Poetry, om hen te vragen wat er voor nodig is om als 'deelnemende dichter' genoemd te worden en hen opmerkzaam te maken op zijn vijftalige website ( www.tseadbruinja.nl ). Er staat nu een doorverwijzing naar op de site van Poetry, al kost het veel moeite om Bruinja daar te vinden.

Veel meer moeite dan het kost om de andere Friese dichter te vinden, die een aantal malen in het hoofdprogramma in Rotterdam optreedt, Tsjêbbe Hettinga. Hettinga is landelijk beroemd sinds in 1995 zijn bundel 'Vreemde kusten / Frjemde kusten' verscheen, met Friese gedichten en Nederlandse vertalingen van Benno Barnard. ,,Ongetwijfeld is Hettinga de belangrijkste Friese dichter van het moment, maar de uitstraling van zijn werk maakt van hem ook een uniek Nederlands dichter'', schrijft Rob Schouten op www.poetry.nl.

Bruinja schrikt er als organisator van verschillende poëziemanifestaties in Groningen niet voor terug, om dan zelf reclame te gaan maken. ,,Ik moat der wol wat oan ha'', zegt hij ronduit. Het eerste resultaat is al binnen: Omrop Fryslân volgt hem, voor het programma Spegels. Groninger dichter Bart FM Droog, van het collectief Dichters uit Epibreren, deed vorig jaar ook zijn eigen reclame, en hield er een interview in het Parool aan over.

Die manifestatiedrang van de Dichters uit Epibreren, met websites en podiumoptredens, lijkt ook af te stralen op het groepje Friese dichters en schrijvers in Groningen. ,,No, wy dogge dat hjir net allegear'', vindt Bruinja en loopt de groep hardop denkend langs. ,,Albertina (Soepboer) docht dat net. Meindert (Talma) hat sa'n soarte fan mail dêrst dy op abonneare kinst. Nyk (de Vries) docht 't ek net. Mar it hat ús wol beynfloede. Ik sil yn alle gefallen net stilsitte en wachtsje yn it fertrouwen dat oare minsken wol op it wurk ôfkomme sille.''

In Rotterdam leest hij twee titelloze verzen voor. Het ene ('leave nimmen wit hoe't wy yn eardere libbens / inoar foarby ronnen') staat op zijn website, het andere volgt hieronder:

sy wennet yn in baarnend hûs
elke stoarm nimt in panne fan it dak
it is kâld har tosken klapperje
bûten betinkt ien nije ferkearsregels
fytst fierder in âld man
kranten om it liif bûn ûnder de klean
sy rint der út mei in koer fol wask
swarte lekkens swarte tekkens swart
loop sy sjocht de greiden baarne ek
it hat gjin doel en wês bûten
leaver werom nei de muorren
de dânsjende flammen op syn portret
post falt net frege troch de doar hellet
knisterjend de matte net har kat
springt by har op'e skurte mei in
plantaardich streakferlet jit sy noch
wat spiritus oer de foto-albums
faget de jiske fan 'e bril en lêst
en lêst en lêst


Bron: Leeuwarder Courant, 15-06-2001

terug naar boven



Friezen zien van Fries de beperkingen


door Fedde Dijkstra

Friezen hebben volgens gedeputeerde Siem Jansen te weinig op met hun eigen taal. Neem nu het onderwijs. Er zijn wel allerlei regels voor het vak Fries en voor tweetaligheid op school, maar wie het Fries op school wil stimuleren, kan volgens Jansen rekenen op 'gesodemieter' met ouders, docenten en leerlingen. Is het gewoon een gebrek aan 'grutskens'?

...Tsead Bruinja, tweetalig dichter in Groningen: ,,Sa'n stelling is my fierstente algemien. Ik ken ommers lang net alle Friezen. Ik soe sizze: deputearren binne net grutsk genôch op it folk dat se regearje. Oars soene se net mei sokke algemienheden komme.'' Bron: Leeuwarder Courant, 09-06-2001

terug naar boven

Jongste generatie
 
.....Op het enthousiasme en het zelfvertrouwen van de jaren ’60 en begin jaren ’70 volgde een periode van relatieve windstilte, waarin de oudere garde het schip drijvende hield. Maar gaandeweg begint zich een nieuwe generatie te roeren. Allereerst (natuurlijk, zou ik bijna zeggen) in de poëzie. Albertina Soepboer (1969)  heeft de afgelopen jaren zo’n beetje in haar eentje het gezicht van de jongste Friese poëzie bepaald, o.a. door actief te zijn op poëziefestivals. Ze heeft inmiddels versterking gekregen van diverse anderen. In de meest concrete vorm, namelijk op het podium, van mensen als Tsead Bruinja (1974) en Meindert Talma (1968), met wie ze interessante poëzie-muziek-beeldende kunst-performances maakt. Zo’n duidelijk naar buiten toetredende groep dichters heeft de neiging het zicht op andere nieuwe, maar solitair werkende, dichters te belemmeren.
uit Friese Vergezichten Nieuwe Perspectieve in de Friese literatuur door Alpita de Jong (Nieuwsbrief Letteren NLPVF)

terug naar boven



Friese boekenweek nu ook multicultureel (fragment uit ' Uit het lood: Berichten uit de branche')

door Arjen Fortuin

Niet alleen de Nederlandse boekenweek, ook Fryske Boekewike 2001, die plaatsvindt van 21 februari tot en met 3 maart, beweegt zich tussen twee culturen. Vanavond zullen op het traditionele Boekefeest, het Boekenbal van het Noorden, onder anderen de in het naburige Groningen woonachtige dichters Tsead Bruinja, Bart FM Droog, Tjitse Hofman en Albertina Soepboer optredens verzorgen. Die zijn een vervolg op het project Woudklanken uit oktober vorig jaar, waarbij in een galerie op het Friese platteland steeds een Friestalige auteur, een Nederlandse auteur en een muzikant werden opgesloten om samen een literair-muzikaal programma te maken.

Ook het Friese boekenweekgeschenk kijkt over de grens van Friesland. Het is het nieuwste werk van de Friese schrijver Douwe Kootstra (Drachten, 1951): Berjochten ut Boedapest. Helemaal toeval is dat niet, zegt Jannie Bottema van de organiserende stichting It Fryske Boek: 'Douwe Kootstra is een schrijver van voornamelijk reisverhalen. Meestal bemoeien we ons niet met het thema van de Nederlandse Boekenweek, maar nu was het een mooie gelegenheid om hem te vragen het geschenk te maken.' Kootstra's boek, dat verschijnt in een oplage van 3.500 exemplaren, is het levensverhaal van een Hongaars hongerbern dat opgroeit bij een familie in Arum. De Boekewike werd tien jaar geleden losgekoppeld van de Nederlandse boekenweek en heeft sindsdien veel aan belang en invloed gewonnen, volgens Bottema.

Volgens de Groningse dichter Bart FM Droog is de toenadering tussen Groningse en Friese dichters vooral te danken aan Tsead Bruinja. 'Die heeft zich ervoor ingezet tal van Friese auteurs bij projecten in Groningen te betrekken. Waar in het verleden vooral gekift werd tussen Friezen en Groningers, is nu samenwerking het motto.' Bruinja debuteerde onlangs met de Friestalige bundel De wizers yn it read.

In de Randstad gaat het minder voorspoedig met de Friese cultuur: de Universiteit van Amsterdam heeft - ondanks een golf aan protesten, zie Boeken 15.12.00 - vorige week definitief besloten de opleiding Fries te sluiten. Alleen in Groningen kan nu nog Fries worden gestudeerd.

Bron: NRC, 16-02-2001

terug naar boven


terug naar boven




terug naar boven




terug naar boven